Groep rechtse Japanse historici schrapte ‘troostmeisjes’

Een gezelschap nationalistische historici in Japan schreef het boek dat vooral in China stof deed opwaaien. Maar ook in andere geschiedenisboeken staat niets over troostmeisjes....

Het gedoe over een Japans geschiedenisboek, dat volgens China en Zuid-Korea de ware aard van het Japanse imperialisme in de eerste helft van de vorige eeuw verzwijgt, geeft menig westers commentator aanleiding tot een vergelijking tussen Japan en Duitsland. Dat ligt voor de hand, want de twee grote verliezers van de Tweede Wereldoorlog zijn nu allebei economische supermachten, die hun plaats opeisen tussen de andere grote mogendheden in de Veiligheidsraad.

Waarom blijft Duitsland zich nu al jaren uitputten in spijtbetuigingen over de gruwelen van zijn vernietigingskampen, terwijl de excuses die de Japanse leiders een enkele keer wel eens willen aanbieden voor massamoorden en verkrachtingen vaak maar half gemeend klinken? Waarom wordt de Duitse schooljeugd stelselmatig meegenomen naar exposities van de verschrikkingen uit de nazitijd, terwijl Japanse scholieren nauwelijks iets te horen krijgen over de tienduizenden doden bij de Birmaspoorweg? Waarom heeft Japan zich na de oorlog niet samen met zijn buurlanden beraden over de beste manier om dit hoofdstuk uit zijn geschiedenis door te geven aan toekomstig generaties, zoals Duitsland met Frankrijk in een gezamenlijk commissie heeft gedaan?

Uiteraard vormen de enorme culturele verschillen tussen Duitsers en Japanners een belangrijk deel van de verklaring. Maar ook de Amerikaanse bezetting van Japan na de oorlog zal een rol hebben gespeeld. De Amerikanen schiepen een vrijwel volledig nieuw Japan, inclusief pacifistische grondwet – en ze zullen er niet veel voor hebben gevoeld de Japanse geschiedenis te herschrijven in overleg met China en Korea.

Het Japanse geschiedenisonderwijs is al vele jaren onderwerp van heftige meningsverschillen. Het zijn niet alleen China en Korea die aanstoot nemen aan de manier waarop bepaalde aspecten van het verleden worden verdoezeld, ook in Japan woedt al vele jaren een heftige controverse. Al in 1965 spande de historicus Saburo Ienaga een proces aan tegen het ministerie van Onderwijs, dat een geschiedenisboek van zijn hand had afgewezen omdat het te veel illustraties bevatte van ‘de slechte kant’ van de oorlog, zoals de puinhopen na de atoombom en invalide oudstrijders.

In 1982 moest Ienaga zijn teksten voor middelbare scholieren opnieuw wijzigen. Het ministerie stond erop dat hij het niet zou hebben over de Japanse ‘aanval’ op China, maar over de Japanse ‘opmars’ in China. Ook mocht hij niet spreken van ‘de Onafhankelijkheidsbeweging van de Eerste Maart’, maar alleen van ‘een opstand onder de Koreaanse bevolking’. Dat was de eerste keer dat China en Zuid-Korea in het geweer kwamen. Onder hun druk trok het ministerie zijn wijzigingen in. Bovendien voegde het een nieuw criterium toe aan zijn normen voor de beoordeling van leerboeken: de teksten moeten sindsdien blijk geven van begrip voor de buurlanden in hun behandeling van de moderne geschiedenis.

Zo kwam er meer ruimte voor de historische feiten. In alle zeven geschiedenisboeken die in 1996 door het ministerie werden goedgekeurd kwamen bijvoorbeeld de ‘troostmeisjes’ voor, de vrouwen die door het Japanse leger werden gebruikt als seksslavinnen.

Maar dat was weer niet naar de zin van rechtse Japanse historici als Nobukatsu Fujioka, die te hoop liepen tegen deze ‘zelfkastijding’ in de geschiedschrijving en ‘een positief beeld’ van het Japanse oorlogsverleden wilden geven. Fujioka maakte zich vooral kwaad over ‘de leugen’ van de troostmeisjes. ‘Troostmeisjes waren geen seksslavinnen, het waren doodgewone prostituees’, verkondigde hij aan wie het maar horen wilde. ‘Als het geschiedenisonderricht de nadruk legt op dergelijke falsificaties, is het geen wonder dat jonge Japanners niet langer trots zijn op hun land. Middelbare scholieren denken vaak dat Japan het slechtste land ter wereld is.’

Fujioka en zijn geestverwanten verenigden zich in de Maatschappij ter Hervorming van de Geschiedenisboeken. Het is dit gezelschap dat verantwoordelijk is voor het geschiedenisboek dat nu zoveel stof doet opwaaien. Het verscheen in 2001. Het woord ‘troostmeisjes’ komt er uiteraard niet in voor. En de verovering van de landen van Zuidoost-Azië tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt erin afgeschilderd als een bevrijdingsoorlog ten behoeve van gekoloniseerde volkeren. Zuid-Korea riep uit protest zijn ambassadeur terug. Het ministerie van Onderwijs verlangde 137 tekstwijzigingen, en keurde het boek vervolgens goed.

Een succes is het boek op zich niet geworden: slechts een op de duizend Japanse scholen schafte het aan. En in een van de Japanse prefecturen spanden 260 ouders een proces aan tegen de plaatselijke autoriteiten die juist voor dit geschiedenisboek hadden gekozen.

Maar toch hebben de rechtse historici het tij blijkbaar mee. Dit jaar moet hun boek concurreren met zeven andere goedgekeurde geschiedenisboeken – maar in geen van alle komen de ‘troostmeisjes’ voor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden