Grolloo

Avond in Grolloo, Drenthe. Sneeuw kraakt onder de schoenen bij de bushalte in de Hoofdstraat, schuin tegenover café-restaurant-slijterij Hofsteenge. Duisternis en stilte zijn compleet....

Twintig meter voorbij de bushalte staat een borstbeeld van Harry Muskee, de blueszanger die hier in de jaren zestig met Cuby and the Blizzards het legendarische album Groeten uit Grolloo opnam. Aan de voet van het beeld liggen wat bloemen, hoewel Harry verre van dood is, sterker nog - hij woont hier vlakbij, in Rolde.

In Hofsteenge klinkt bij binnenkomst Neil Diamond: Sweet Caroline, good times never seemed so good. Aan de grote tafel bij het biljart zit een groep van een man of acht schnitzels te eten. Aan de bar hangt een jongen van een jaar of twintig, het haar nat en keurig gekamd. Twee obers houden de wacht. Ze dragen lichtblauwe overhemden en donkerblauwe stropdassen. De oudste van de twee heeft een snor.

De mooiste details in de grote gelagkamer zijn de groene vloerbedekking, de foto's van Muskee en motorrijder Egbert Steuer (hij woont een paar boederijen verderop) aan de muur, de kleine, houten vitrinekast achter de bar waarin vier rollen King-pepermunt liggen en het bijzettafeltje naast de bestekbak waarop een paar bussen poedersuiker en twee flessen schenkstroop staan.

De etende groep bespreekt de dingen van de dag: hoe te handelen bij stelende asielzoekers, een concours van dekhengsten, de prestaties van het plaatselijke volleybalteam. Naast hen in het tijdschriftenrek steken beduimelde exemplaren van Aktueel en Panorama.

Twee meisjes van een jaar of zestien komen binnen. Ze gaan zwijgend naast de jongen aan de bar zitten en bestellen niets. De besnorde ober maakt een grapje waar hij zelf een luidkeelse lach voor over heeft. Verder lacht er niemand.

Buiten passeert een auto.

Het licht van de koplampen scheert even langs het borstbeeld van Muskee. Daarna staat hij er weer alleen voor.

Een man komt binnen om een pakje sigaretten uit de automaat te trekken. Hij maakt een kort praatje met de meisjes, het woord 'volleybal' valt. Dan verdwijnt hij weer.

De meisjes laten zich even later ook van hun barkrukken zakken. Zwijgend ritsen ze hun jassen dicht. Ze hebben hippe rugzakjesen wijde pijpen aan hun broek. Ze verlaten de zaak op de klanken van Don't it make my brown eyes blue.

Nu is er alleen nog de jongen aan de bar. Een van de obers brengt hem een bord eten waar hij hongerig op aanvalt. Minutenlang is dit de enige actie in de zaak, het gesprek aan de tafel bij het biljart niet meegerekend. Beide obers kijken toe hoe het eten verdwijnt.

Als de jongen klaar is, schuift hij het bord van zich af, een heel duidelijk, klassiek gebaar. Hij neemt weer exact dezelfde hangende houding aan als voordat hij ging eten. De jongste ober pakt het bord en loopt er mee naar de keuken.

De jongen staat op, trekt zijn jas aan en loopt naar de deur.

'Succes!', roept de besnorde ober hem na.

'Dank u', roept de jongen, 'tot straks.'

De deur gaat open en de jongen verdwijnt in de duisternis. Aan de grote tafel wordt een mop verteld, Elton John zingt en Harry buiten weet dat het goed is zo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.