Groninger geniet van vernieuwde binnenstad

Rond middernacht vaart een bootje door de stadsgracht van Groningen langs het paviljoen dat de komende weken dienst doet als drijvend theater....

Van onze verslaggever

Wio Joustra

GRONINGEN

Op een terras bij een openbaar toilet van melkglas met een stalen dak en grote blauwe foto's die de eeuwige strijd tussen man en vrouw uitbeelden, genieten Groningers na. Op de opvarenden van het bootje na. Bullshit roepen ze een keer of vier heel hard en verdwijnen vervolgens in de nacht.

Het is een typisch Gronings protest: duidelijk, maar met zo weinig mogelijk woorden. Het even hilarische als onthutsende tafereel staat voor nog een typisch Groningse eigenschap: 'stadjers' vinden iets mooi of lelijk; een tussenweg lijkt niet mogelijk. Zo was het met het Gronings Museum.

En zo is het nu met het Waagstraatcomplex, de nieuwe 'huiskamer' van de stad die eind september met de opvoering van de opera Norma van Vincenzo Bellini officieel wordt geopend.

Het museum van Alessandro Mendini in het Verbindingskanaal stond gedurende de plannings- en bouwfase centraal in de publieke discussie: protserig en camp tegenover uniek en creatief. Een discussie die overigens snel verstomde zodra bleek dat het museum als een krachtige magneet honderdduizenden bezoekers naar de stad trok.

Het Waagstraatcomplex, dat als het ware het neo-klassieke stadhuis uit het begin van de vorige eeuw aan de Grote Markt omarmt, houdt juist de architectuur bezig: van 'Bravo, Groningen zet de Toon' tot 'Slopen Maar Weer' (Bram Buunk en Wim Knoops tegenover Otto Das, onlangs in de Volkskrant).

Het volk bromt deze keer niet. Het slaat zichzelf juist op de borst dat het in een voor een dergelijk bouwwerk uniek consultatief referendum voor het ontwerp van Adolfo Natalini heeft gekozen en niet voor dat van - de Nederlanders - Jo Coenen, Gunnar Daan of Koen van Velsen.

Dat de gemeenteraad niet de keuze van de deskundige jury (Daan) volgde maar die van de bevolking (ruim 80 procent voor Natalini), is wel een cultureel festijn van een miljoen of drie waard.

Dat festijn, A Star is Born, heeft de afgelopen weken zo veel positieve publiciteit opgeleverd dat de zesde stad van het land de warme nazomer in een euforische stemming beleeft.

De voltooiing van het Waagstraatcomplex - winkels, horeca, appartementen en kantoorruimte voor de gemeente - valt samen met de vervolmaking van de binnenstad onder de noemer Binnenstad Beter.

'De stad als podium. Groningen neemt dat letterlijk. Groningen is koploper', schreef het opinieweekblad Elsevier onlangs. Stedenbouwkundige Maarten Schmitt vindt de euforie in ieder geval terecht waar het de integratie van ruimtelijke ordening en cultuur betreft.

'De aanpak van het stadshart is erop gericht de stad haar functie als maatschappelijke en culturele pleisterplaats terug te geven. Dat doet Groningen meer dan welke andere stad in Nederland', aldus Schmitt.

De suggestie van Groningen als modelstad voor het invullen en benutten van de openbare ruimtes gaat Ed Taverne, hoogleraar architectuurgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen te ver. Hij noemt in Nederland Rotterdam en in Europa Barcelona als sprekender voorbeelden van de ontwikkeling van een geheel eigen, culturele identiteit.

'Maar', voegt Taverne eraan toe, 'het is heel fascinerend dat in Groningen op dit moment dingen kunnen gebeuren die elders niet van de grond komen. Groningen heeft een hoog ambitieniveau. Maar dat kan ook niet anders vanwege de bijzondere positie ten opzichte van het westen, zonder structurele verbindingen met of off-spring van de Randstad. Het vereist extra, bijna anti-cyclische inspanningen om geen Leeuwarden te worden.'

Taverne prijst de stadsbestuurders dat ze voor de moeilijke weg hebben gekozen en een beleid hebben gevoerd dat van vitaal belang was voor de overleving. 'Groningen is een regionale stad, afhankelijk van zijn ommelanden. De stad ligt als een spin in het web. Die positie is heel essentieel.

'De stad heeft zich tijdig gerealiseerd dat stadsvernieuwing op zich niet voldoende was om de economische positie te handhaven. Vanaf het midden van de jaren tachtig is men een proces van stedelijke vernieuwing gestart, gericht op handhaving van diverse hoogwaardige voorzieningen.'

Een soortgelijk proces deed zich, op grotere schaal, voor in Rotterdam. Maar het unieke van Groningen is het compacte karakter van de stad, dat volgens Taverne voordelen bood die optimaal zijn benut. Zo gokte Groningen boven zijn eigen krachten in de keuze van architecten en zette de stad hoog in in het schuifspel met beleggers en projectontwikkelaars.

Taverne: 'Bovendien, en dat is het unieke van Groningen, werd in een vroege fase de verbinding gemaakt tussen ruimtelijke ordening, cultuur en architectuur. Die vakgebieden werden met elkaar verbonden, bijvoorbeeld in de videopaviljoens in de stad, de stadsmarkeringen aan de uitvalswegen en nu weer in A Star is Born. Het beleid wordt zichtbaar gemaakt en onder het volk gebracht. Meer dan waar ook in Nederland zijn die vakgebieden in Groningen inzet geworden voor de economische politiek.'

En zo geniet Groningen, soms ingetogen, soms ook een beetje exhibitionistisch van zijn eigen, vernieuwde stad waarin alles zich rondom het hart afspeelt. Het vernieuwde academisch ziekenhuis, na Rotterdam het grootste van Nederland, is niet neergekwakt in de polder maar gefaseerd herbouwd op precies dezelfde plek waar het al decennia staat: 'Een stad binnen de stad', compleet met parkeergarage, geldautomaten, een heuse winkelstraat met een filiaal van de grootste kruidenier van Nederland en een gezellig terras in de ontvangsthal.

Zelfs oud-directeur Frans Haks had het museum liever aan de rand van de stad gezien dan er midden in. Toch blijkt de omstreden situering tussen centraal station en singels een gouden greep te zijn geweest. Waar anders dan in Groningen worden grootwinkelbedrijven in combinatie met parkeergarage en Stripmuseum gepland op loopafstand van de binnenstad.

En het Waagstraatcomplex? Het toont aan dat er grenzen zijn als de overheid in zee gaat met beleggers op de gevoeligste plek van de stad. 'Buitengewoon vulgaire architectuur die voortkomt uit hoe een Italiaans architect denkt dat ons verleden er heeft uitgezien', moppert Taverne.

Maar ook hij moet toegeven dat de kwaliteit en uitstraling op straat- en winkelniveau 'van een allure zijn die ik nergens in Nederland terugvind'. En daar gaat het de trotse Groningers tenslotte om.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden