Groeten uit mijn pleeggezin

Mooi staaltje van naastenliefde: in vakanties en weekends pleegkinderen opvangen in je eigen gezin en ze zo een paar fijne dagen bezorgen.'Het enige wat je kunt doen, is ze hele kleine dingen meegeven, en de tijd dat ze hier zijn zo leuk mogelijk voor ze maken.'..

Héééél soms denkt Ria Hommels: woonden we maar groter. Dan is ze net langs een enorme villa gereden en droomt ze dat ze zelf zeeën van ruimte heeft. Of ze fantaseert met haar man Theo over het winnen van de loterij, en wat ze allemaal van dat geld zouden kunnen doen.

Steevast komt ze op hetzelfde uit: nog meer kinderen een veilige plek geven. Praat haar niet van buitenlandse rampen. Hongersnood in Afrika, de tsunami in Azië: zeker, allemaal erg.

Maar sinds ze tien jaar geleden haar eerste weekend- en vakantiepleegkind in huis haalde, zou ze tegen iedereen willen zeggen: als je zo graag wilt helpen, zoek het dan eens wat dichterbij. Schrijnende gevallen zat.

Zoals de jongen die ze een paar jaar geleden opvingen, een 'eigenaardig ventje', zegt Ria Hommels. 'Hij was door zijn ouders zo verwaarloosd, dat hij hier stiekem hondenbrokjes at. Hij moet hebben gedacht: stel dat ik de komende dagen niks krijg, dan heb ik dit alvast binnen.'

Ze konden zelf, tot hun spijt, geen kinderen krijgen. Maar vanaf de eerste dag dat ze in deze buurt wonen, nu 25 jaar geleden, loopt de jeugd de deur plat. Buurmeisje Anneloes, inmiddels twintig: 'Theo en Ria zijn gastvrij, je voelt je meteen welkom, je mag zijn wie je bent, en doen wat je wilt.'

Zijn er dan helemaal geen regels? 'O jawel', zegt Ria. 'Ja is ja, en nee is nee.' En Anneloes: 'Als Ria zegt: d'er uut, dan meent ze het ook.'

Constante factor

Tien jaar geleden vroeg een jongen die bij Pleegzorg werkte, en die ze kenden van de dansschool: zouden jullie je, met al die kwaliteiten, niet over een pleegkind willen ontfermen? Dat wilden ze wel. Ze hebben vier bijeenkomsten gevolgd, waarin ze praktijkvoorbeelden kregen van mensen die al pleegkinderen opvingen, en in oktober 1994 kwam het eerste kind. Een jongen van vijf die niet wist hoe snel hij weer weg moest komen. 'Pleegzorg was ervan overtuigd dat het niet zou lukken bij ons, maar we zijn rustig gebleven en stug doorgegaan. We hadden het voordeel dat we hem alle aandacht konden geven, omdat we geen eigen kinderen hadden. Daardoor kreeg hij vertrouwen. En hij komt nog steeds. Zeven keer is ie inmiddels van pleeggezin veranderd, steeds in een een andere plaats, en wij zijn gebleven.'

Inmiddels vangen ze zes jongens op. Zefanja van zestien, een gevoelige jongen met een pientere blik, is een van hen. Op zijn negende haalde Jeugdzorg hem weg bij zijn ouders - over de reden wil hij niet praten. 'Dat vind ik nog te moeilijk.' Van een crisisgezin werd hij overgeplaatst naar een leefgroep - 'een soort internaat' - en twee jaar geleden ging hij naar een gezinshuis. Daar woont hij, met een aantal kinderen, bij een echtpaar dat in dienst is van Pleegzorg. Eens in de maand gaat hij een weekend naar de familie Hommels - en verder alle vakanties. Zes jaar inmiddels. Ria: 'Wij zijn de meest constante factor in zijn leven.'

Hoe hun dagen samen eruitzien? Zefanja: 'Ik sta tussen elf en een op.'

Ria: 'Zondag ontbijten we met z'n allen.'

Zefanja: 'Ik speel veel op de Playstation. Of ik ga naar de buurjongen, of even de stad in.'

Ria: 'Maar ze moeten ook gewoon hun handen uit de mouwen steken. Ik zeg altijd: het huis is van iedereen, maar je draagt wel je steentje bij. Er hangt hier een corveelijst, en iedereen heeft een taak.'

Zefanja: 'Soms maak ik een verrassingsontbijt. Dan laat ik de x-Box van Playstation hard aanstaan, zodat Theo en Ria denken dat ik op mijn slaapkamer ben, en dan dek ik voor hun tweeën, met croissantjes en zo.'

Ze hebben al die jaren jongens gehad. En altijd de moeilijkste gevallen. Jongens die verwaarloosd zijn, of misbruikt, geestelijk of lichamelijk mishandeld - vaak door verslaafde ouders. Ria: 'Pleegzorg weet ons altijd te vinden.' Hoe dat komt? Ria weet ook niet waarom, nou ja, ze weet het wel, en ze wijst op de sticker die Zefanja onlangs op de woonkamerdeur heeft geplakt: 'Het onmogelijke doen wij direct, wonderen duren iets langer, en op verzoek toveren wij ook.'

Uitsmijters

En zo is het ook. Op deze maandagmiddag in augustus lopen er bijvoorbeeld, behalve twee pleegkinderen en wat buurjongens en -meisjes, zes jonge kinderen rond. Ze zitten allemaal in de kleine keuken, terwijl Zefanja voor iedereen uitsmijters bakt. In de bijkeuken verschoont Ria de luier van baby Manon. Ria is namelijk sinds twee jaar ook gastouder, voor 21 kinderen uit Oldenzaal en omgeving. Manon en haar broertjes haalt ze 's ochtends om zeven uur op, want dan gaat hun moeder naar haar werk. Geeft ze de eerste fles daar, kleedt de kinderen aan en rijdt dan naar haar eigen huis.

Is het nooit te veel? 'O ja, er is best wel eens een dag dat ik het niet zie zitten. Maar ik denk nooit: dan maar minder kinderen.'

Hoe vaak zijn zij en Theo samen? 'Eens in de vijf, zes weken een weekend.'

De pleegkinderen en de opvangkinderen, dat gaat prima samen. Natuurlijk, soms hebben de groten helemaal geen zin in die kleintjes. Ria: 'Omdat ze zich niet meer in die leeftijd willen verplaatsen.'

Kan het ook zijn dat het ze te zeer confroneert met hun eigen jeugd? 'Dat zou kunnen. Maar daar praten we niet over.'

Want dit is het principe: pleegkinderen komen blanco binnen. Pleegzorg verstrekt geen rapport van de achtergrond. Ria: 'Als de kinderen ergens over willen praten, prima, dan zijn we er voor ze. Maar ik ga niet lopen sjorren. Soms duurt het jaren voor je in vertrouwen wordt genomen, daar moet je je bij neerleggen.'

Knuffelen ze? 'Nee. Daarvoor zijn ze teveel beschadigd. Zefanja geef ik wel eens een aai over zijn bol.'

Wat er wel is: wederzijds respect. Iedereen mag zijn wie hij is, maar eerlijkheid en respect voor een ander gaan boven alles. Een of twee keer in de afgelopen tien jaar is dat niet gelukt. Een jongen is het criminele pad op gegaan - die zit nu in de gevangenis. En een tweede, daar kregen ze echt geen vat op. Had hij een vis uit de vissenkom gehaald en op het droge dood laten gaan. En Ria vond het ook vreemd dat de hond zelfs met haar meeging naar de wc - die was te bang geworden. 'Toen kozen we voor de hond.'

Trots

Met Zefanja is het altijd goed gegaan. De afgelopen jaren is hij steeds meer gaan praten. Opener geworden, en vrijer. Binnenkort begint hij met een tweejarige opleiding autotechniek aan het mbo. 'Dan mag ik radio's inbouwen, en kleine en grote beurten geven.' Deze zomer is hij afgestudeerd aan het vmbo - Theo en Ria waren uitgenodigd voor de diploma-uitreiking. Trots als een pauw, natuurlijk, al zullen ze nooit precies weten wat hun bijdrage is geweest. 'Het enige wat je kunt doen, is ze hele kleine dingen meegeven, en de tijd dat ze hier zijn, zo leuk mogelijk voor ze maken. En je moet in ze blijven geloven, ook al gaat het fout.'

Prettige dagen

Richard Put is dertien en vanmiddag springt hij als een dolle op de trampoline in de tuin van de familie Bos. Nog een paar dagen, dan gaan Gijs en Anja, en hun kinderen Arend, Sander, Roland en Marloes kamperen in Frankrijk. Richard gaat niet mee. 'De vakantie', zegt Anja Bos, 'is voor het gezin.'

Gisteren zat ze op internet te zoeken naar een camping, kwam Richard naast haar staan, en vroeg: gaan jullie naar Frankrijk?

Ja, zei Anja. Leuk, zei Richard. En nee, dan voelt Anja geen enkele aandrang hem te vragen of hij mee zou willen. 'Want dat kan toch niet. Bovendien, zegt hij ook zelf: dát is zijn vakantie. De afgelopen drie weken is hij hier van maandag tot en met donderdag geweest. Elke dag buiten. Zwemmen in de plassen, voetballen, verstoppertje spelen. Dat zou hij thuis allemaal niet doen.'

Richard is het derde 'weekend- en vakantiepleegkind' van de familie Bos. Vijftien jaar geleden, nog voor de geboorte van hun eigen kinderen, brachten kennissen hen op het idee om kinderen die het minder goed hebben met zekere regelmaat een paar prettige dagen te bezorgen.

Gijs: 'De gedachte was simpel: we hebben de ruimte, we vinden het gezellig, en het kost ons weinig moeite.'

Anja: 'Crisisopvang zou niks voor ons zijn. Dan moet een van ons ophouden met werken, en dat willen we niet.'

Gijs: 'En zwaar beschadigde kinderen, ik weet het niet. We zijn niet zo'n praters. We zijn meer van het praktische weldoen.'

Twee meisjes hadden ze vóór Richard, allebei bleven ze zo'n jaar of zes. Hun eigen kinderen groeiden er als vanzelfsprekend mee op. Anja: 'Sterker nog, ze hebben nooit geweten dat het om pleegkinderen ging. Ze dachten dat het kinderen van kennissen waren die af en toe kwamen logeren.'

Toen Richard zich aandiende, zijn ze met Arend (13), de tweeling Sander en Roland (11) en Marloes (10) om tafel gaan zitten, en hebben ze gevraagd: wat vinden jullie er van? Het leek hun allevier 'spannend'.

Gijs: 'We vinden het belangrijk dat ze zien dat niet iedereen het zo goed heeft als wij, en dat het fijn is om iemand te helpen. Maar we hebben één regel: we dwingen de kinderen tot niks. Ze mogen bij vriendjes gaan logeren als Richard komt, ze hoeven hun leven niet aan hem aan te passen. Als hij iets wil waar ze geen zin in hebben, dan hoeven ze niet.'

Feyenoord

De eerste keer dat Richard kwam kennismaken, is nu een half jaar geleden.

Richard: 'Ik had de pest in.'

Anja: 'Hij was eerder bij een vakantiepleeggezin geweest, dat was geen succes.'

Richard: 'Ik was onzeker.'

Anja: 'Thuis, bij zijn vader, is hij alleen. Dan zijn vier kinderen natuurlijk best intimiderend.'

Maar Arend, de oudste, gaf een rondleiding door het huis, en al snel bleek dat ze allebei enorm van voetbal hielden, en voor Feyenoord waren. Richard: 'Bij de tweeling hing een poster van Ajax, en toen maakte ik een grapje, ik zei: Ajakkes.'

Nou, toen was het ijs gebroken. Alleen de taal was soms een probleem. Richard, uit Capelle aan den IJssel, spreekt slang. Cool, bijvoorbeeld, heet bij hem lou. Dachten de andere kinderen: lauw, lauw, wat bedoelt hij nu?' Inmiddels draait Richard helemaal mee in het gezin. Het grote verschil met thuis, zegt hij: 'Ik luister hier beter. Want ik wil goed overkomen.'

'Gijs: 'We hebben de indruk dat hij thuis niet veel sociale contacten heeft. Hij woont bij zijn vader, en die werkt, dus hij is veel alleen.'

Anja: 'Ik vraag me soms af hoe zijn vader het vindt dat hij hier is. Maar hij belt nooit, als Richard bij ons is. Dat is toch een beetje... nou ja, vreemd.' Het gemak waarmee de biologische ouders met opvang omgaan, dat verbaast ze wel eens.

Zijn er voor henzelf redenen om te stoppen met de opvang? Gijs: 'Als ze stelen, of met hun handen aan Marloes zitten.'

Maar voorlopig is het allemaal erg gezellig. Het recept voor goede weekend- en vakantiepleegzorg, zeggen Gijs en Anja: 'a. het kind is niet zielig, je haalt het alleen uit een ander milieu, b. je moet duidelijk zijn, en c. je moet het niet erg vinden om een deel van je privacy te verliezen.'

Wat je ervoor terugkrijgt? Anja: 'Ontegenzeglijk veel plezier.'

Het mooiste moment dat ze met Richard beleefden, was die ene zaterdag dat er in het dorp een playback was georganiseerd. Toen kwam Richard binnen, besloot: ik doe mee, hij oefende even, en 's avonds trad hij op, als Ali b. voor een volle zaal.

Anja: 'Dat was heel goed voor zijn eigenwaarde.'

Richard: 'Ik was de beste.'

En hij vertelt dat hij een band heeft gehad en de liedjes schreef, en dat die band nu uit elkaar is, maar dat hij manager is geworden van een vriend van hem, en 40 procent opstrijkt van de inkomsten, en dan lachen de kinderen Bos een beetje, en later zeggen Anja en Gijs: 'Richard heeft een rijke fantasie.' Soms is dat onschuldig, maar soms denken ze ook: we moeten hem corrigeren, want niemand anders doet het. Dus als Richard vertelt dat hij, op zijn dertiende, geweldig kan tractorrijden en al bijna zijn trekkersdiploma heeft, zegt Gijs: jongen, dat duurt echt nog een tijdje voor het zo ver is.

Voelen ze de verantwoordelijkheid om hem verder te helpen in dit leven? Nee, dat niet. Net als Ria en Theo Hommels zeggen ze: we bezorgen hem een leuk weekend, en meer kun je niet doen.

Anja: 'Natuurlijk vraag ik me wel eens af: doet het er toe? De moeder van een meisje dat hier kwam, had ook al een verleden in pleeggezinnen. Maar we kunnen de wereld niet verbeteren. En het leven van die kinderen ook niet. Dat Richard zich hier lekker voelt, moet genoeg zijn. Dat het hem goed doet.'

Zelfstandig ventje

Het verschil, tussen Richard toen hij voor het eerst kwam, en Richard nu, zit in twee heel geconcentreerde momenten. Toen Gijs hem na het eerste weekend weer naar de bus bracht, zag hij hem in de auto al veranderen, 'van een vrolijk, grappend en grollend kind, naar een zelfstandig ventje, dat vlak voor hij uitstapte alles in orde had: strippenkaart in de ene hand, tas in de andere, jas dicht. En dan zie je zo'n jochie in zijn eentje instappen...'

Maar afgelopen week bracht Gijs hem weg, en zat Richard al in de bus, 'en ze hebben een kreet met z'n allen, ik kan 'm niet eens verstaan, maar hoe schever de bek, hoe beter, en hij zit daar achter het raam, en ik hoor hem nog een keer roepen, en ik dacht: hij voelt zich op zijn gemak.'

Wat Gijs maar wil zeggen: het hoogte- en het dieptepunt met Richard, zit altijd in het afscheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden