Groot man of artiest voor het schellinkje

Giacomo Puccini (1858-1924): je haat hem of houdt van hem. De tweespalt in de waardering zit ’m, blijkt bij beluistering van alle opera’s, in de componist zelf....

De componist Benjamin Britten werd ‘misselijk’ toen hij Puccini’s opera La bohème hoorde. Die ‘goedkoopte’. Die ‘leegte’. Maar de scherprechter Arnold Schönberg vond Puccini een ‘groot man’. De Amerikaanse operatheoreticus Joseph Kerman zag in Puccini een artiest voor het ‘schellinkje’. Zijn opera Tosca: een shabby little shocker. Maar Gustav Mahler hoorde in één maat Puccini meer genie dan in complete oeuvres van anderen.

Let op de smaken van Pucciniminnaars en -haters. Die lopen door elkaar. De componist Jan van Vlijmen, Pierre Audi’s voorganger bij de Nederlandse Opera, was een Schönbergiaan. Maar Puccini zei hem niks. Van Vlijmens voorganger Hans de Roo, ook niet benauwd voor nouveautés, zette zelfs Puccini’s weinig gespeelde goudzoekersopera La fanciulla del West op het repertoire, met hollende paarden op filmbeeld en veel pief paf poef.

Gerard Mortier, voormalig intendant in Brussel en festivaldirecteur in Salzburg, acht Puccini een exponent van de ‘muziektheatrale leugen’. Hij heeft al aangekondigd dat de New York City Opera, waar hij volgend jaar aantreedt, Puccini zal mijden. Mortiers opvolger in Brussel, Bernard Foccroulle, wist niet hoe snel hij het ‘Puccini-hiaat’ van de Munt moest opvullen.

Giacomo Puccini. Geboren in 1858 in Lucca, 66 jaar later overleden. Componist van tien opera’s. Drie ervan horen tot de tien meest gespeelde aller tijden.

La Bohème. Tosca. Madama Butterfly. Uiteraard ontbreken ze niet in Puccini, the complete operas, een verzamelbox die de platenholding Sony/BMG heeft uitgebracht ter gelegenheid van Puccini’s 150ste verjaardag. Evenmin ontbreken ze in Puccini, the great opera collection. Dat is een box van het label Decca. De drie minst bekende opera’s van Puccini zijn er niet in te vinden.

Wie wil horen waarom Le villi (Puccini’s Wagneriaans getinte eersteling) zo’n aardige geheimtip kan worden genoemd, waarom Puccini’s Edgar kan doorgaan voor een fascinerende oefening in luidruchtigheid, en waarom Puccini’s La rondine de uitkomst mag heten van goede inspiratie, berustend op verkeerde ambities (het schrijven van een operette), moet niet bij Decca zijn, maar bij Sony/BMG en The complete operas.

Die opnamen torsen ook iets minder ouderdom met zich mee. Ze zijn gemaakt tussen 1966 en 1998, met solisten als Renata Scotto, Montserrat Caballé en een schier alomtegenwoordige Placido Domingo, onder leiding van dirigenten als Solti, Mehta en – vooral – Lorin Maazel. Deze Amerikaan, een geciviliseerde Pucciniaan met kennis van vocaal-orkestrale balans en een scherp oor voor de werkzame bestanddelen in Puccini’s orkestpartijen (zijn Manon Lescaut, Butterfly, La fanciulla en Il trittico bewijzen het) zette dertig jaar geleden al zijn beste krachten in, plus Scotto en Domingo, voor Puccini’s geestenoperaatje Le villi.

De Puccini’s van Decca zijn van een generatie daarvoor. Met als spil de grote Renata Tebaldi, omringd door tenoren als Bergonzi en Del Monaco, allen onder Italiaans gezag: hier dirigeren de capo’s Francesco Molinari-Pradelli en Tullio Serafin.

Het is een teer punt. Puccini heeft het na de dood van Serafin van iedereen moeten hebben, maar niet van Italiaanse topdirigenten in de studio. Niet van Giulini. Ook Claudio Abbado en Riccardo Muti hebben het laten afweten. Abbado’s giga-discografie telt één ariaatje uit Puccini’s eenakter Gianni Schicchi, en dat is dat.

Pas met Giuseppe Sinopoli en Riccardo Chailly kwam er weer een soort ommekeer. Bij Chailly onder meer in chique gepolijste concertuitvoeringen in de zaal en op tv, van de eenakters uit Il trittico met het KCO. En bij de Nederlandse Opera in Turandot, Puccini’s laatste, onvoltooide opera, waarvoor Chailly een nieuw slot liet componeren door Luciano Berio.

De vraag waar die tweespalt in de waardering vandaan komt, laat zich van scène naar scène beantwoorden, twintig cd’s lang. Het zit ’m in Puccini zelf. Het zit in de formidabele theatrale présence van zijn muziek. Pardon, in Puccini’s hang naar het sentimentele. Het zit ’m in zijn gave, uit één woord al een expressieve melodie te destilleren. Herstel, in Puccini’s eigenschap de cantilene aan te dikken met orkestrale unisono’s.

Het zit in de levendigheid van zijn gezongen conversaties (hoor Anna Moffo in La rondine, de bas Tito Gobbi in Gianni Schicchi) en in de lijfelijke energie van zijn pizzicato-figuren. Ofwel: in het dwangmatige van de lopende beentjes en kwekkende bekjes in de groepsscènes van zijn Tosca en Bohème.

Het zit in Puccini’s weergaloze beheersing van de grote, doorgecomponeerde vorm van het nauwelijks sentimentele La fanciulla del West. Nou ja, in Puccini’s eigenschap zich af en toe te verkijken op de dramatische impact (‘Ugh, ugh’, zingt de indiaan in deze opera).

Het zit in de experimenteerlust van Puccini’s harmonieën en orkestraties, zoals in Turandot, een opera die een nieuwe wereld leek te ontsluiten – ware het niet dat Puccini, na twee gruwelijke operaties, in een Brusselse kliniek te overlijden kwam aan keelkanker. Welnee, het zit in de dikke tranen waarin de tenor in Turandot toch weer even moet uitbarsten.

Igor Stravinsky bracht het ooit onder één noemer: ‘Puccini’s genie voor het sentimentele is zo volkomen aangepast aan de dramatische substantie, en het ontvouwt zich zo prachtig, dat zelfs ik – wanneer het me lukt aan een kaartje te komen – het theater verlaat met het lied van mijn verloren onschuld op mijn lippen.’

Is het intussen niet wat weinig, tien opera’s? Puccini, die aanvankelijk geen nagel had om z’n kont te krabben, maar zijn uitgever na de première van Le villi voor het eerst met een duizend lire-biljet zag zwaaien, was een door twijfels geplaagde werker, al namen de afmetingen van zijn Lancia’s, motorboten en onroerend goed toe met elk nieuw operasucces.

En: wat Puccini niet realiseerde, maar waar hij wel over nadacht of ruzie maakte, was een Pelléas et Mélisande (was Debussy al mee bezig), een Dodenhuis naar Dostojevski (deed Janacek later), een Florentinische Tragödie (deed Zemlinsky), een Oliver Twist , een Les misérables, een Cyrano. Joop van den Ende kan er alsnog blij om zijn. Voor Sony/BMG betekent het dat de box beperkt blijft tot een handzame 12 bij 12 bij 12 centimeter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.