Groot leunt op aangename manier tegen zijn publiek

George Groot met Goudreinetten, piano Wim Boor, viool Sabeth Pieterson, regie Aike Dirkzwager, Oude Raadhuis Hoofddorp. Tournee...

Bij binnenkomst spreekt George Groot de bezoekers als een vriendelijke gastheer toe en keuvelt een beetje met de twee muzikanten. Groot heeft de intimiteit nodig voor zijn vertelling bij de haard. Daar past ook het jaren vijftig jongensspeelgoed bij; met blokjes stapelt hij een fraai bouwwerk.

Het bed wordt nog iets warmer als hij over de nietszeggende titel praat. 'Ach, u weet hoe dat gaat. Je hebt een plan om iets over de appelmoes van je moeder te vertellen. Dat loopt dan anders, maar de titel ligt dan al bij de schouwburgen.'

Hij aarzelt nog wat, maar beseft dat hij nu echt door zijn inleiding heen is. Het moet er maar uit. 'Ik heb twee jongetjes geadopteerd.'

Oh jee, grootvader, moet dat nou. . . flitst door het hoofd. Vooral door de toevoeging dat de jongetjes zeven jaar zijn. Een blonde kaaskop en een Oosters type.

'Ik heb ze geadopteerd in mijn hoofd', vervolgt Groot zijn verhaal. Hij koestert de kinderen, probeert ze op te voeden, te doorgronden, gaat het gevecht met ze aan, en verliest de strijd. Maar hij blijft niet met een kater achter, daarvoor zit de constructie in zijn hoofd te knap in elkaar.

Opvoeder Groot kijkt om zich heen en ziet in de tram een jochie dat zijn uiterste best doet om de aandacht van zijn vader te trekken. Hij kijkt naar de zoveelste oorlogsdocumentaire en ziet tòch nog nieuwe beelden, van jongens die niet weten dat ze ten dode zijn opgeschreven. Hij hoort een vrouw haar kind onredelijk afsnauwen in een supermarkt.

Kortom, hij weet precies hoe hij het met zijn imaginaire zoons moet aanpakken. En toch gaat het niet goed.

Goudreinetten gaat over nestwarmte en onmacht. Het geworstel, de ongemakkelijke glimlach en de ontroering zijn oprecht. Soms wordt de toon verzacht door een Duits lied uit het Marlene Dietrich-repertoire. Met Mein Sohn van Brecht/Eissler worden juist stevige accenten geplaatst.

George Groot heeft graag iemand om zich heen waar hij tegenaan kan hangen, iemand om het geklaag of de pesterijen op te vangen. Dat konden zijn kameraden van Don Quishocking zijn, of Jenny Arean of Adelheid Roosen. Nu staat hij eindelijk solo op het toneel en gebruikt hij het publiek om tegenaan te leunen. Het is een plezierige, tintelende sensatie.

Patrick van den Hanenberg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden