GRONINGER MUSEUM

Het Groninger Museum was vijf jaar geleden spraakmakend door een sensationeel nieuw gebouw en exposities die de kunstwereld tegen de haren in streken....

VOORJAAR 1999. Het Groninger Museum, eens de trots van de stad, verkeert op de rand van het bankroet. Het heeft op stel en sprong miljoenen nodig, anders is het nog voor de viering van het vijfjarig bestaan van de nieuwbouw, eind oktober, failliet. De tekorten zijn in de maanden ervoor snel opgelopen, ook als gevolg van een overstroming van een van de paviljoens - iets wat de bouwers van het museum voor onmogelijk hielden. Er komen minder bezoekers, er is te veel personeel, het gebouw staat te 'veraffelen', in de woorden van oud-directeur Frans Haks. De aantrekkingskracht van Gronings publieksmagneet nummer 1 lijkt uitgewerkt.

In de maanden erna werken museumbestuur en gemeente aan een reddingsplan. Uiteindelijk komt er zes miljoen gulden op tafel, in de vorm van een zachte lening, een bijdrage uit de rampenpot en verhoogde subsidies. Uit Hilversum komt Kees van Twist, na een ruzie bij de AVRO opgestapt als hoofd cultuur en amusement televisie. Een manager met liefde vóór, maar weinig verstand ván kunst. Is hij wel de man die het museum uit het moeras kan trekken?

Herfst 1994. De nieuwbouw van het Groninger museum is af. In de zwaaikom van het Groninger verbindingskanaal is tegenover het monumentale NS-station een postmodern sprookjeskasteel verrezen in schreeuwende kleuren. Het heeft acht jaar geduurd, maar de droom van Frans Haks is verwezenlijkt. Het museum is van meet af aan een succes. In het eerste jaar trekt het 360 duizend bezoekers.

Haks heeft in de jaren ervoor het Groninger Museum van een provinciaals museum veranderd in een instituut dat nationaal de aandacht trekt. Als een van de eersten haalt hij graffiti het museum binnen. Onder de titel What a wonderful world! toont hij in 1990 het eerste decennium van de videoclip. 'Mensen die filmpjes-bij-popmuziek beschouwen als kunst, moeten met een lampje worden gezocht', schrijft de Volkskrant een jaar later.

Haks legt van meet af aan grote belangstelling aan de dag 'voor alles wat in het reguliere (door de goede smaak dichtgetimmerde) kunstcircuit als volstrekt not-done werd beschouwd', noteert Ad de Visser in zijn boek De tweede helft, over de beeldende kunst na 1945.

Haks' opvattingen leiden tot verzet. Conservatoren waarschuwen in 1991 dat het nieuwe museum een 'Frans Haks-museum' dreigt te worden waar de directeur 'zijn variété vertoont'. Ze zijn bang dat de regionale, conserverende en wetenschappelijke functies van het Groninger Museum het onderspit delven tegen Haks' voorkeur voor actuele moderne kunst. Maar Haks zet door. De Italiaan Alessandro Mendini wordt hoofd-architect, Michele de Lucchi en de architectengroep Coop Himmelb(l)au bouwen paviljoens, Philippe Starck verzorgt een deel van de inrichting.

Het on-Nederlandse gebouw maakt de tongen los. Het is een bruidstaart in een plas chocoladesaus, spektakelstuk, protserig, nichterig, moskee in de woestijn, wangedrocht, aanslag op de stad, opgeblazen kunstwerk, sexy, plezierig, opwindend, modieus, gedateerd, roomsoezenarchitectuur.

'Ik wilde een Utopia bouwen, een toevoeging aan de Nederlandse bouw, een oase in de eenvormigheid', zegt Haks. 'Iets wat in vakkringen met afschuw bekeken zou worden.' Dat lukte hem. Architectuurcriticus Hans van Dijk schrijft in het Jaarboek van de architectuur 1994-1995: 'Binnen de architectuurdiscussie figureert het als een perversiteit, een exces of - op zijn gunstigst - als een verjaardagstaart die razendsnel ten prooi valt aan de boulimie van de feestgangers.'

Vijf jaar later staat voor architecten vast dat met het museum geschiedenis is geschreven. Sjoerd Soeters, maker van het uitbundige Circustheater in Scheveningen: 'Haks doorbrak het dogma van de brave, witgeschilderde museumarchitectuur met zijn pretenties van opgedirkte ernst, waar kunst heilig is op een protestants-christelijke manier en begiftigd met een enorm zondebesef.'

Met zijn Nederlandse variant op de Disney-architectuur, vindt Winy Maas van MVRDV (onder andere Villa VPRO), heeft Haks het beeld van de modernistische museumarchitectuur gecorrigeerd. Niet dat het ontwerp veel navolging heeft gekregen. 'Het is een leuk curiosum', zegt Maas. 'Het is goed dat het er is, omdat het afwijkt van de gevestigde orde. En het is daarom ook goed dat je het niet nogmaals wilt'.

Haks heeft bewezen dat je voor een gebouw van gewicht de durf moet hebben om te experimenteren, vindt architect Wiel Arets. Hij vergelijkt het met het Guggenheim-museum, dat Bilbao identiteit heeft verschaft. 'Eerst kwam er niemand naar die stad, nu komt men massaal. Niet voor de stad, niet voor de collectie, maar voor het gebouw.'

Haks mag niet lang genieten van zijn nieuwe museum. Hij wordt in 1993 samen met zijn vriend veroordeeld wegens steunfraude, maar in hoger beroep vrijgesproken. Tussen de twee rechtszaken door heeft de gemeente hem gedwongen per 1 juli 1996 afstand te doen van zijn directeurschap. Maar al een maand na de opening van het nieuwe museum, in oktober 1994, krijgt Haks hartklachten. Daarmee beginnen ook de problemen voor het museum.

Haks keert nog wel terug, maar in feite is een lang, directeurloos tijdperk begonnen. Haks' opvolger, Reyn van der Lugt, treedt aan in 1996, maar wordt een jaar later ernstig ziek. Hij keert niet meer terug. Opnieuw begint een zoektocht naar een nieuwe directeur, die uitmondt in de benoeming van Van Twist per 1 augustus 1999.

'Het museum is stuurloos', zegt kunsthistoricus David Strooband van het Groningse kunstenaarsinitiatief Niggendijker. 'Het staat het niet meer op de kaart, zeker internationaal niet. Het ontbreekt er aan visie, er zit geen scherp kantje meer aan, het sensationele staat te veel op de voorgrond met Serrano's plasseks en Clarks naakte pubers.'

Van een provinciaals museum naar internationale allure en weer terug? 'Shocking. En pertinent onjuist', wijst Mark Wilson, curator actuele kunst van het museum, de kritiek van de hand. 'Kijk alleen maar naar de tentoonstellingen waarvoor ik verantwoordelijk was: Micha Klein, Andres Serrano, de mode-ontwerper Azzedine Allaïa - niemand wist wie hij was. Het retrospectief van Larry Clark was het eerste ooit in de hele wereld. Haks zei dat hij het net zo zou hebben gedaan, als hij niet was weggegaan.'

Precies om die reden besloot Wim van Krimpen, directeur van de Rotterdamse Kunsthal en van het Fries Museum in Leeuwarden, dat hij geen directeur van het Groninger Museum wilde worden. 'Het is me te veel een Frans Haks-museum. Van Twist onderschat vrees ik de opgave om het museum weer de uitstraling te geven die het in de begindagen had. Hij heeft veel charme, maar hij is ook naïef. Een voorkeur heeft hij niet. En dat is precies wat je nodig hebt om een museum belangwekkend te houden. Het heeft geen enkele zin om publiciteitsgrapjes tot in de eeuwigheid te herhalen. Nu is het Groninger Museum een beetje uitgeplast.'

'Die lange, directeurloze periode was slecht voor het museum', beaamt wethouder Pattje van Kunstzaken. 'Met name voor de marketing en de public relations bestond te weinig aandacht.' Maar dat is volgens hem niet de enige oorzaak van de problemen. De inkomsten van het museum liepen terug doordat er minder bezoekers kwamen, al is meer dan 200 duizend per jaar nog altijd een respectabel aantal. Het onderhoud aan het gebouw was duurder dan verwacht en door de grote drukte in het begin was te veel personeel aangenomen, dat nu zwaar op de begroting drukt.

Groningen moet het museum redden, het heeft geen keus. Niet alleen artistiek, maar ook economisch is het van groot belang. 'Het museum heeft Groningen mede op de kaart gezet', zegt Pattje. Bovendien is het Groninger volgens hem een van de minst gesubsidieerde musea. Is bij andere musea de verhouding subsidie/eigen inkomsten 80 tegen 20 procent, in Groningen is het 58 tegenover 42 procent. Dat zal veranderen, nu het museum per jaar drie ton meer zal krijgen.

Nazomer 1999. 'Er zijn hier zoveel specialisten, aan nog een was geen behoefte', zegt Kees van Twist, de nieuwe directeur van het Groninger Museum. 'Er is behoefte aan iemand die beleid kan maken', zegt hij over de angst dat een manager niet spraakmakend kan zijn. Van Twist werkt hard aan een business-plan. Hoeveel tentoonstellingen wil hij per jaar maken, met hoeveel mensen en hoeveel gaat dat kosten, willen gemeente en provincie weten. Een nieuwe crisis moet koste wat het kost worden voorkomen.

Van Twist streeft naar 'een gezonde verhouding' tussen het gebouw en de tentoonstellingen. 'De aantrekkingskracht van het gebouw was in de eerste jaren groot, nu moeten we het publiek interesseren voor de tentoonstellingen en de collectie.' De aandacht voor de allernieuwste moderne kunst blijft. 'We willen trendsettend zijn, dus riskant programmeren, maar ook publieksgericht.' Design, mode, fotografie en actuele hedendaagse kunst blijven belangrijke gebieden.

De nieuwe directeur is niet bang voor de invloed van zijn voorganger Haks, nu gast-conservator van het museum. 'De tentoonstelling die hij maakt over zijn aankoopbeleid heet ''Haks was here'', voltooid verleden tijd, en dat is het ook echt.'

Daar denkt de oud-directeur net iets anders over. 'Of ik nog lang blijf? Ach, ik heb geen idee hoe het zal bevallen over en weer.' Over zijn contacten met Van Twist zegt hij: 'We praten over wat je wel en niet moet doen in dit gebouw. Dit is geen museum van alledag. Niet alleen de vorm, maar ook de wijze van bespelen is anders. Wat wel en niet kan ligt vrij scherp, maar dat kun je leren. Kijk, er zijn veel violisten en veel vioolleraren. Maar dit instrument, dit museum, is uniek.'

Haks is enthousiast over conservator Mark Wilson. 'Hij heeft haarscherp mijn lijn voortgezet. Serrano en Micha Klein zijn voorbeelden van echte kunst in de twijfelzone, kunst die verketterd wordt.' Of die lijn wordt voortgezet, hangt volgens Haks af van het 'theewater' van Van Twist. 'Als dat goed is, kan hij afgaan op anderen.' Op de vraag of hij daarmee Wilson bedoelt, antwoordt Haks bevestigend: 'Het is maar een klein clubje dat het profiel van het museum bepaalt. Je moet naar heel veel mensen niet luisteren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden