Grijze Chinezen tonen gevaar van de massa

Juan Muñoz ****..

Marina de Vries

Londen Het is de allereerste zin bij de overzichtstentoonstelling in Tate Modern en toch staat hij er terloops, als de eenvoudige constatering van een historisch feit: ‘Juan Muñoz (1953-2001) was de eerste grote beeldhouwer die zich in Spanje manifesteerde na het herstel van de democratie die volgde op de dood van Generaal Franco.’

De informatie laat zich in eerste instantie ook nauwelijks verbinden met het werk van deze te jong overleden, in Londen opgeleide Spanjaard, bekend vanwege zijn vervreemdende polyester tuimelfiguren en groepen Chinese mannetjes. Vooral zijn eerste stappen op het internationale podium in de jaren tachtig zijn uitermate formeel.

Muñoz was gefascineerd door architectonische elementen als een balkon of trapleuning, overgangszones tussen private en openbare ruimten en om die reden gehanteerd als symbolen van communicatie. Die elementen hing hij in miniatuur, tekening of op ware schaal aan witte museumwanden. In navolging van de heersende, minimalistische moraal sprak het concept aan, maar aan het kunstwerk zelf viel – en valt – weinig te beleven.

Af en toe laaien ook dan al tekenen op van miscommunicatie en zelfs van wreedheid, als bij het scheermes achter de trapleuning (I Saw it in Marseille, 1987). Maar het aan het zicht onttrokken mes laat nauwelijks sporen achter.

Pas in de jaren negentig, als Muñoz de modernistische moraal achter zich laat en durft over te stappen op realistische figuren in theatrale setting, blijkt hoezeer zijn oeuvre is verbonden met het dictatoriale Francoregime. Vanaf dat moment staat zijn werk in het teken van dreiging en gevaar.

De spanning heeft verschillende gezichten. Bij een van zijn grootste en belangrijkste werken, Many Times (1999), schuilt het gevaar in de houding van de massa. Honderd muisgrijze, kleine Chinezen klonteren stokstijf en zonder voeten samen in de museumzaal. Maar hoezeer hun monden ook zijn bevroren in een eeuwige glimlach, hoezeer de toeschouwer ook om hen heen cirkelt of tussen hen door, het lukt niet contact te maken. Many Times dwingt de toeschouwer in de gedaante van buitenstaander en dat is bepaald geen prettige ervaring.

Soms hanteert de beeldhouwer kleine middelen om een gevoel van dreiging te creëren. Dat komt door de doorschijnende vergankelijkheid van een met krijt getekende rug of van het even kwetsbare als kille hoorspel van twee stotterende minimannen in Stuttering Piece (1993).

Andere keren grijpt Muñoz naar groteske effecten als spotlights en zware schaduwen, of bouwt hij een niet mis te verstane setting als de verhoorkamer in Shadow and Mouth (1996). Ook dan komt de spanning uit onverwachte hoek. Niet de onbehouwen kop van de verhoorder veroorzaakt angst, het slachtoffer zelf is in zijn isolement en gebrek aan persoonlijkheid angstaanjagend. Met zijn rug naar de zaal, zijn afwezige gelaat naar de muur, kan alleen zijn schaduw spreken. Zachtjes vormt die woorden die niemand hoort.

Muñoz’ concrete situaties overstijgen het hier en nu. Zijn realistische figuren dwingen de kijker tot medeplichtigheid. Die moet voorover buigen of door de knieën om te zien wat gebeurt. Die is erbij en kijkt ernaar, wil de figuren uit hun benarde positie verlossen, maar is in de rol van toeschouwer even hulpeloos als zij.

Zo moet het zijn in een wereld zonder democratie.

Marina de Vries

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden