Groot meesterschap van een 18-jarige

Toine Donk en Daniël van der Meer van het literaire tijdschrift Das Magazin gingen op zoek naar het debuut van W.F Hermans. Zouden zij in 1940 het enorme schrijftalent zelf hebben ontdekt?

Daniël

Ook W.F. Hermans was ooit een jonge schrijver, iemand die zijn kopij naar literaire tijdschriften stuurde in de hoop op een welwillende reactie. Daarom dacht ik: laten we eens de allereerste publicatie van Hermans zoeken, het eerste korte verhaal dat een publiek bereikte. In het zaterdagavond-bijvoegsel van het Algemeen Handelsblad van 6 april 1940 stond zijn debuut: 'En toch... was de machine goed', een weinig veelbelovende titel die naar het schijnt ook tegen de wens van Hermans is gekozen. Hij had het sobere 'De uitvinder' voorgesteld. Vanzelf komt de vraag ter tafel of wij dit talent bij Das Magazin herkend zouden hebben.

Toine

Een verhaal als dit kun je alleen lezen in de wetenschap van de faam en erkenning die de schrijver ervan wachten. Ik hoop dat we het geplaatst zouden hebben, want het is een goed verhaal.

Hermans was 18 toen het werd gepubliceerd en zoals de coaches van The Voice dikwijls zeggen: op die leeftijd is talent nog een waardevol bezit, iets dat geïnd kan worden - of je nu zanger of schrijver bent.

Hermans schreef met dit verhaal het relaas van twee jeugdvrienden, van wie de een ('De Streier') trouw blijft aan zijn idealen terwijl de ander (de ik-persoon) een deftige notaris wordt. Korte verhalen willen nog wel eens bevolkt worden door snel vergeten personages - ze hebben maar kort om indruk te maken - maar de tragische figuur van De Streier dringt zich nu al een week op in mijn gedachten. In zin twee geeft Hermans meteen de essentie van De Streier: 'We dachten dat hij minder was dan wij, maar in werkelijkheid was hij meer.'

Daniël

Ja, het verhaal is zo sterk als zijn personages. En Gustaaf De Streier is ijzersterk: tragisch zonder larmoyant te worden, een buitenstaander, maar geen gekkie. Hij is 'de uitvinder' van Hermans' oorspronkelijke titel. Door een ongeluk heeft hij een gat in zijn wang opgelopen, dat hij - jawel - met een baard maskeert, maar dat zichtbaar wordt wanneer hij een sigaar opsteekt: de rook kringelt uit zijn wang, als de schoorstenen van het crematorium waar Gustaafs idealen pas bij zijn dood verwaaien. Het gat levert ook het mooiste beeld van het verhaal op: 'Peinzend zat hij op zijn baardharen te kauwen, die hij door het gat in zijn wang naar binnen haalde met zijn tong.'

Toine

Het leven is de geleidelijke inwisseling van de zelfgeknutselde telescoop ('een enorme stellage waarin onderaan een scheerspiegel was bevestigd') voor de Billy-kast, van de innerlijke drang een groot literator te worden voor het berusten in een baan die de baby mogelijk maakt. De Streier is de fascinerende schaduwzijde van mensen die ik erg bewonder: Justin Vernon (Bon Iver), Kanye West, David Vann - mensen die op relatief late leeftijd doorbraken. Mensen die in hun slaapkamer altijd zijn blijven knutselen aan de telescoop, terwijl iedereen om hen heen van de IKEA thuiskwam met een Billy in de achterbak. Maar waar Justin, Kanye en David het gered hebben, zijn er ook types die nog steeds aan het knutselen zijn: De Streier. Wat Hermans hier prachtig toont is dat er in de kern geen verschil is.

De notaris over De Streier: 'Ik heb den moed niet gehad om groot en machtig te worden, een held. Hij was er een, al had hij gefaald.'

Daniël

'Een vrouw of een ideaal... het is alles dezelfde dwaling.' Je zal het maar op je 18de schrijven. Het is indrukwekkend hoe ongedateerd het verhaal is. Het meest uit de mode is nog de 'ingezonden mededeling' voor de New-line Bustehouder die ernaast staat: 'Met vetersluiting aan de vóórzijde! Doorlopend tot in de taille, vormgevend à la 1940.' Hermans durft het in zijn eerste verhaal aan om zowel over een kind als over een oude man te schrijven; zijn eigen leefwereld blijft buiten het beschreven verhaal. Gelukkig maar. Het is gemakzuchtig en ook onwaar om te beweren dat de huidige jonge schrijver alleen over het leven van de Amsterdamse twintiger kan schrijven, maar de manier waarop Hermans hier zowel de gedachten en handelingen van een spelend kind als die van een eenzame man kan vatten, is iets wat ik graag in Das Magazin zou plaatsen.

Toine

De eindpassage is prachtig. De ik-persoon brengt De Streier naar de slaapkamer in zijn pension, samen kijken ze door het open raam naar buiten in het donker, de gevallen uitvinder met zijn handen om de vensterbank geklemd, zijn baard zachtjes bewegend in de wind: 'Fabrieken hebben het meeste in zijn leven beteekend. De woelende glimmende drijfstangen, het gelijkmatig getik der koppelingen tegen de poelies hebben hem altijd geboeid.' Het onroerende zo ontroerend beschrijven - het is groot meesterschap van een 18-jarige jongen.

Hermans' verhaal is vanaf vandaag beschikbaar als ebook, o.a. via debezigebij.nl

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden