Groeten uit...

Een parel van het Nieuwe Bouwen, dat is het zomerhuisje dat de familie Dijkstra in 1935 liet bouwen in de duinen van Groet. Erfgoedvereniging Hendrick de Keyser kreeg het min of meer cadeau, om het te bewaren voor later.

'Als de zon schijnt, opent dit huis zich als een bloem', zegt Tjeerd Dijkstra (81). Zijn vader, advocaat te Amsterdam, liet in 1935 dit zomerhuis bouwen. Hij probeert de scharnierende tuindeuren, die op een rails naar buiten moeten schuiven. 'Help even, wil je.'


Pi de Bruijn (69), voorzitter van erfgoedvereniging Hendrick de Keyser duwt uit alle macht mee tegen de stijlen. Zowel De Bruijn als Dijkstra is architect, beiden waren hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft en vandaag wordt nog eens herdacht dat het eigendom van het zomerhuis is overgedragen van de een naar de ander. Dijkstra, in de jaren tachtig rijksbouwmeester, heeft het zomerhuis voor een zacht bedrag vermaakt aan de vereniging, die belooft het huis te beheren en bewaren voor de toekomst.


Glas in staal, knikken de vier delen van de wand langzaam over een rails naar buiten. Het uitzicht naar de Noord-Hollandse duinen ontvouwt zich. Eerst het terras, dan de weide en dan de duinen van Groet, die tot de hoogste van Nederland behoren.


Pi de Bruijn: 'Ik ken nauwelijks huizen waar binnen en buiten zó extreem met elkaar zijn verbonden. Hier opent zich een onvoorstelbare ruimte. Dit is zo echt een magisch huis.'


Ze lopen het gras op en bekijken samen de witte, vierkante doos die bij zijn oplevering commotie veroorzaakte onder de plaatselijke bevolking en werd beschreven in de bladen voor vooruitstrevende architectuur als 'De 8 en Opbouw'. Dijkstra: 'Het was krankzinnig om dit toen hier in de polder te bouwen. Met een plat dak. Dit stond zo ver af van de behoudende sfeer in die tijd. Mijn vader is voor de oorlog nog aangehouden op het strand, omdat hij geen badpak, maar alleen een zwembroek droeg. Hij maakte inbreuk op een manier van leven. De familie ging de toen nog verlaten stranden op en koos voor voeten in het zand en het opsnuiven van de zeewind.'


Pi de Bruijn: 'Het waren vrijdenkers. De links-intellectuele voorhoede. En het hele idee van recreatie bestond nog niet.'


Een parel van het Nieuwe Bouwen, noemt Pi de Bruijn het zomerhuis in Groet. Licht, lucht en ruimte, dat moest de vooroorlogse beweging in de architectuur de moderne mens aanbieden. Weg van wat zij zagen als het bedompte en dwingende stilisme van de Amsterdamse School. De toekomst was aan functionele bouw, met rechte lijnen en grote ramen. Met gebruik van industriële bouwmaterialen, zoals beton en staal. Voor de mens die zich maximaal moest kunnen ontplooien.


In heel Europa zijn architecten gegrepen door de geest van de Nieuwe Zakelijkheid en het Functionalisme. Le Corbusier in Frankrijk, Bauhaus in Duitsland. In Nederland vond het Nieuwe Bouwen zijn vertegenwoordigers in architecten als Gerrit Rietveld en Jan Duiker. Onder hen bevindt zich ook de Amsterdamse architect Ben Merkelbach. Hij is een vriend van de vader van Tjerk Dijkstra, advocaat en journalist Rients Dijkstra.


Die geeft begin jaren dertig de architect opdracht een zomerhuis te ontwerpen op een weiland in Groet. Een aangenaam zomerverblijf, maar ook een getuigenis van zijn verbondenheid met de artistieke en intellectuele voorhoede van die tijd. De schrijvers Menno ter Braak en Edgar du Perron zouden er komen. En Charley Toorop, de kunstenares uit het nabijgelegen kunstenaarsdorp Bergen. En de mensen rond het weekblad De Groene Amsterdammer, waaraan Dijkstra verbonden was.


In het trappenhuis hangt een ingelijste foto van Eva Besnyö, de Hongaars-Nederlandse fotografe en schoondochter van Charley Toorop. Vanaf de eerste verdieping fotografeerde zij haar toenmalige partner, filmmaker John Fernhout, zoon van Charley Toorop, die op het terras zit te praten met het echtpaar Dijkstra. De advocaat zit zelfverzekerd en elegant in een rotan stoel, met blote voeten in witte leren zomerschoenen.


Met haar foto's leverde Besnyö een grote bijdrage aan de bekendheid van het zomerhuis, vooral met een foto die zij nam vanuit de woonkamer naar buiten. De twee stalen glaswanden aan weerszijden van de zuidwesthoek zijn opengeschoven en vormen twee windschermen op het terras. Fel zonlicht trekt scherpe schaduwlijnen op de grond. In de verte zijn, schijnbaar onveranderlijk, de duinen te zien.


De foto sluit precies aan bij de helderheid en grafische kwaliteit van het Nieuwe Bouwen. De nieuwe tijd licht op, ook al was Besnyö drie jaar eerder vertrokken uit Duitsland, toen de sfeer daar voor Joden te grimmig werd.


Dijkstra: 'Het was een optimistische tijd.'


Pi de Bruijn: 'En een ideologische tijd. Architecten vertaalden die ideologie naar een werkbare bouwtypologie. Het huis was ambachtelijk gemetseld, maar wit geverfd. Het wit refereerde aan een kosmische werkelijkheid. Net als de open hoek van het huis.'


Dijkstra: 'Architecten als Merkelbach vroegen zich af hoe zij als architect de mens konden bevrijden uit zijn gevangenis. Het leven zagen zij als een gevecht om vrij te zijn. Hun ontwerpen konden helpen door hun eenvoud.'


Hij wijst bezorgd naar het platte dak. 'Alleen hadden ze de technische kant nog niet altijd onder de knie. Het dak is vlak, zonder isolatie en zonder afschot gemaakt. Het witte ruberoïd, en afdekmateriaal dat toen nog maar net op de markt was, hield het daardoor niet lang uit. 's Winters bevroor het water dat er op bleef staan. Om de paar jaar moesten we het vernieuwen.'


Pi de Bruijn: 'Dat platte dak, die rechthoekigheid van het huis, komt ook voort uit nuchterheid. Waar heb je een zadeldak voor nodig?'


Dijkstra: 'Het is ook wat het níét is. Geen dakpannen, geen punt.'


Pi de Bruijn: 'Het wilde een statement zijn, een uitdrukking van een nieuwe tijdgeest.'


Ze lopen langzaam om het huis. De stalen kozijnen zijn niet meer in de oorspronkelijke kleur. Terugbrengen in de oude tint? Daar moeten we het nog over hebben, zegt De Bruijn. 'Vereniging Hendrick de Keyser gaat in de regel op zoek naar de originele versie van het gebouw. We gaan tamelijk radicaal om met ingrepen in historische huizen. Maar dit huis is goed onderhouden en de ingrepen die zijn gepleegd, zijn goed gedaan - met behoud van de oorspronkelijke gedachte van het huis.'


Binnen wijst De Bruijn op de plafondplaten van zachtboard, op hun plek gehouden door aluminium strips, de bruine lichtknoppen en de oude deurkrukken. 'Er zijn nog maar weinig van deze huizen over die zo veel van het origineel hebben behouden. Nu al kijk je met een zekere nostalgie naar zo'n detail als die deurkruk. Dat gevoel zal snel heviger worden. We hebben hier een echt museumstuk. Over vijftig jaar is dit een Mondriaan, een schilderij van grote waarde.'


De enige grote toevoeging die de familie Dijkstra zich veroorloofde was de aanbouw van een garage aan de oostkant, maar die was door de architect al getekend. Vader Dijkstra kon er zijn T-Ford in kwijt, waarmee hij in de zomer op en neer reed naar Amsterdam. De kinderen bleven een lange zomer in Groet - met bijlessen, omdat ze hun lessen zouden missen aan de Open Lucht School in Amsterdam, ook een vrucht van het Nieuwe Bouwen overigens, van architect Johannes Duiker uit 1927.


Probleem met dit soort huizen, zegt De Bruijn, is hun grote kwetsbaarheid. 'Zo gauw mensen geld krijgen, gaan ze verbeteren. Dan gaat die eenvoudige keuken eruit. Terwijl bijvoorbeeld dat doorgeefluik naar de woonkamer heel modern was. Het huis moest bevrijdend werken op de mens. De slaafsheid van de huisvrouw moest worden opgeheven. Niet meer omlopen en geen gezeul met zware stoelen, maar praktische exemplaren van rotan. Het wonen moest je optillen.


'Als je dit huis - op deze plek - zou verkopen, was het gekocht door een Duitser. Die zou bij zijn eerste ronde door het huis meteen aanwijzen wat er allemaal direct uitgetikt kan worden. Binnen een week is alles dan weg. Zo wordt die geschiedenis vernietigd.'


In mei 1940 is de familie Dijkstra op het terras getuige van het bombardement op het vliegveld van Bergen, verderop. Het huis overleeft de oorlog, ondanks een Duitse vordering, gebruik door het verzet en de aanleg van schuttersputten in de tuin als onderdeel van de Duitse kustverdediging.


Dijkstra: 'Mijn vader was fel anti-fascistisch. Hij heeft De Groene Amsterdammer failliet laten gaan in 1940. Na de oorlog was hij aangedaan, gericht op een nieuwe harmonie. Er heeft zelfs een tijd een stenen engeltje in de tuin gestaan.'


Als student bouwkunde begon Dijkstra al met groot onderhoud aan het huis, nog voor het overlijden van zijn vader in 1970. De houten vloer, die schuil ging onder een laag van leer-estrich, een materiaal dat normaliter werd gebruikt als ondervloer voor linoleum - een ramp na feesten - werd een tegelvloer met vloerverwarming. De gebarsten granito douchebak bleef behouden, maar kreeg wel een tegelvloertje. Zelfs aan het ophangen van een douchegordijn gingen ampele overwegingen vooraf; is dit nog wel in de geest van het Nieuwe Bouwen?


Jawel, besloot hij. Ook bij de Nieuwe Bouwers stond functionaliteit voorop. En goed gebruik van het huis. 'Nu hecht ik er aan dat het gebouw in goede staat blijft en nog steeds zal worden gebruikt waar het voor bedoeld is: als zomerhuis, midden tussen de koeien en vlak bij het strand en de zee. Daarom ben ik zo blij met Hendrick de Keyser. Die willen voor het eerst huizen als dit gaan verhuren voor vakanties.'


Pi de Bruijn, die zaterdag afscheid neemt als voorzitter van de vereniging: 'Tjeerd en Hermien Dijkstra hebben er véél voor over gehad om de ontluistering die dreigde bij het commercialiseren van dit bezit te voorkomen. Om die reden heeft hij contact met de vereniging gezocht. En daarmee is dit huis voor de eeuwigheid beschermd. Want Hendrick de Keyser verkoopt nooit.'


Vakantie in een Hendrick de Keyser


Tjeerd Dijkstra (81, rechts op de foto), getrouwd met Hermien Dijkstra- Van Embden (75), is architect en was rijksbouwmeester van 1979 tot 1986. De uitbreiding van de Tweede Kamer door architect Pi de Bruijn (links) kwam in die periode tot stand. Hij was hoogleraar aan de Technische Hogeschool van Delft, de latere TU, en de Universiteit van Amsterdam. Tot 2000 was hij supervisor van de ontwikkeling van de Zuidelijke IJ-oever van Amsterdam. Net als zijn vader was hij betrokken bij de zakelijke leiding van weekblad De Groene Amsterdammer.


Extra


Erfgoedvereniging Hendrick de Keyser (opgericht in 1918, bijna vierduizend leden) heeft bijna vierhonderd historische woonhuizen in eigendom, in ouderdom uiteenlopend van enkele decennia tot zes eeuwen. De vereniging gaat het zomerhuis in Groet verhuren als vakantiehuis, net als een aantal andere huizen. Daarmee treedt de vereniging in de voetsporen van Britse erfgoedverenigingen als The National Trust en de Landmark Trust. Wanneer begonnen wordt met 'erfgoedlogies' kan de vereniging nog niet zeggen. Het zomerhuis heeft 30 juni een open dag. Aanmelden via hendrickdekeyser.nl.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden