Column

Groeten van ome Jan, maar dan de zigeunerversie

Op zoek naar het graf van ome Jan, de even markante als merkwaardige en daarom door velen beweende kastelein van het Betondorpse café De Avonden, liepen de Dochter en ik enigszins verloren rond op begraafplaats De Nieuwe Ooster, aangezien het mannetje met de plattegrond de luiken van zijn hok reeds had gesloten toen wij een kwartier voor vijven binnenkwamen.

Beeld Robin de Puy

Ome Jan was een hele grote geweest, met zijn 135 kilo even hoog als breed, maar hier, op deze 33 hectare tellende dodenakker, was zelfs hij over het hoofd te zien. En waar op te letten? Een Amsterdammer was heengegaan, dat zeker, maar betekende dat ook meteen krullende letters en porseleinen duiven? Waarschijnlijker was dat hij, in stijl met zijn onsentimentele inborst ('Flikker mij maar gewoon bij het grof vuil') onder een betonnen plaat met een datum was geschoven.

Maar dan kon je hier lang zoeken.

We liepen.

Langs Jos Brink en Wally - Wladimir - Tax.

Langs het gezamenlijke graf voor soldaten van het Leger des Heils, van wie alleen de naam Majoor Bosshardt een belletje deed rinkelen, al zou ik Brigadier Kattestaart nu vast ook niet meer vergeten.

Langs Amerikaanse eiken en Noorse esdoorns, langs het stationnetje met gieters en het graf met de speelgoedautootjes, net zolang tot ik uitkwam bij de Slavische graven, niet te missen vanwege het glanzend zwarte marmer, de zware pilaren, de frontons en een eindeloze hoeveelheid hoefijzers, dobbelstenen, kaarsen, vazen, bloemen en engelen. De Romanovs lagen er. Koko Petalo ook. En minder bekende goden die aan de gravures te zien veel ontleenden aan hun Mercedes of de gokkast. Zoals de 'vader van Angelo', donkere ogen, vlassige snor, slechts 17 jaar geworden. Als je een plaatje van een gokkast op je graf laat zetten, kun je dat slechte smaak noemen. Maar een leven is tevergeefs geleefd als je je daar nog wat van aantrekt na de dood.

Ik keek naar het asbakje naast het graf, luisterde naar het ruisen van de populieren en wilde net doorlopen toen ik twee mannen in de weer zag bij een van de zigeunergraven. Ze waren klein, gedrongen, met stoppelbaarden en een machtige buik onder een keurig gestreken babyblauw overhemd. Toen ik dichterbij kwam, zag ik dat de een in de weer was met een mop, een emmer en een fles Cif, terwijl de ander een knalroze orchidee uit een Blokkertas haalde. Vanaf het marmer keek de betreurde goedkeurend toe. Hij had zwarte ogen in een goedmoedige kop, een man die zich het leven goed had laten smaken. Ome Jan, maar dan de zigeunerversie.

'Dag mevrouw', zeiden de mannen toen ik voorbijkwam.

Ze bleken broers, de man in het graf was hun ouwe heer. Twee keer per maand kwamen ze langs om de boel bij te houden. 'Onze vader deed alles voor ons', zei de kleinste terwijl hij een Marlboro uit zijn borstzakje haalde. 'Dit is wel het minste wat we terug kunnen doen.' Zijn broer: 'Voor Sinti is zo'n graf heel normaal. In Servië kost het maar 20 duizend euro.' Hier lag dat anders, je zat al snel aan 80 K, maar wat was veel voor iemand die je het leven had gegeven?

Ik wilde net 'niets' antwoorden toen de Dochter zich verslikte in een stuk babybiscuit. Vanuit mijn ooghoek zag ik hoe de broers twijfelden of ze hun blikje Redbull aan moesten bieden. 'Ik heb zelf vier kinderen', zei de kleinste terwijl hij vier vingers opstak. 'Als het mijn tijd is, hoop ik dat ze hier ook samen staan.'

We zeiden gedag, de Dochter zwaaide en ik was al bijna bij de uitgang toen er nog net even een duif op de kinderwagen poepte.

Ome Jan, denk ik.

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden