Grijze wolf

In de serie Over de helft interviewt Cornald Maas nét-vijftigers over typische vijftigersdilemma's. In aflevering 1: ex-voetballer John de Wolf, die het plezier in voetballen in één klap kwijt was toen zijn vader overleed.

50 - ik vind het een verschrikkelijke leeftijd. Ik herinner me nog goed dat mijn vader 50 werd en ik dacht: pfff, wat oud. Nu ben ik het zelf. Rond je 40ste ben je een stuk onbevangener en lijkt alles nog lang te duren. Als je 40 wordt, denk je: die 80 haal ik wel. Als je 50 wordt, weet je zeker: die 100 haal ik niet meer, ik ben zéker over de helft heen. Mijn moeder, die 70 is, zegt het vaak: 'Weer een week voorbij, wat gaat het toch snel.'


Je zou het misschien niet van me verwachten, maar ik ben een piekeraar, ik maak mezelf soms gek. Als ik, zoals laatst tijdens onze vakantie in Italië, mijn kinderen aankijk, word ik onzeker en denk ik: stel, er gebeurt wat met me en ze moeten het zonder me stellen. Van zo'n gedachte word ik verdrietig, omdat je niet wil dat zij gaan meemaken wat je zelf hebt meegemaakt. Mijn eigen vader overleed veertien jaar geleden, op 58-jarige leeftijd. Het voelt alsof het gisteren is gebeurd, het doet nog elke dag pijn. Ik ga geregeld naar z'n graf en dan schrijf ik op een kaart een paar dingetjes voor hem, en ik breng hem een mooi boeket, met tranen in mijn ogen. Ik kijk dan wel even of er niemand in m'n buurt staat - voor je het weet sta je op de kiek.


Mijn 50ste heb ik, december vorig jaar, klein gevierd, met m'n zoons Rodney en Desley en m'n dochter Stacey en aanhang, met m'n vriendin Inge en haar twee kinderen, met m'n moeder, m'n zusje Petra en zwager, m'n beste vriend en zijn vrouwtje. We gingen Argentijns eten en dronken een wijntje vooraf - heel gezellig. Ik wilde geen poespas of bombarie, maar simpelweg genieten met de mensen om wie ik écht geef.


Toen ik nog voetbalde, was ons huis een soort kantine: iedereen kwam er eten en drinken en vallen en opstaan. Dat veranderde toen ik acht jaar geleden ging scheiden van Ingrid. Daarna stonden alleen m'n moeder en m'n zusje nog klaar met een tupperwarebakkie. Zelf ben ik nooit bang om de telefoon te pakken als het slecht met iemand gaat. Ik ben een gever - dat heb ik van m'n vader geërfd, zegt m'n moeder.


Verbaasd was ik er niet over, toen een hoop mensen na de scheiding ineens niks meer lieten horen; teleurgesteld was ik wél. Toen ze later weer uit hun hok kropen, was ik niet boos. Maar ik ben er wel wat afstandelijker en voorzichtiger door geworden. Misschien heeft dat ook meegespeeld in mijn beslissing m'n 50ste verjaardag klein te houden.


Natuurlijk heb ik er pijn van in m'n buik gehad, van de scheiding. Ik verhuisde van Schiedam naar Leiderdorp, waar m'n vriendin woonde, en van co-ouderschap was daardoor geen sprake meer - de kinderen bleven bij hun moeder wonen. Moeilijk vond ik dat, dat ik niet meer met ze onder één dak woonde en dat ik ze 's avonds, na een avondje uit, niet de sleutel in het slot hoorde draaien en ik gerustgesteld kon gaan slapen. Omdat ik weg was, heb ik veel van ze gemist en daar heb ik me schuldig over gevoeld. Toch heb ik de verantwoordelijkheid voor m'n kinderen altijd op me genomen, ook op afstand. Ik heb ze gesteund waar ik kon, met geld, maar ook met aandacht en adviezen.


Met m'n ex is het in het begin niet altijd makkelijk geweest, er waren irritaties en frustraties. Maar het contact is nu goed. Zij en haar vriend hebben zelfs op onze hond gepast toen wij in Italië op vakantie waren. Als we dan terugkomen en de hond ophalen, drinken we gezamenlijk koffie.


De kinderen van Inge - Nina van 15 en Dante van 12 - wonen bij ons en ik ben als een vader voor ze. Zelf kom ik uit een stabiel gezin. We hadden het niet breed, maar er was veel warmte en liefde. Mijn moeder was er altijd - als ik uit school kwam stond ze klaar met een bakkie thee en een boterhammetje. Drie tot vier keer per week zoek ik haar nu op, in de Gorzen, de volkswijk in Schiedam waar ze nog altijd woont. We praten met elkaar, of we zeggen niks en ik lees een krantje - het voelt als thuiskomen. Haar deur zal altijd openstaan voor mij en mijn zusje. Ze heeft haar leven lang onvoorwaardelijk voor ons gekozen en bleef pontificaal achter ons staan bij elke beslissing die we namen. Toen ik als jongetje van 10 aan leren een broertje dood had en al gescout werd voor Sparta, heeft ze me niks in de weg gelegd, hoe belangrijk ze een diploma ook vond. Ik ging van de mavo naar de leao en intussen werden er duidelijke afspraken gemaakt. Je kon m'n moeder niet kwaaier maken dan dat je te laat thuis kwam voor het eten.


Mijn vader sprak zich wat minder uit. Zijn eigen vader is profvoetballer geweest, bij VSV Velsen. Zelf heeft hij bij de amateurs gespeeld. Toen ik mijn contract tekende bij Feyenoord stonden we als twee kinderen te huilen - ik was bij de club terechtgekomen waarvan we vroeger, als vader en zoon, zo vaak wedstrijden hadden bezocht. Hij heeft me al die jaren op de voet gevolgd. Tijdens mijn tijd bij FC Groningen liep-ie daar constant met een fotocamera op de borst rond. Hij sloeg geen wedstrijd over. Toen ik in Engeland bij Wolverhampton speelde en last had van blessures, belde hij me na afloop van de wedstrijd op, terwijl hij de uitslag allang wist: 'Ben je nog heel?' Nadat ik daar zwaar geblesseerd was geraakt aan mijn knie, heb ik hem als eerste gebeld en hij kwam meteen naar me toe; de dag erop vlogen we samen terug naar Nederland. Hij was voor mij de spil, hij kwam altijd naar me toe als er wat was, hij stond altijd voor me klaar. Als ik vanwege een toernooi een tijd weg was, kwam hij bij ons thuis slapen zodat Ingrid dan niet alleen was. Driehonderd videobanden heeft-ie gemaakt, talloze knipsels verzamelde hij. Tijdens zijn uitvaart heb ik het in mijn speech gezegd: ik ben m'n grootste fan verloren. De voetbalschoenen die ik droeg tijdens de laatste wedstrijd die hij van me heeft gezien, gingen mee de kist in.


70 procent van zijn hart en longen waren in zijn laatste levensfase uitgeschakeld. Uiteindelijk is hij aan een longontsteking overleden. Toen hij, een jaar voor zijn dood, het slechte nieuws kreeg dat hij niet lang meer had te gaan, begon hij in ons bijzijn te huilen, omdat hij het zo erg vond voor ons. Terwijl ik dacht: pa, kom op, het is vooral erg voor jou.


Op zijn sterfdag, 1 augustus, bel ik met mijn moeder en sms'en m'n zus en ik met elkaar. En ik stuur mijn kinderen een app dat het de overlijdensdag van opa is - als ouders hoor je je kinderen te agenderen. Na zijn dood heb ik een paar jaar geen foto's van hem kunnen zien - dat vond ik te confronterend. Toen ik een tijdje terug voor het eerst weer bewegende beelden van 'm zag, lag ik meteen te spoken. Pijnlijk was het, maar ook prettig - heel dubbel. Kijk, hier op mijn bovenarm hou ik hem in ere, met een tatoeage van zijn sterfdatum. Ook de sterfdatum van mijn ex-schoonmoeder heb ik laten tatoeëren, en ik heb de R van Rien op mijn been laten zetten, meteen nadat mijn gabber was overleden. Binnenkort laat ik samen met Inge een kleine tattoo zetten. Ook de naam van m'n moeder staat op m'n rug, juist omdat ze nu nog vol in het leven staat. 'Jeetje, wat heb je nu gedaan', was haar eerste reactie. Maar zo hou ik mijn dierbaren dicht bij me; als je mijn lijf zou inspecteren weet je vanzelf wie het zijn.


Voor mijn vader was het hoogtepunt uit mijn carrière, denk ik, het landskampioenschap van Feyenoord in 1993. Voor mij was het ook onvergetelijk - op het balkon, op de Coolsingel, voor 150 duizend man, die daar helemaal speciaal voor jou staan... tot in de verte zag het zwart van de mensen. Dieptepunt was toch het gedoe, steeds weer, met blessures - de meniscus, de kruisbanden, spierscheuren en vooral: de knieblessure die ik bij Wolverhampton opliep. Ik was aanvoerder, speelde ijzersterk, we klommen op naar de tweede plaats, en toen ging het mis. Er werd, anders dan eerder het geval was geweest, niet voor een operatie maar voor krachttraining gekozen. Maar ik ben daarna nooit meer op het oude niveau gekomen. Ik trainde met een brace, ik hing er opeens bij - elke vrijdag was het weer afwachten of ik bij de selectie zat, ik was niet meer belangrijk. Ik kon er niet mee omgaan. Uiteindelijk ben ik teruggegaan naar Nederland, in 1996, eerst naar VVV-Venlo, later Helmond Sport. Natuurlijk werd het tegen me gezegd: 'Dit is toch geen niveau voor jou', maar ik vond het niet erg om een treetje lager te gaan spelen - ik was nog steeds gek van het spelletje. Door nieuwe blessures liet ik me intussen zo min mogelijk hinderen: toen ik m'n middenhandsbeentjes had gebroken, speelde ik met verdoving; toen ik m'n enkelbanden scheurde stond ik twee weken later toch weer op het veld, geholpen door injecties. Ik deed er steeds alles aan om weer fit te worden. Ik wilde zo graag niks missen.


Dat veranderde in één klap toen mijn vader overleed. Het plezier was opeens weg. De autoritten naar en van Helmond die ik eerst zo prettig had gevonden -na de wedstrijd lekker anderhalf uur in je eentje de boel laten bezinken en relativeren - vond ik vervelend, ik zat alleen nog te piekeren. Op het veld voelde ik leegte. Ik besloot mijn carrière als profvoetballer te beëindigen.


Het spelletje heb ik sindsdien nooit gemist. Wél de kleedkamerhumor en de spanning die aan belangrijke wedstrijden voorafging. Maar spijt heb ik van m'n beslissing nooit gehad - en dat bewijst voor mij dat het een goeie keuze is geweest. De laatste jaren breng ik mijn ervaring en inzichten over op anderen. Ik geef tijdens de zomer clinics in Italië, ik train bij VV Sliedrecht, binnenkort ga ik bij Sparta aan de slag waar ik jonge verdedigers ga trainen - eindelijk komt het daarvan.


Mooi is natuurlijk dat mijn beide zoons voetballen, Rodney van 26 bij PPSC in Schiedam, Desley van 23 bij Sliedrecht, waar ik hem train. Dat levert geen problemen op: hij is geen doorgeefluik van mij en ik behandel hem als iedere andere speler. Soms zie ik mezelf in hem terug. Laatst ging-ie na een wedstrijd over de rooie vanwege een beslissing van de scheidsrechter en hij had gelijk. Maar toch floot ik kort vanaf de zijlijn en het was meteen klaar. 'Jij bent de enige naar wie ik altijd luister', zei hij achteraf en dat vond ik een speciaal en mooi moment. Natuurlijk zou ik het fantastisch hebben gevonden als hij en Rodney profvoetballer waren geworden - het zou flauw zijn om dat niet toe te geven. Maar ze beleven ook aan een hoop andere dingen plezier in het leven en ik heb ze nooit onder druk willen zetten. Ik stuur hun en m'n dochter elke dag een app - 'Fijne dag, werk ze, goeie training'.


Op je 50ste ligt, anders dan op je 40ste, de wereld niet meer helemaal voor je open. Voor een sporter is het hoogtepunt van een carrière toch al eerder voorbij dan voor andere beroepsgroepen. Maar over de jaren die ik nog heb, wil ik niet te veel nadenken. De ambitie om tv-programma's te presenteren heb ik laten varen. Ik heb het met plezier gedaan en het was goed voor m'n netwerk, maar ik denk niet dat het echt voor me is weggelegd. Wél zou ik graag nog eens meedoen aan Expeditie Robinson - je grenzen verleggen, de competitie aangaan, hoewel je steeds zwakker wordt toch jezelf blijven. Het doet me een beetje denken aan de essentie van voetbal: je bent met een groep aan de slag, je speelt samen en je speelt tegelijkertijd tégen iemand; en je weet uiteindelijk niet wat je te wachten staat.


Trots ben ik erop dat er straks een biografie over me verschijnt, geschreven door Jeroen Siebelink, de zoon van Jan Siebelink. Ik ben al 'n tijdje met hem bezig en heb er het volste vertrouwen in dat hij straks met een mooi verhaal komt dat in balans is. In het leven zoals ik het heb geleid, in de openbaarheid, heb je zowel voor- als tegenstanders. Vervelende verhalen las ik zo min mogelijk, maar soms greep ik in en een enkele keer eiste ik rectificatie, zoals toen er werd beweerd dat ik een relatie had met Rachel Hazes. Ik ben geen vuilnisbak waar je zomaar tegen aan kunt schoppen.


Aan de andere kant vind ik aandacht prettig en weet ik niet of ik het fijn zou vinden als ik niet meer zou worden herkend - waarschijnlijk niet. Nog regelmatig krijg ik een klop op de schouder van iemand die vervolgens 'sorry hoor' zegt, 'je kent me natuurlijk niet'. Voor mij is het een teken dat ik dicht bij de mensen sta en ik zie het ook als een bevestiging van het verleden en wat ik tot stand heb gebracht.


De komende tijd hoop ik fit te blijven - ik doe aan krachttraining en ik ga met een groepje vrienden twee keer per week wielrennen, dwars door de duinen. Als ik zie wat er in verzorgingstehuizen gebeurt, word ik niet vrolijk. Is dat wat ook mij straks te wachten staat? Soms ben ik bang oud te worden, maar op zo'n moment denk ik aan mijn moeder, die nog zo actief en frivool in het leven staat, aan vrijwilligerswerk doet en intensief met haar vriendinnen omgaat.


Mijn vader mis ik nog dagelijks. Ik mis de vanzelfsprekende aandacht en het klankbord dat hij was. Ik speelde met Helmond Sport een oefenwedstrijd tegen RKC toen ik werd weggeroepen. Toen ik bij het ziekenhuis aankwam, bleek hij al te zijn overleden. Een tijdje heb ik daarna gedacht: 'Waarom heb je niet op me gewacht?' Nu ik zelf ouder ben denk ik: misschien wil ik straks ook wel dat de kinderen er niet bij zijn op het moment dat ik overlijd.


Wat hij ervan zou vinden dat ik kort na zijn dood besloot te stoppen met voetballen, blijft gissen. Misschien zou hij zeggen dat ik de grootste paardenjoker aller tijden ben. Maar misschien zou hij ook wel trots zijn geweest dat ik ben gestopt - al was het maar omdat hij, nu hij er niet meer is, sindsdien ook niks heeft gemist. Dat laatste hoop ik vurig.'





CV John de Wolf

John de Wolf wordt op 10 december 1962 geboren in Schiedam. Al op jonge leeftijd wordt hij gescout voor Sparta. In 1983 tekent hij daar zijn eerste contract. Later speelt de verdediger bij FC Groningen en Feyenoord, de club waarmee hij het landskampioenschap verovert. Ook debuteert hij in het Nederlands elftal. Hij ruimt vanwege een ernstige knieblessure voortijdig het veld bij de Engelse club Wolverhampton. Speelt dan bij VVV-Venlo en Helmond Sport, tot zijn vader in 1999 overlijdt en hij zijn carrière als profvoetballer beëindigt. Is sindsdien actief als tv-presentator (voor SBS6 en de regionale zender RNN7), kandidaat in Dancing with the Stars (2006) en De Pelgrimscode (2010), en zit in een commercial van zorgverzekeraar Ditzo (2012). Hij is trainer, van VV Sliedrecht en Jong Sparta. Komend jaar verschijnt zijn biografie.


Over de Helft

Wat zijn de zorgen en dilemma's van de (net-)vijftiger? Welke verwachtingen zijn er nog? Is een belangrijke carrièremove (nog) denkbaar? Wat betekent het dat de kinderen het huis uit zijn of dat ouders ziek zijn en komen te overlijden? Hoe wordt er gedacht over het eigen onvermijdelijk naderende afscheid van het leven? Hoe richt je straks je laatste (levens)fase in?


Cornald Maas, zelf net 50 geworden, onderzoekt in de reeks Over de helft een generatie die nog volop in het leven staat, maar wel haast moet maken. De reeks is een vervolg op de serie Op de helft, waarvoor hij (net-)veertigers sprak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden