Grondoffensief

Natuur Reportage Eli Heimans-route

Hij overleed plotseling, vandaag precies honderd jaar geleden, en toen moest Eli Heimans nog uitgroeien tot wat hij vandaag is: natuurbeschermer van het eerste uur.

Het begint direct goed: honderd meter lopen vanaf de parkeerplaats in Mechelen, over een pad door een weiland, een draaihekje door, voorbij wat koeien, en daar is de meanderende Geul al, het geluid van het kabbelende water overstemd door het ochtendconcert van meesjes, vinken en merels. Glooiend landschap met kruidenrijke hooilanden, kleurrijk ook, met ratelaar en echte koekoeksbloem, en langs een zijstroompje watermunt, harig wilgenroosje, grote kattenstaart en andere wilde planten, met heggen, houtwallen en bosjes, en een enkel wit vakwerkhuisje. Dit is het Zuid-Limburgse heuvellandschap waarin Eli Heimans (1861-1914), onderwijzer en natuurbeschermer, zich thuis voelde, meer dan een eeuw geleden. Al woonde en werkte hij in Amsterdam.


Heimans zette de bijzondere vegetatie en de geologie van Zuid-Limburg op de kaart, en stond aan de basis van de huidige populariteit van de regio. Zijn 100-jarige sterfdag, vandaag, wordt hier dan ook volop herdacht. Ook in de rest van het land organiseren natuurverenigingen het hele jaar door excursies en lezingen in het kader van het Heimansjaar. Daarnaast publiceerde de Heimans & Thijsse Stichting in het kader van het herdenkingsjaar een minibiografie over Eli Heimans, van de biologe Marga Coesèl: Eli Heimans, uit de schaduw van Jac. P. Thijsse. Dat impliceert dat Heimans in de schaduw stond van zijn fameuze geestverwant Thijsse, en zo is het ook. Maar daarover later meer.


Eerst voert de wandeling, speciaal uitgezet vanwege het Heimansjaar door de Wageningse ecoloog Frank Berendse, langs watermolen de Volmolen, waar we vergeefs speuren naar de grote gele kwikstaart, en blijven we de Geul nog een kilometer lang her en der kruisen. Af en toe, op zogeheten audiopunten, begeleid door een vrouwenstem op de app, die de zeldzame en minder zeldzame plantensoorten die langs de oevers van de Geul bloeien keurig opsomt: zinkviooltje, kruisbladwalstro, koninginnekruid, vlasleeuwenbek, reuzenbalsemien, kleine watereppe, beekpunge, zeegroene rus, wilde marjolein, grote kaardenbol. We herkennen lang niet alle soorten, en veel planten staan in de zomer niet meer in bloei, maar het totaalplaatje is evenzogoed mooi genoeg.


Dan, al vroeg in de route, komen we bij de Heimansgroeve, waar de in Nederland oudste gesteenten uit het Carboon (350-300 miljoen jaar geleden gevormd) aan de oppervlakte komen. In deze groeve deed Eli Heimans zijn belangrijkste ontdekking. Hij vond een in deze streek tot dan toe onbekende fossiel, een brachiopode, een eerste bewijs dat hier vroeger zee was. Heimans had in zijn latere leven interesse opgevat voor de relatie tussen bodemgesteldheid en het voorkomen van specifieke planten en dieren, wat destijds vrijwel nieuw was. Als het even kon, ging hij naar deze streek, waar de plantenrijkdom groot was en is, vanwege hoogteverschillen, de variaties in nat en droog en vanwege de kalksteen die hier in de Krijtperiode, zo'n 100 miljoen jaar geleden, is afgezet. In 1911 verscheen Uit het Krijtland, een ode van Heimans aan het Limburgse mergelland, dat destijds nog vrijwel onbekend was in de rest van Nederland. Zelf werd Heimans in Amsterdam vaak overvallen door een enorme drang naar 'buitenstudie' in Limburg, 'zo plotseling als een zenuwschok'.


De vrouwenstem die ons begeleidt maakt melding van de mogelijkheid van een groene specht, en zowaar, daar horen we zijn roep, en even later zien we hem ook in een boomkruin schieten. Vervolgens voert het pad langs populieren met maretakken, daarna nemen we afstand van de Geul, over een holle weg lopen we dan omhoog, zowat tot aan de Belgische grens. Aan variatie geen gebrek, we kijken uit op de uitlopers van de Ardennen, links van ons zien we de heuvels van Vaals.


'Zonder Heimans zou ik nooit geworden zijn wat ik nu ben', liet Jac. P. Thijsse, de bekendste Nederlandse natuurbeschermer, niet na te vertellen. Thijsse, net als Heimans onderwijzer, verwierf na de dood van zijn kompaan roem door de Verkade-albums. Maar hij was de eerste om toe te geven dat de bescheiden, minder extroverte en volksere Heimans vaak de initiator en de ideeënman was, die bovendien veel van het inhoudelijke werk voor zijn rekening nam in de jaren dat ze intensief samenwerkten. De twee onderwijzers ontmoetten elkaar in Amsterdam in 1893. Thijsse schreef over die ontmoeting: 'Ik (...) maakte op een vergadering kennis met Heimans, een klein zwart joodje met een gouden bril, ongelooflijk kwiek en wakker, en die met een zorgeloos, vriendelijk, half spottend glimlachje mijn complimentjes over zijn boekje aanhoorde (...).'


Heimans, die erg populair was bij zijn leerlingen, had toen net een lesmethode bedacht om het natuuronderwijs toegankelijker te maken voor stadskinderen. Daarbij ging hij uit van de natuur zelf, hij liet de leerlingen zien dat planten en dieren geen op zichzelf staande individuen zijn, maar levende wezens die met elkaar levensgemeenschappen vormen, destijds een nieuwe gedachte. Heimans baseerde zich onder meer op een boekje van de Duitse pedagoog en schoolleider Friedrich Junge over een dorpsvijver als levensgemeenschap. De levensgemeenschap die Heimans gebruikte, was die van het net aangelegde Sarphatipark. Heimans beval zijn collega's aan bloemen en planten mee te nemen naar de klas en om de kinderen, die, zo merkte hij op, helemaal niets van natuur wisten, mee naar buiten te nemen.


Dat gebeurde in een periode dat Amsterdam dankzij de opkomende industrie razendsnel groeide, de stad was overvol, fabrieksarbeiders en de kinderen aan wie Heimans les gaf, woonden onder erbarmelijke omstandigheden, de grachten stonken, ecolinten bestonden nog niet en Heimans wist na schooltijd niet hoe snel hij de rand van de stad moest bereiken, waar hij nog wel natuurschoon aantrof.


Het had Heimans de nodige tijd gekost om zich thuis te gaan voelen in Amsterdam. In en rond Zwolle, waar hij opgroeide in een orthodox-Joods gezin, trok hij er als kleine jongen al op uit en later, toen hij veel op pad moest om stoffen op te halen en weg te brengen voor de stoffenververij van zijn vader, begon hij met behulp van een floraboekje met het determineren van de plantjes die hij onderweg zag. En aan plantenrijkdom was toen geen gebrek aan de oevers van de Vecht, in de nabije omgeving van Zwolle. Als zoveel tijdgenoten raakte Heimans in de ban van de theorieën van Charles Darwin, en die lieten zich moeilijk verenigen met het Bijbelse verhaal; hij zwoer het geloof dan ook af.


Uiteindelijk vond Heimans zijn plek in Amsterdam. Hij vond ook dat je natuur pas echt kon waarderen als je er niet dagelijks in verkeert. Planten en dieren en boeken waren ook niet genoeg voor een 'denkend mensch', stelde hij: 'Je moet er de menschen bij hebben (...)'. Het 'biologisch reveil' in die jaren, waarvan Heimans en Thijsse de aanjagers waren, viel niet voor niets samen met de opkomende industrialisering en de massale trek naar de stad. Van de weeromstuit ontstond er bij stedelingen een herwaardering voor de natuur.


Thijsse en Heimans werkten in de jaren na hun eerste ontmoeting nauw samen. Ze waren geen wetenschapper, maar des te meer waren ze als onderwijzer gericht op het zo aantrekkelijk mogelijk overbrengen van kennis. Ze begonnen direct aan een serie boekjes over gewone, inheemse planten en dieren, bedoeld als 'uitspanningslectuur voor jongelui'. Met succes, de serie boekjes onder de noemer Van vlinders, bloemen en vogels, beleefden vele herdrukken, vooral de titel In sloot en plas bleek erg populair, lang niet alleen onder 'jongelui.' De boekjes waren rijk geïllustreerd en rijkelijk voorzien van anekdotes, destijds ongekend.


Heimans nam ook het initiatief voor de oprichting van het tijdschrift De Levende Natuur, ondertitel: Tijdschrift voor natuursport. Een soort Vroege Vogels op papier, kun je nu zeggen. Lezersvondsten van zeldzame plant- en diersoorten kregen een enthousiaste vermelding in het blad, wat weer een groeiende belangstelling voor veldonderzoek met zich meebracht. Heimans en Thijsse waren ongekend productief in die jaren, anderen spraken zelfs van 'De firma Heimans en Thijsse'.


Los van hun boekjes schreef Heimans wekelijks in De (Groene) Amsterdammer en Thijsse in het Algemeen Handelsblad. In 1898 trokken de twee onderwijzers samen naar Zuid-Limburg, in het kader van de research voor weer een andere boekje, Geïllustreerde Flora van Nederland. Daar werd Heimans getroffen door de planten- en dierenrijkdom in deze regio, die hij nu ook beter dan voorheen kon plaatsen. Hij zou er nog vaak terugkeren.


Intussen, bij het Terzieterbeekje, gaat het langs essen, haagbeuken, meidoorns en hazelaars. En op de oevers bloeien volgens de begeleidende tekst bijzondere planten als bosbingelkruid, bittere veldkers, verspreidbladig goudveil en wijfjesvaren. De moesdistel bloeit hier, Heimans trof deze zeldzame plant aan op precies dezelfde plek en deed er melding van in zijn boek. Begeleiding is er ook van de geur van koeienmest van de belendende boerderij. Dan voert de route naar het Bovenste Bosch, met wederom een uitkijkpunt en een kalksteengroeve. Dan verder door het bos en onder begeleiding van zwartkopjes, vinken en fluiters langs de randen van het Onderste Bosch, met her en der een korenveld, een bloemrijk weiland met een waas van geel, rood en blauw en de onvermijdelijke maisakker. We ontwaren bramen en frambozen, boven elk stukje bos vliegt inmiddels een buizerd en her en der een torenvalk, zelfs menen we een wespendief te zien.


Dat Eli Heimans te boek staat als popularisator van 'natuurstudie' en minder als natuurbeschermer van het eerste uur, zoals Jac. P. Thijsse, ligt niet alleen aan hemzelf. Hij was net als Thijsse aanwezig bij de oprichtingsvergadering van de Vereniging Natuurmonumenten in 1905, maar hij werd niet in het bestuur gekozen, in tegenstelling tot Thijsse. Antisemitische overwegingen speelden daarbij mogelijk een rol.


De wegen van Heimans en Thijsse liepen inmiddels ook wat uit elkaar. Thijsse was naar Bloemendaal verhuisd en legde zich meer toe op de vogelstudie. Heimans richtte zich op de geologie. Thijsse schreef daarom ook meer over de duinstreek en de Waddeneilanden en Heimans over Oost-Nederland en Zuid-Limburg.


Eli Heimans overleed plotseling, tijdens een geologische excursie in de Eifel, hij was 53. Zijn vroege dood en de latere populariteit van de Verkade-albums van Jac. P. Thijsse, leidden aanvankelijk tot relatieve vergetelheid, maar dat is inmiddels veranderd. In kringen van natuurbeschermers worden Heimans en Thijsse tegenwoordig in een adem genoemd. Bovendien geldt Heimans tegenwoordig als de grondlegger van de moderne natuureducatie.


Tegen het einde van zijn leven maakte Heimans zich overigens geen illusies over de resultaten van zijn werk. De boekjes van hemzelf en Thijsse, stelde hij, kwamen alleen terecht bij 'de kinderen der gegoeden' en niet bij hen 'die een omgang met de natuur het meest nodig hebben.' Veel onderwijzers zagen het nut ook niet in van natuuronderwijs, had hij gemerkt, bovendien wisten onderwijzers en leraren zelf vaak nauwelijks iets van het leven van planten en dieren. En dan kostte natuuronderwijs ook nog eens geld. Het leek, kortom, wel 2014 in 1911, toen hij dit opschreef.


We zijn inmiddels aanbeland bij het belangrijkste horecapunt op de route, de Gerardushoeve, ideaal gelegen, als tweederde deel van de route is afgelegd. Vanaf het terras wederom uitzicht op de heuvels van Vaals. Daarna gaat het nog voor het Kruisbosch langs, over een zandpad langs graften, steile hellinkjes met daarboven een heg. Her en der een 'glijbaantje' waarover dassen zich, 's ochtends vroeg en 's avonds, van de helling laten vallen. Als we even later het gehucht Bissen bereiken en vervolgens via een zijstroompje van de Geul weer uitkomen bij het beginpunt, luidt onze conclusie: dit is een van de mooiste natuurwandelingen in Nederland.


Voor dit verhaal is onder meer gebruik gemaakt van het boek Eli Heimans, uit de schaduw van Jac. P. Thijsse van Marga Coesèl. Een uitgave van de Heimans en Thijsse Stichting, 2014. heimansenthijssestichting.nl


In het Geuldal is ook een kortere route van 6 kilometer, van Natuurmonumenten. Zie: natuurmonumenten.nl/natuurgebied/geuldal/route/wandelroute-door-het-geuldal-bij-epen

Extra: App

De app 'Natuur in NL' hoort bij het boek Natuur in Nederland van de Wageningse ecoloog Frank Berendse. De Heimans-wandeling is een van de natuurroutes op de app. De gratis app biedt een een routebeschrijving met kaart, illustraties van planten die onderweg te zien zijn en vogelgeluiden. Wie niet voortdurend met zijn mobiel in de hand wil lopen - of niet wil luisteren naar de teksten - kan de route ook downloaden en printen via natuurinnederland.nl (route: het zuidelijke Geuldal). De vogelgeluiden en de illustraties ontbreken. De Heimansroute is een wandeling van 15 kilometer, inclusief hoogteverschillen.

Extra: Heimansjaar

Het honderdste sterfjaar van Eli Heimans wordt deze week in en rond Epen herdacht met excursies en tentoonstellingen. Zie voor het programma op eliheimans.nl.


In het Natuurhistorisch Museum Maastricht is er tot en met komende zondag een mini-expo over Eli Heimans. Het hele jaar door organiseren afdelingen van de KNNV (vereniging voor veldbiologie) en het IVN (instituut voor natuureducatie en duurzaamheid) activiteiten in het kader van het Heimansjaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.