Griep

Door lichte griep was ik aan de televisie gebonden. Ik zag Frans Osinga. Hij is die deskundige van Clingendael die de klusjes opknapt waar Rob de Wijk geen tijd voor heeft....

Osinga zat in Twee Vandaag. Hij werd geïnterviewd in zijn eigen werkkamer, met op de achtergrond een grote boekenkast. Het gesprek ging over de Iraakse burgerij die door Saddam word gebruikt als menselijk schild. Osinga praat nogal mompelend, dus ik miste de helft.

Daar kwam bij dat mijn aandacht werd getrokken door de boekenkast. Ik ben zo iemand die als hij ergens op visite komt onmiddellijk de boekenkast gaat inspecteren. Een slechte gewoonte, misschien, maar wel instructief.

Achter Frans Osinga herkende ik maar één boek. Het was een dik, zeer dik, donkergroen boek, met op de rug, behalve de titel in donkere, onleesbare letters, een roodwitblauwe roset. Dit was The Campaigns of Napoleon, the mind and method of history's greatest soldier van David G. Chandler. Mijn hart sprong op.

Waarom?

Omdat ik dit boek, hét standaardwerk over de militaire verrichtingen van Napoleon, al maanden aan het lezen ben. Het is 1172 pagina's dik, vandaar dat het zo lang duurt. Ik ben nu bij de slag om Dresden, augustus 1813, en bijna aan de laatste tweehonderd pagina's toe. Donkere wolken pakken zich samen boven de kleine keizer, Waterloo en St. Helena liggen al om de hoek. Voor mij doemt de vraag op wat ik ná Chandler zal lezen, en ik maak me zorgen. Zelden las ik namelijk zo'n goed boek. Ging het maar jaren door.

Leerzaam is het ook.

Zo is het eerste leerstuk van napoleontische oorlogvoering dat je altijd in de meerderheid moet zijn als je aanvalt. Chandlers verslag van Napoleons avonturen in Rusland (waar hij 600 duizend man en minstens zoveel paarden verspeelde) laat bovendien zien dat lange aanvoerlijnen levensgevaarlijk zijn. Een ander leerstuk: zoek de zwakke schakel en beuken maar; uiteindelijk stort de hele boel in.

Na Frans Osinga zag ik Mohammed al Sahhaf, de Iraakse minister van informatie. Sinds het begin van de oorlog is hij niet alleen steeds vaker op tv, ook het aantal microfoons voor zijn neus zwelt almaar aan. Nog even, en we zien Al Sahhaf niet meer.

Ik kan er niets aan doen, maar ik krijg altijd een goed humeur van minister Al Sahhaf. Hij liegt er op los met de blijmoedigheid van een man zonder zorgen, zonder verplichtingen en zonder geweten. Zo vrij als een vogel prijst hij op het dorpsplein wonderolie aan. Natuurlijk helpt het niet, maar dat weet toch iedereen?

Als hij verontwaardigd spreekt over aggressors, invaders en war criminals speelt een ironisch glimlachje om zijn lippen, als hij de helden van Irak oproept de varkens van het imperialisme te verpletteren, schiet hij bijna in de lach. Ieder slachtoffer is goed nieuws voor hem; of het nu een Amerikaan, een Brit, een eigen burger of een soldaat is.

De minister van Informatie werd gevolgd door boer Brouwer uit Leusden, een man in klederdracht, die de volgende woorden sprak: 'Als je een schop in de grond steekt, gebeurt er wat. Maar al die informatie, informatie, daar gebeurt niets in.'

Ik bedoel maar, je kunt beter niet met griep aan de buis zijn gekluisterd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden