Groot-Brittannië en de EU: De twijfels van een Engelandvaarder

Volkskrant-correspondent Patrick van IJzendoorn dankt het aan de EU dat hij in Engeland woont. Toch heeft een Brexit voor hem, als 'anglofiele romanticus', zijn verleidingen.

Beeld Bier en Brood

Het is aan de Europese Unie te danken dat ik deze zomer, een week na het Britse referendum, in Londen mijn 12,5 jarige huwelijksfeest vier. Dan is het ook ruim 14 jaar geleden dat er een brief van de IND op mijn vloermat plofte met de mededeling, gedaan namens Job Cohen, dat mijn niet-Europese vriendin geen verblijfsvergunning zou krijgen, dit uit onvrede met de fluctuaties van mijn freelance-inkomen. Niets, zo stond er behulpzaam bij, stond me in de weg om mijn heil in den vreemde te zoeken. Het zou Groot-Brittannië worden, waar ik, als een soort politiek vluchteling, met haar kon samenwonen en trouwen, onder het Europese recht op een gezinsleven.

Dat ik hier woon, werk, leef heb ik dus te danken aan de Europese Unie, toch begrijp ik waarom veel Britten overwegen te stemmen voor een Brexit. De keuze voor het eiland was voor ons vanzelfsprekend. Mijn vrouw komt uit een Gemenebestland en van alle plekken biedt Londen de beste plek voor een nieuw bestaan. Ze begon met het verkopen van ijs op Leicester Square en binnen vier jaar tijd werkte ze op het ministerie van Financiën. Zeker in de beginjaren vergaapte ze zich aan hoe ouderwets deze metropool was, vergeleken met haar plaats van herkomst, Kuala Lumpur. De gasmeter die we om de paar dagen moesten opladen bij de avondwinkel, de cheques die we van de belastingdienst kregen, de prachtige dichtsmijtdeuren in de treinen. Maar ook: de vrijheid, de multiculturele onverschilligheid, de georganiseerde chaos.

Engelandvaarder

Ook voor mij was de gang naar het nabije Westen logisch. Sinds mijn tienerjaren ben ik een Engelandvaarder geweest. Regelmatig stak ik de Noordzee over om voetbal- of cricketwedstrijden te bezoeken, maar de meeste indruk maakte een bezoek aan het gerechtshof waar ik eens binnenwandelde voor het smaadproces tussen de cricketgroot-heden Imran Khan en Ian Botham. Het was een genoegen om de dandy-achtige pleiter George Carman aan het werk te zien. De welbespraaktheid, de humor, het achteloze Shakespeare-citaat... Dit was theater. Compleet met pruiken. Ondenkbaar in de Nederlandse rechtbanken waar ik jaren later zou werken als verslaggever.

Het was niet anders in dat andere theater: het Paleis van Westminster. Na schoolreisjes naar de Tweede Kamer en de Brusselse Wetstraat kwam dit als een openbaring. Hier wordt niet vergaderd, maar gedebatteerd. Zonder per se in spoken te geloven, kreeg ik hier de indruk dat de oud-premiers Walpole, Pitt en Palmerston meeluisterden, al dan niet hoofdschuddend. Even betoverend was een bezoek aan 10 Downing Street. De Franse president resideert in een paleis, de Nederlandse premier in een Torentje (dat 'tje vooral) en de Britse prime minister in een huis. Over dit eigenaardige land wilde ik schrijven. Dat was mijn droom.

Mijn indruk kwam overeen met die van Italo Svevo, de schrijver die een eeuw geleden als directeur van een verffabriek in Charlton woonde: 'This England is so different'. Wat vooral opviel, is dat 'conservatief' geen scheldwoord is. In Nederland zijn er weinig ernstiger verwensingen te bedenken dan 'Wat ben jij conservatief zeg!', terwijl dat hier veeleer een compliment is, zolang de 'c' maar geen hoofdletter is. Ik waande me in een land, delicaat balancerend tussen openluchtmuseum en open inrichting, met een levend verleden, of het nu gaat om het succes van Downton Abbey, werkloze antennes op de daken of discussie in herenclubs over de Krimoorlog. Die van 1854.

Het was ook een tijd waarin ik voor het eerst kennis maakte het exotische fenomeen euroscepsis. Na het Verdrag van Maastricht woedde er een strijd in de Conservatieve Partij, een partij van de oude landadel die met geen ander politiek genootschap in Europa te vergelijken valt. De eurogezinde John Major was met een zak vol opt-outs terug gekomen uit de Limburgse hoofdstad - game, set & match, verklaarde hij triomfantelijk - maar er was soevereiniteit ingeleverd. Dat stak mij, anglofiel-in-wording. Hoe bestond het dat die karakterloze torens in Brussel konden prevaleren boven dat neo-gothische paleis van Charles Barry langs de Theems? Het was ook een esthetische kwestie.

Soeverein eiland

Als jonge euroscepticus genoot ik van de redevoeringen in het parlement, in persoon, via de televisie of nalezend in de Handelingen. Het waren geschiedenislessen over 1066 and all that. Rode lijn is de mythe van de Freeborn Englishman op zijn soevereine eiland dat sinds 1066 niet bezet is geweest, op de visite van stadhouder Willem III in 1688 na. Typerend in dit opzicht is een brief die onlangs in de krant stond, van een lezer uit Sussex naar aanleiding van eurogezinde opmerkingen van Emma Thompson. Hij wenste 'de actrice te informeren dat ik ervan geniet om op mijn met cake gevulde, miserabele, oude grijze eiland' te blijven. Ik zal voor een Brexit stemmen om ervoor te zorgen dat het zo blijft.'

Betoverend werkte het politieke theater, maar achter die pracht en praal gaat een boodschap schuil. Een voorbeeld is de deur van The House of Commons die op de Britse versie van Prinsjesdag wordt dichtgegooid in het gezicht van de naderende Black Rod, de afgezant van de koningin die de Kamerleden komt sommeren naar de troonrede in het Hogerhuis te komen luisteren. Dit is het moment waarop de gekozen 'commons' aangeven dat ze onafhankelijk zijn van de kroon. Hierin schuilt de afkeer, zeker bij de Tories, van het feit dat ongekozen autoriteiten uit Brussel zich bemoeien met hun wetgevende werk. Wat zouden ze de deur graag dichtgooien voor Juncker.

Als leerling-euroscepticus kon ik me iets voorstellen bij de argwaan die er op het eiland heerst tegen utopische projecten. Er is in de heuvelachtige geest van de Engelsen geen ruimte voor vergezichten. Als ik het wel heb - ik studeerde filosofie maar maakte het niet af - omschreef Nietzsche Engelse denkers als kruideniersfilosofen (terecht dan ook dat het land een kruideniersdochter als premier kreeg). De Graaf van Onslow verwoordde het sentiment in een Hogerhuis-debat over Europa: 'Wij, staande in de traditie van John Locke, Adam Smith en de vrijheid van het subject, wij zijn in strijd met de nazaten van Rousseau, Nietzsche en Colbert.' Hier gaan filosofen uit van de wereld zoals deze is, en niet van hoe deze zou moeten zijn.

Trauma

Waar de Britten Brussel beschouwen als een afhaaltent, is de eenwording voor de meeste landen een vorm van traumaverwerking, een gevolg van de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog. De Britten hebben geen bezetting of dictatuur ondergaan. Voor hen is er geen trauma om te verwerken, behalve het verlies van het Empire. Dat het, een kwart eeuw na het verlies van India, na jarenlang smeken mocht toetreden tot een unie die mede was opgericht door landen als België en Nederland, is een trauma op zichzelf geweest. Het eeuwige gevecht om een status aparte is een roep om erkenning. In de geest van menig euroscepticus zit dat beroemde bordje in Dover: 'Fog in Channel. Continent cut off'.

En aldus spoelde ik in 2003 aan in Engeland: een eurosceptische asielzoeker, op weg om Engelser dan de Engelsen te worden, die gebruikmaakte van het Europese recht. In de jaren daarna zouden honderdduizenden migranten naar het eiland komen, hetgeen de euroscepsis onder de Britten versterkte. Niet uit romantisch-constitutionele overwegingen, maar als bezwaar tegen immigratie. Bij UKIP maakte de historicus Alan Sked plaats voor de populist Nigel Farage. Het werd ongemakkelijk euroscepticus te zijn, te midden van Hongaarse en Finse kennissen. Dat ik als EU-migrant naast een kantoorbaantje aanvullende bijstand kreeg, nu zo omstreden, maakte de situatie er alleen maar bizarder op.

De kust nabij Dover. Beeld reuters

Evenwel, verfrissend vergeleken bij het continent is dat de Engelsen weinig ophebben met openlijk patriottisme. Goede wijn behoeft geen krans. Er is geen nationale feestdag, geen nationaal kostuum en het nationale gerecht is thans chicken tikka masala. Engelsen gaan geen straten schilderen als de nationale voetbalploeg een paar keer wint. Een euroscepticus wordt hier niet meteen geassocieerd met toornige politici, wijsgerige poseurs en lawaaierige omroepmensen. Er klinkt geen roep om dijken te verhogen, temeer omdat de Engelsen daar geen uitblinkers in zijn. Het eerste wat veel eurosceptici in een gesprek doen, is de lof zingen van Hollandse meesters en Italiaanse opera's. Brussel is het doelwit, niet Europa.

Ze lijden aan een zelfvertrouwen dat grenst aan overmoed, zeker sinds de eurocrisis. We zaten goed met onze weigering aan Schengen mee te doen, beweren ze, en door de sterling te behouden. De eurogezinden wijzen erop dat de voorspoed juist te maken heeft met het EU-lidmaatschap, een visie die wordt onderschreven door het bedrijfsleven, door de banken, door de progressieve intelligentsia, door een groot deel van de jongeren, door de inwoners van de Keltische landsdelen en door de gevestigde orde. De vraag is nu: wie zijn de ware conservatieven? Zij die de status quo willen behouden, zoals David Cameron, of die het wilde avontuur zoeken, zoals Boris Johnson.

Gemenebest

Het is een strijd tussen wat de marxist Antonio Gramsci omschreef als het pessimisme van het verstand en het optimisme van de wil. Dat laatste past bij Johnson, die na weer eens te zijn ontslagen ooit zei te hebben ontdekt dat er geen rampen zijn, doch slechts mogelijkheden, 'en inderdaad, mogelijkheden op nieuwe rampen'. Hij is een euroscepticus 2.0. De eurosceptici uit mijn vroege Engeland-jaren wilden terug in de tijd, naar het Engeland van voor de toetreding. Het leverde hun de bijnaam Little Englanders op, niet te verwarren met de personages uit Little Britain. Nu proberen ze zich te profileren als de kosmopolieten die verder kijken dan naar het vasteland.

Dat gaat gepaard met de herontdekking van het Gemenebest, dat sinds de Europese toetreding in 1973 uit zicht was geraakt. Een euroscepticus beweerde dat het voor mensen uit de Gemenebest makkelijker moet worden zich in het moederland te vestigen, een geluid dat voor mij een persoonlijk tintje heeft. Jarenlang hebben een neefje en nichtje van mijn vrouw bij ons ingewoond. Na hun studies werkten ze respectievelijk als boekhouder en assistent-manager bij een Hongaars restaurant in Soho, totdat ze te horen kregen dat hun visa niet zouden worden verlengd, leidend tot een emotioneel afscheid. De vraag 'Continent of Commonwealth?' is voelbaar in Huize Iron-thorn.

Wandelend door Greenwich Park dwalen mijn gedachten soms af naar Hendrik VIII, die dit koninklijke park benutte als speeltuin. Hij was de eerste euroscepticus, de koning die om persoonlijke redenen brak met Rome om vervolgens een eigen kerk op te richten. Tegelijkertijd belichaamde deze Tudor de Europese gedachte door zijn huwelijken met Pruisische en Spaanse prinsessen. Wat zou zijn stemadvies zijn? Zelf mag ik niet stemmen op 23 juni, hetgeen een praktische uitvlucht is voor een duivels dilemma. Als anglofiele romanticus heeft een Brexit z'n verleidingen, maar als Europese migrant, die zoveel te danken heeft aan het verfoeide 'Brussel,' zou dat een vorm van verraad zijn.

Hendrik zou me vanuit Greenwich met de boot naar de Tower verschepen.

Beeld epa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden