NieuwsKankermedicijn

Gronings ziekenhuis gaat prijzig kankermedicijn zelf maken met miljoenensubsidie

Het Groningse UMCG gaat met een overheidssubsidie van 30 miljoen euro een veelbelovend, duur kankermedicijn maken voor patiënten in het hele land. Voor het medicijn, dat voor iedere patiënt apart wordt gefabriceerd, moesten tot nu toe steeds bloedcellen worden overgevlogen naar het Amerikaanse lab van de farmaceut.

Coba van Zanten, hoofd biotech, Tom van Meerten, internist hematoloog en Edwin Bremer, hoofd processing utility.Beeld Harry Cock / De Volkskrant

Groningse artsen gaan uitzoeken of zij het medicijn sneller en met een betere kwaliteit kunnen fabriceren, zodat er meer uitbehandelde patiënten mee kunnen worden geholpen. Ze verwachten met hun eigen productie 2,5 ton per patiënt te kunnen besparen.

Het is de derde keer dat een ziekenhuis besluit zelf een prijzig geneesmiddel te gaan maken. Eerdere initiatieven kwamen van het Amsterdam UMC en het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis, maar toen ging het om een middel dat niet (meer) werd vergoed of bestemd was voor een nieuwe groep patiënten. 

Het besluit van het Groningse UMCG is uitzonderlijk omdat het kankermedicijn sinds kort in het basispakket zit en door de zorgverzekeraars wordt vergoed. Dat gebeurde na bijna twee jaar van geheime prijsonderhandelingen met farmaceut Gilead. Volgens het Zorginstituut kost het gemiddeld 330 duizend euro per patiënt.

Antennes

Het gaat om zogeheten CAR T-cellen, een gepersonaliseerd medicijn waarvoor afweercellen van patiënten genetisch zo worden geherprogrammeerd dat ze worden voorzien van antennes die kankercellen herkennen en opruimen. De afgelopen jaren was de behandeling in studieverband beschikbaar; afweercellen van patiënten werden uit het bloed gefilterd, duizenden kilometers verderop door de farmaceut aangepast, teruggevlogen en per infuus toegediend. De behandeling, die nu vooral beschikbaar is voor een bepaald type lymfeklierkanker, geeft verbluffende resultaten, zegt Tom van Meerten, internist-hematoloog in het UMCG. Van de uitbehandelde patiënten is na 2 jaar 40 tot 50 procent nog in leven. Studies wijzen uit dat de behandeling ook succesvol kan zijn bij andere typen bloed- en lymfeklierkanker.

Artsen gaan voor hun onderzoek 299 kankerpatiënten zes jaar volgen, de helft krijgt het eigengemaakte medicijn, de andere helft het medicijn van de farmaceut. Academische ziekenhuizen in Nijmegen, Rotterdam en Amsterdam doen mee. Het getuigt van lef, zegt onderzoeksleider Van Meerten, dat de overheid hen steunt bij het leveren van bewijs. ‘Dit is uniek, de hele wereld kijkt mee.’ De subsidie wordt beschikbaar gesteld door Zorginstituut Nederland, dat waakt over de kwaliteit en betaalbaarheid van de gezondheidszorg, en door onderzoeksfinancier ZonMW. 

Voor de productie van de CAR T-cellen heeft het UMCG het lab aangepast. Een deel van de productie zal plaatsvinden in het Nijmeegse Radboud UMC. Het maakt nogal wat uit, verduidelijkt Van Meerten, als de cellen van patiënten meteen kunnen worden bewerkt en niet hoeven te worden ingevroren en opgestuurd. Patiënten verslechteren vaak snel, door tijdwinst te boeken kunnen meer patiënten worden geholpen. Winst hoeft het ziekenhuis er, in tegenstelling tot de farmaceut, niet mee te behalen. Als na onderzoek blijkt dat de ziekenhuisvariant van het middel kosteneffectief is, zal het Zorginstituut adviseren het te vergoeden.

Flexibeler

Farmaceut Gilead heeft nog niet gereageerd op de Groningse plannen. ‘We zijn niet tegen de farmaceut, we werken goed samen’, benadrukt internist-hematoloog Marie-José Kersten (Amsterdam UMC). Dat CAR T-cellen prijzig zijn is begrijpelijk, zegt ze: de behandeling is, in tegenstelling tot veel andere kankerbehandelingen, eenmalig en moet steeds apart worden gemaakt. ‘We zeggen niet dat hun medicijn te duur is, maar wij zijn waarschijnlijk goedkoper en flexibeler.’ Onlangs heeft Gilead in Hoofddorp een Europees lab geopend voor de productie van CAR T-cellen. Dat zal tijdwinst opleveren, vermoedt Kersten, ‘maar voor de prijs maakt het niet uit.’

Tom van Meerten, internist hematoloog, Edwin Bremer, hoofd processing utility en Coba van Zanten, hoofd biotech, in de omkleedruimte.Beeld Harry Cock

De artsen willen de komende jaren ook uitzoeken of zij het medicijn kunnen verbeteren: 60 procent van de behandelde kankerpatiënten heeft er nu geen baat bij, zegt Kersten, en onduidelijk is hoe dat komt. Misschien vormen betere antennes voor kankercellen de oplossing of moeten patiënten er eerder mee worden behandeld. 

Kersten verwacht dat er per jaar 150 uitbehandelde patiënten met lymfeklierkanker voor CAR T-cellen in aanmerking komen. ‘We gunnen het iedereen, maar we hanteren strenge selectiecriteria. De behandeling is zwaar, patiënten moeten fit genoeg zijn. Hoe hartverscheurend het ook is, soms is de ziekte zo agressief dat deze laatste optie geen zin meer heeft.‘

Pamela Botter ziet dankzij een gepersonaliseerd medicijn haar twee kinderen opgroeien. Beeld Pamela Botter

Uit de praktijk: Pamela Botter (37)

‘Toen ik in het voorjaar van 2016 heel erg moe werd, dacht ik dat het stress was. Maar in september kwam de diagnose: non-Hodgkin. Dankzij chemokuren en immuuntherapie knapte ik op, na een half jaar werd ik schoon verklaard. Maar eind 2017 bleek de kanker terug, in een zeer agressieve variant. Zware chemo’s en een stamceltransplantatie, dat was de enige optie, mijn kans op overleving was  hooguit 15 procent.

‘Van hematoloog Tom van Meerten hoorde ik over CAR T-cellen, toen nog een experimentele behandeling. Het aantal deelnemers was beperkt, maar in Amsterdam was een patiënt niet door de screening gekomen, er kwam een plek vrij. Mijn afweercellen zijn naar Amerika gestuurd, op 24 juli 2018 kreeg ik ze terug. Ik heb nog een foto: een klein, lullig zakje dat mijn leven zou redden.

‘Ik moest zo snel mogelijk hoge koorts krijgen, hadden de artsen gezegd, dat was een teken dat de behandeling aansloeg. In de eerste nacht werd ik zwetend wakker, ik ben daar nog nooit zo blij mee geweest. Een paar weken lang heb ik in quarantaine gelegen, ik ben goed ziek geweest maar het resultaat was ongelooflijk. Nu, twee jaar verder, ben ik nog altijd angstig als er een nieuwe scan wordt gemaakt, maar de artsen zeggen dat de kans klein is dat de ziekte terugkeert. Het voelt alsof ik een bonus heb gekregen, dankzij deze behandeling kan ik mijn twee kinderen zien opgroeien. Dat maakt me zo dankbaar. Ik heb een kans gekregen en die gun ik iedereen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden