Grijp de vijand bij de keel

Het clichébeeld: terwijl Wilhelmina en Bernhard in Londen dapper streden tegen de nazi's, was Juliana gewoon huismoeder in Canada. Biografe Jolande Withuis heeft Juliana's verbluffend talrijke politieke activiteiten aan de vergetelheid ontrukt.

Bette Davis waarschuwde in de film All about Eve (1950) de aanwezigen op haar partijtje met de fameuze woorden: 'Fasten your seatbelts, it's going to be a bumpy night!' Het wordt onstuimig omdat ik u ga beroven van een van de meest ingesleten beelden uit onze nationale oorlogsgeschiedenis: het beeld van de kroonprinses die tussen 1940 en 1945 in Canada de gelukkigste jaren van haar leven doorbracht, omdat zij daar niets anders behoefde te doen dan als 'een gewone huismoeder' voor haar kinderen te zorgen. En dat, zo kregen we ook weer na haar overlijden in 2004, tot vervelens toe te horen, was wat zij het liefste wilde.


Ik zet ook vraagtekens bij het al even vaak herhaalde cliché van Juliana als 'vredeskoningin', en last but not least behandel ik de rol in deze van een hooggewaardeerd vaderlands historicus.


Dus: fasten your seatbelts.


Het verhaal begint op 10 mei 1940.


'Ze zijn gekomen.'


Met die woorden werd prinses Juliana in de vroege ochtend in het Haagse paleis Huis ten Bosch door haar moeder gewekt. Hoewel Juliana anders dan Wilhelmina niet had geloofd dat de Duitsers Nederland zouden binnenvallen, was uitleg wíe er waren gekomen overbodig.


Wilhelmina zelf had het nieuws rond vier uur gehoord van prins Bernhard. De prins was als eerste lid van het koningshuis gewaarschuwd dat zijn voormalige landgenoten zijn nieuwe vaderland waren binnengevallen, omdat hij niet in de bomvrije bunker onder het paleis had willen slapen maar in zijn slaapkamer, dicht bij de telefoon. Omdat er in de omgeving van Huis ten Bosch nog geen onraad was te bespeuren, besloten haar moeder en haar echtgenoot om Juliana en de kleintjes nog wat te laten slapen.


Toen ik dit voorjaar begon aan het oorlogshoofdstuk van mijn in 2015 te verschijnen biografie van Juliana, zag ik, gevoed door de bestaande geschiedschrijving, deze rolverdeling van enerzijds een wakende, alerte moeder en echtgenoot, anderzijds een slapende, passieve dochter-echtgenote nog als een fraai symbool van de verhoudingen waarin de koninklijke familie de oorlogsjaren doorbracht.


Juliana reisde na een kort verblijf in Engeland verder naar Canada. In gezelschap van haar kinderen Beatrix en Irene en twee vriendinnen arriveerde ze per boot op 12 juni 1940 in de havenstad Halifax. Ze vestigde zich in de hoofdstad Ottawa. Vijf jaar later keerde ze in Nederland terug, met een derde dochtertje, prinses Margriet.


Terwijl Juliana aan de veilige kant van de oceaan in een villa omringd door lommerrijke tuinen voor huismoeder speelde, streden Wilhelmina en Bernhard vanuit het gebombardeerde Londen dapper tegen de nazi's; ze sliepen in publieke schuilkelders.


Schommel

Dit is wat de meeste mensen weten van Juliana's oorlogsjaren en dit is ook het verhaal zoals dat indertijd via foto en film werd verbreid.


Al tijdens de bezetting circuleerden clandestiene foto's van de kroonprinses en de twee dan wel drie prinsesjes in hun witte jurkjes op de schommel in de tuin van de villa in Ottawa, of in het zwembad of onder de kerstboom. Die illegaal afgedrukte en verspreide beelden boden velen in bezet Nederland troost en bemoediging.


Een van de hoofdleveranciers van dit type beelden was prins Bernhard. De zes keer dat hij overvloog naar Canada maakte hij foto's van zijn vrouw terwijl ze speelde met de kinderen of zat te breien ten behoeve van de Hollandse koopvaardij.


De idyllische gezinsfilmpjes die hij ook opnam, werden tijdens de oorlog in Londen afgespeeld voor de Engelandvaarders; het enthousiaste publiek in Nederland kreeg ze na de bevrijding te zien via Polygoonjournaals. Rond de geboorte van prinses Marijke in 1947 stelde de RVD een speciale film samen met huiselijke beelden uit Ottawa.


Er hadden ook heel andere foto's van Juliana kunnen worden verspreid. Foto's waarop zij geen huiselijke maar een politieke rol vervulde:


Juliana achter een microfoon van de in Boston en New York gevestigde radiozender World Radio University Listeners; Juliana tijdens een van haar speeches voor Amerikaanse vrouwen over de strijd tegen het nazisme; Juliana die de Nederlandse troepen in Canada aanspoort tot hun aanstaande strijd in Europa; Juliana biljartend met Hollandse zeelieden in een Seamen's House; Juliana op excursie in een vliegtuigfabriek; Juliana aan het woord in de parlementen van Suriname en de Antillen; Juliana met de staatshoofden van Venezuela, Haïti of de Dominicaanse Republiek; Juliana in overleg met De Gaulle of Juliana bij president Roosevelt en zijn vrouw.


Die foto's echter zijn nog steeds tamelijk onbekend, net zoals we in verbazende onwetendheid verkeren omtrent Juliana's politieke activiteiten gedurende de oorlogsjaren.


Wilhelmina

Ik werd op het spoor gezet van onze misvormde historische beeldvorming door een aantal publicaties van kort na de oorlog, en het meest nog wel door de woorden van koningin Wilhelmina. In haar inleiding bij een bundeling van redevoeringen van Juliana, verschenen kort na haar inhuldiging in 1948, wees Wilhelmina er met nadruk op dat het in Nederland 'vrijwel onbekend' was gebleven hoezeer haar dochter zich had ingespannen ten behoeve van het vaderland.


Haar woorden hadden weinig effect.


Tien jaar na deze toch niet zo heel stille wenk probeerde Wilhelmina ten tweeden male erkenning te verwerven voor de oorlogsinspanningen van haar dochter. 'Misschien zijn er lezers', schreef de oude koningin in 1959 in haar memoires Eenzaam maar niet alleen, 'die de gedachte hebben, dat Juliana de jaren van haar ballingschap vrijwel uitsluitend heeft gewijd aan de opvoeding van haar kinderen. Een begrijpelijke gedachte op zichzelf en ook, omdat van haar verrichtingen in het verre Canada niet zo heel veel doordrong in het bezette vaderland.


'Maar zo was het bepaald niet. (...)


'Dank zij Juliana hadden wij over de Oceaan een middelpunt voor strijdend Nederland, een middelpunt waar kracht van uit ging. En een krachtige pleitbezorgster voor ons volk bij twee onzer belangrijkste bondgenoten.'


Het was opnieuw aan dovemansoren gezegd. Het beeld bleef bestaan (en bestaat tot vandaag de dag) dat Juliana de oorlogsjaren voornamelijk in Ottawa had doorgebracht, en dat ze zich daar bijna uitsluitend had beziggehouden met het huishouden en de opvoeding van de prinsesjes.


Oorlogshistoricus

Bij uitstek onze nationale oorlogshistoricus prof. dr. L. de Jong, die toch echt een fan mag worden genoemd van de oude koningin, toonde zich voor déze boodschap van zijn heldin totaal niet ontvankelijk.


Luttele jaren na Wilhelmina's poging tot bijstelling van het in Nederland heersende beeld van haar dochter als louter huismoeder, tussen 1960 en 1965, werd De Jongs vermaarde tv-serie De Bezetting uitgezonden.


Wat zei de rijksgeschiedschrijver tot het Nederlandse publiek over de voormalige kroonprinses die toen al zo'n vijftien jaar koningin was?


De Jong legde het publiek op zijn plechtige, gedragen toon uit, dat Juliana's 'plaats' gedurende de oorlogsjaren dezelfde was 'als die van alle moeders in oorlogstijd met jonge kinderen', namelijk 'naast die kinderen om hun eerste schreden te leiden op het wisselvallige levenspad, gadegeslagen door een trotse vader die al die beelden graag vastlegde.'


Alleen het allerlaatste deel van deze bewering, dat over die vader, klopte.


De Jongs sekse-ideologie stond haaks op de waardering die de Nederlandse consul die Juliana tijdens de oorlog in Canada had meegemaakt, eerder had laten blijken voor Juliana's inspanningen. Het was goed, schreef deze consul in 1948, dat de prinsesjes in Canada al jong hadden leren begrijpen, 'dat grote mensen ook andere plichten hebben, buiten het wereldje van de kinderen'.


De Jongs opmerking in De Bezetting was een klap in het gezicht van al die verzetsvrouwen die in bijvoorbeeld concentratiekampen tot hun intense verdriet van hun kinderen gescheiden waren geweest. En zij was een belediging aan het adres van de koningin, al werd midden jaren zestig maar door weinigen beseft dat haar werkelijkheid een heel andere was geweest.


Hoezeer Juliana's huisvrouwelijke imago de historische bronnen heeft gekleurd en vervalst, illustreert het volgende voorbeeld. Het is even onschuldig als veelzeggend.


Toen Juliana net in Canada was gearriveerd, hield ze een radiorede waarin ze zichzelf voorstelde aan de bevolking van Noord-Amerika. In die rede zit een beroemd geworden frase: Do not give me your pity. Geef mij niet uw medelijden. Waarom niet? Omdat zij trots was op haar land, dat nooit had geaarzeld voor zijn vrijheid te vechten en dat ook nu zou doen. 'Pity is for the weak and our terrible fate has made us stronger than ever before.'


Hoe werd deze zinsnede in 1995 geïnterpreteerd in een populaire, rijk geïllustreerde historische reeks over de Oranjes, waarvan de oorlogsaflevering zwaar leunde op het werk van De Jong? Daar werd het medelijden rechtstreeks verbonden aan Juliana's huisvrouwschap. 'In het begin was het moeilijk aan goed huishoudelijk personeel te komen. De huishoudelijke taken moesten daarom worden verdeeld. Voor Juliana (...) was werken in huis een geheel nieuwe ervaring. Van enig medelijden wilde de prinses echter niet horen. In haar eerste toespraak voor de Canadese omroep, zomer 1940, zei ze (etc).'


Zestig redes

Aangespoord door Wilhelmina heb ik op basis van uiteenlopende bronnen een reconstructie gemaakt van Juliana's activiteiten buitenshuis. De ogen vielen van verbazing uit mijn hoofd. Hoe is het mogelijk dat we dit allemaal niet weten?


Tussen de zomer van 1940 toen ze in Canada aankwam, en de zomer van 1944, toen ze door Wilhelmina werd teruggeroepen naar Europa omdat de overwinning nabij leek, hield Juliana ten minste zestig redes en praatjes over de geallieerde strijd tegen het nazisme, deels voor publiek, deels voor allerlei radiozenders, waaronder radio Oranje.


Ten minste acht maal bezocht ze president Roosevelt en zijn vrouw Eleanor. Ten minste zes maal bracht ze een bezoek aan de Nederlandse troepen in het Canadese Stratford (deels de latere Irenebrigade).


Ze ontving als bevriend aanstaand staatshoofd ten minste drie eredoctoraten aan Amerikaanse universiteiten, die ze aanvaardde als 'eerbetuiging aan het gehele Nederlandse volk en dan vooral aan de vrouwen, die zich in deze dagen zowel binnen als buiten de grenzen tegen de onbarmhartigste onderdrukker, die de wereld ooit heeft gekend, verzetten. Hun strijd zal niet vergeefs zijn.'


Aan het ontvangen van die doctoraten koppelde ze steevast een vastberaden oorlogsboodschap. Zo zei ze in juni 1941, dus vóórdat de VS meevochten: 'Ik zou tot U willen zeggen: 'Weest bereid. Ons aller toekomst staat op het spel.''


Uithuizig

De door mij gemaakte lijst van tournees, openingen, toespraken, parades en dergelijke ten behoeve van de geallieerde zaak beslaat drie volle pagina's.


Anders dan de gangbare voorstelling van Juliana's Canadese periode suggereert, was de kroonprinses door al die optredens bepaald uithuizig. Met uitzondering van de schoolvakanties liet ze de kinderen veelvuldig over aan de zorgen van de twee vertrouwde vriendinnen die met haar mee waren gekomen en bij haar woonden: kinderverzorgster Fieth Feith en Martine Röell, die een dochtertje had van de leeftijd van Beatrix.


Zelfs miste ze in 1941 na de zomervakantie de eerste schooldag van Beatrix, omdat ze op weg naar huis eerst nog een kleine propagandatrip langs enkele Canadese plaatsen wilde maken. Omdat ze haar dochtertjes door al haar gereis zo weinig zag, nam ze hen op enkele trips mee, naar Hyde Park bijvoorbeeld, het buiten van de Roosevelts.


Na de verrassing van de vele lezingen, volgde de verrassing van de inhoud daarvan. Wij kennen Juliana als de naar het pacifisme neigende vredeskoningin. Dat imago staat in stevig contrast tot haar moeder, die mede dankzij haar toespraken via radio Oranje met strijdbare leuzen als 'Sla de Mof op zijn kop', na de oorlog de eretitel Moeder van het Verzet kreeg.


In haar oorlogslezingen echter sloeg Juliana een geheel andere toon aan dan in bijvoorbeeld haar Amerikaanse redevoeringen van begin jaren vijftig. Voor zover op schrift gesteld, beslaan Juliana's toespraken tussen juni '40 en juni '45 150 pagina's gedrukte tekst en allemaal gingen ze over de oorlog.


Zelfs als de prinses een tentoonstelling van Hollandse meesters opende, was het onderwerp de geallieerde vrijheidsstrijd tegen de 'horden' van de 'onmenselijkste veroveraar', dan wel de 'onbarmhartigste onderdrukker' ooit, die trachtte 'gehele naties te doen zuchten onder een moderne slavernij'.


Van de vooroorlogse Juliaanse besluiteloosheid, bijvoorbeeld tegenover Bernhards broer Aschwin en de openlijke nazi's in haar eigen Duitse familie, was weinig meer te merken. Toen ze zich eind juni 1940 voorstelde aan Canada sprak een rolvaste troonopvolgster, de zelfbewuste dochter van een 'Landsvrouwe' verwikkeld in een rechtvaardige oorlog.


'Strijd is identiek aan leven', zei ze ergens. De dreigende tirannie der nazi's, die het leven waardeloos zou maken, vroeg het zwaarste offer. Om de hoogste waarden der wereld, de democratie en de vrijheid te redden van vernietiging moesten wij bereid zijn te betalen met onze laatste druppel bloed, onze laatste vezel, 'ten dode toe'.


Anders dan bij haar moeder vinden we bij Juliana weliswaar geen liefde voor de krijg op zich, maar het pacifisme dat haar altijd als wezenskenmerk wordt toegeschreven, ontbrak in deze periode volstrekt. De prinses benadrukte dat Nederland deze oorlog niet had gekozen, maar liet er geen twijfel over bestaan dat wij, in de situatie gebracht dat we onze vrijheid moesten heroveren, net als in de Tachtigjarige Oorlog, desnoods zouden vechten tot de dood. Zelfs deed zij eens de ontboezeming dat ze soldaten erom benijdde dat zij echt de wapens konden opnemen om 'de vijand bij de keel te grijpen en ons land te bevrijden'.


Niettemin was de oorlog voor Juliana een noodzaak in het hier en nu. Hoe strijdbaar zij zich ook betoonde, steeds voegde ze daaraan toe dat als de overwinning eenmaal was behaald, de mensheid zou worden beloond met een betere toekomst.


In een Nieuwjaarsrede voor de Amerikaanse radio op 2 januari 1942, dus volgend op Pearl Harbour, sneed Juliana de thematiek aan die ze tien jaar later als vorstin, in een geheel andere context, in haar even befaamde als beruchte tournee door de VS opnieuw zou aansnijden: 'Onze gemeenschappelijke taak', zei ze, 'is thans de vijand te verslaan en de wereld te maken tot een vreedzaam tehuis voor volken, die elkaar zullen begrijpen, elkaars rechten zullen eerbiedigen en naarstig zullen samenwerken.'


Juliana's redevoeringen kenden enkele regelmatig terugkerende thema's: naast generaties, religie, wederopbouw en saamhorigheid, behoort ook de positie van vrouwen daartoe, een onderwerp dat altijd al haar belangstelling had gehad.


'Ik ben er trots op', zei de prinses op 10 mei 1942 tot een zaal vol Amerikaanse vrouwen, 'dat in deze oorlog de vrouwen van de democratische wereld een actieve rol spelen. Op het gebied van de productie en organisatie en door uw arbeid, opdat de vele en gecompliceerde takken van dienst naar behoren hun taak verrichten, levert gij een onschatbaar aandeel in de uiteindelijke overwinning. Gij, Amerikaanse vrouwen, vecht hard en dapper voor het herstel van de menselijke vrijheid en alles wat ons in de wereld dierbaar is.'


Een van haar voornaamste bezwaren tegen de nazistische opvoeding was het gescheiden onderwijs aan jongens en meisjes. 'Het geluk van gezamenlijk doorgebrachte uurtjes wordt hun ontzegd. De jongens moeten soldaten worden, en de meisjes moeders van soldaten.'


Meisjes werden in nazi-Duitsland van jongs af vastgepind op hun 'biologische voorbestemming', alsof moederschap hun enige perspectief was, en jongens werden afgericht - haar term! - tot een leven voor de macht. Dat ging, waarschuwde de prinses, ten koste van beider geestelijke vrijheid.


Hoe kan het, dat wij dit allemaal niet weten? De Bezetting werd uitgezonden tussen 1960 en 1965. In 1979 vervolgens resumeerde De Jong Juliana's oorlogsjaren in deel 9 van zijn wetenschappelijke reeks Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Daarin stelde hij vast dat Juliana heus intensief had meegeleefd, dat de misdaden van de bezetter ook haar heus een gruwel waren, en dat ze heus had gedaan wat ze kon: ze had gebreid, ze had bloed gegeven, ze had in een winkeltje gestaan met tweedehands spulletjes, ze had thee geschonken voor zeelieden, ze had sober geleefd en ze had de prinsesjes zo Nederlands mogelijk opgevoed.


Voor dat laatste nobele doel was zelfs een oer-Hollands leesplankje via Zweden naar Canada gesmokkeld. Verder had ze Suriname, de Antillen en Venezuela bezocht. En ze was bij Roosevelt geweest maar dat had weinig om het lijf gehad.


Ziedaar de vijf oorlogsjaren van Juliana - veilig in Canada. Wat Roosevelt betreft is De Jong overigens al gecorrigeerd door Fasseur, volgens wie Juliana's bezoeken aan het presidentiële paar de goodwill voor ons kleine land aanmerkelijk vergrootten en aldus de weg plaveiden voor de Nederlandse diplomatie.


Onbenullig

Zoals gebruikelijk werd De Jongs concepthoofdstuk voor het verscheen gelezen door een aantal wetenschappelijke meelezers. Dat was in 1978. Een van die meelezers kenschetste Juliana's leven op grond van De Jongs concepttekst als onbenullig. Kon het deel over de kroonprinses eigenlijk niet beter helemaal worden geschrapt?, suggereerde hij.


Wat hij niet besefte, was dat Juliana's onbenullige leven de werkelijkheid niet beschreef. Zij was met dat onbenullige bestaan opgezadeld, en bleef ermee opgezadeld tot vandaag de dag.


Natuurlijk kunnen we daarvan niet alleen de geschiedschrijving de schuld geven. In mijn biografie probeer ik de diverse factoren in kaart te brengen die de wonderbaarlijke én verontrustende verdwijning van Juliana's oorlogswerkelijkheid kunnen verklaren, waaronder haar eigen rol en die van haar echtgenoot.


Dat zij een echtgenoot hád, is van wezenlijke betekenis om te begrijpen hoe Juliana's oorlogsactiviteiten zo volkomen uit zicht konden raken.


Weliswaar werd ook Wilhelmina met de titel 'Moeder van het Verzet' stevig opgesloten in een traditionele vrouwenrol. Maar als langjarige weduwe en oude vrouw (ze was overigens bij de bevrijding nog maar 64!) kon zij tegelijkertijd aan de seksegevangenis ontsnappen. Zij had niet te lijden onder de voor vrouwen geldende beperkingen van de gehuwde staat en evenmin was er een concrete, levende echtgenoot die onder haar concurrentie te lijden had.


Deze congresdag staat in het teken van 'De vrouw in het Koninkrijk 1813-1913-2013'. Anno 1913 had die vrouw geen kiesrecht, maar onder gereformeerden leefde wel het idee van een 'weduwenstemrecht'. Dat berustte op de redenering dat waar de man als gezinshoofd was weggevallen, zijn weduwe zijn rol op zich mocht nemen en mocht stemmen. Je zou kunnen zeggen dat Wilhelmina de vruchten plukte van dat type denken. Omdat ze geen man had, kon ze zich permitteren zelf een politieke leidersrol te vervullen.


Wat kiesrecht betreft waren vrouwen er in 1945 sedert 1913 op vooruitgegaan, wat betreft hun recht op arbeid werd het er in de twintigste eeuw lange tijd alleen maar slechter op. Steeds meer bescherming, steeds minder vrijheid.


Nog afgezien van het specifieke karakter van haar concrete echtgenoot van vlees en bloed, werd Juliana's situatie, inclusief de wijze waarop haar geschiedenis werd beschreven of beter: werd weggeschreven, in hoge mate bepaald door haar huwelijkse staat. Zij was een gehuwde vrouw in een land waar de man volgens de wet nog altijd het hoofd was van de echtvereniging.


Het idee dat in een fatsoenlijk gezin de man de kost wint voor 'zijn' niet buitenshuis werkende vrouw had sedert 1913 alleen maar aan kracht gewonnen en zou in de naoorlogse verzorgingsstaat, die bovendien groeide in de context van de Koude Oorlog, zowel ideologisch als juridisch in beton worden gegoten.


Vrouwen, met name verzetsvrouwen, hoopten in 1945 op een grotere maatschappelijke rol voor hun sekse en in sommige opzichten kregen ze hun zin. Er werden bijvoorbeeld na de oorlog enkele voordien gesloten beroepen voor vrouwen opengesteld, zoals in 1950 het notariaat, en er gingen meer meisjes studeren. Maar die hielden er erg vaak weer mee op, want in de jaren vijftig trouwden meer meisjes dan ooit en wie trouwde werd ontslagen, zelfs al was ze gepromoveerd.


Koude Oorlog

Op de oorlog volgden babyboom, restauratie en Koude Oorlog, en in de Koude Oorlog behoorde het tot de sacrale waarden van het vrije Westen dat vrouwen niet werkten en niet aan politiek deden. Politiek, werk en kinderopvang behoorden tot de gruwelijke wereld van achter het IJzeren Gordijn. Onder de 136 ministers die Juliana meemaakte, waren welgeteld 4 vrouwen.


Koningin Juliana werd de verpersoonlijking van het Hollandse wederopbouwgezin, dat pas heel veel later een beetje emancipeerde.


Net als de geschiedschrijving is ook dit maar een deel van de verklaring waarom Juliana's werkelijke oorlogsjaren uit zicht zijn verdwenen. De rest, waarover ik nog nadenk, kunt u lezen in mijn biografie.


Materiaal om bovenstaande redenering empirisch te ondersteunen, is al te vinden in het boek Juliana en Bernhard van Cees Fasseur uit 2008. Fasseur had toegang tot de correspondentie tussen Juliana, Wilhelmina en Bernhard en laat zijn lezers via ruime citaten meelezen.


Daaraan ontleen ik het volgende:


Het is voorjaar 1941. Juliana heeft haar eerste bezoek gebracht aan de VS, ze heeft kennisgemaakt met president Roosevelt en zijn vrouw Eleanor, en ze heeft haar eerste internationale redes gehouden, als ze van haar moeder een buitengewoon belangrijke brief ontvangt.


Een brief met, terloops gesteld, een haast niet te geloven mededeling. In haar brief schetst Wilhelmina een plan voor de naoorlogse wederopbouw waarin ze haar beide 'kinderen', Juliana en Bernhard, een belangrijke positie toekent. Maar ze moet daarbij wel een kanttekening plaatsen, schrijft ze haar dochter. Bernhard had haar al bij voorbaat laten weten dat hij Juliana's plaats toch vooral in het gezin zag.


Hier kreeg dus een verbannen toekomstige vorstin tussen neus en lippen de mededeling dat haar man haar toekomstige plaats vooral thuis zag. Dat moet haar hebben teleurgesteld, aangezien ze Bernhard mede had getrouwd in de hoop op een bondgenoot en steunpilaar.


Niettemin was Juliana's antwoord aan haar moeder zonneklaar: 'Denk eraan', schreef ze terug, 'dat ik ook een werkelijke rol (...) krijg en niet alleen het refrein word van het liedje dat Bernhard zingt!!!'


Met drie uitroeptekens.


In Amerika moest, zoals het gezegde wil, toen de mannen terugkwamen van de oorlog 'Rosie the Riveter back to the Kitchen'. De vrouwen die in de fabrieken de klinknagels van de vliegmachines hadden aangedraaid en de munitie voor de troepen hadden vervaardigd, werden weer naar huis verbannen.


In Nederland werd gedaan alsof de kroonprinses vijf jaar lang als oppas van haar dochtertjes op het groene gras van haar villa in Ottawa had gepicknickt.


Jolande Withuis is als sociologe verbonden aan het NIOD.


CONGRESLEZING


Dit is een ingekorte versie van de lezing die Jolande Withuis vrijdag hield op het congres De Vrouw 1813-1913-2013 van het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap en de Vereniging voor Gendergeschiedenis. In maart 2014 verschijnt van haar Juliana's vergeten oorlog (De Bezige Bij).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden