Griekse staatsschuld nog steeds enorm

Griekenland mag ineens het braafste jongetje van de euroklas lijken, het heeft nog lang geen schoon schip gemaakt. Tijdens de voorjaarsvergadering van het IMF en de Wereldbank wees minister Dijsselbloem van Financiën op de hoogte van de Griekse staatsschuld. Die bedraagt nu 175 procent van het bbp van het land: 320 miljard euro.

WASHINGTON - Dat is maar 130 miljard minder dan Nederland wiens bbp bijna vier keer zo groot is. Dijsselbloem waarschuwde ook voor euforie over de geslaagde Griekse terugkeer op de kapitaalmarkt.


'De Griekse staatsschuld is alleen houdbaar dankzij de goedkope rente van de noodleningen. Het duurt nog jaren voordat Griekenland daarvan af is', aldus Dijsselbloem, die ook voorzitter is van de eurogroep.


De Griekse schuld is nu voor 80 procent gefinancierd door de Europese noodfondsen, in feite de belastingbetalers van andere landen. Daarover hoeft Griekenland maar 1,5 procent rente te vergoeden. Griekenland kan zich volgens Dijsselbloem niet veroorloven al deze leningen te herfinancieren op de private markt. Vorige week plaatste het land daar een obligatielening van 4 miljard euro tegen 4,95 procent: meer dan drie keer zo duur is.


Daarnaast hangt de belangstelling voor Grieks staatspapier nauw samen met de afnemende groei in ontwikkelingslanden waar valuta onder druk staan. In 2010 lieten beleggers Griekenland en andere euro-probleemlanden vallen door hun geld in opkomende landen te beleggen. Nu is sprake van een omgekeerde kapitaalvlucht.


President Klaas Knot van De Nederlandsche Bank zei dat politici zich niet moeten blindstaren op de wispelturige beleggers. 'De rente in Griekenland is heel spectaculair gedaald. Het is de vraag of die ontwikkeling houdbaar is, of dat er door beleggers met grote risico's wordt gezocht naar rendement. De opkomende markten zijn een beetje uit bij investeerders en het kapitaal dat daar wegtrekt moet ergens anders renderen. Dat zag je terug bij de Griekse veiling.'


Een gevolg van de kapitaalvlucht naar Europa is een sterke munt. De euro nadert al de grens van 1,40 dollar. Dat maakt niet alleen de export van veel eurolanden duurder, maar zorgt volgens president Mario Draghi van de ECB ook voor lage inflatie omdat importgoederen hierdoor goedkoper worden. Draghi wil deze lage inflatie desnoods met nieuwe stimuleringsmaatregelen bestrijden, zo liet hij weten. Dijsselbloem vindt de lage inflatie echter helemaal geen probleem. 'Alleen als iedereen gaat roepen dat het een probleem is, wordt het een probleem.'


Dijsselbloem toonde zich tevreden over het feit dat de eurocrisis is geluwd. Hij erkende dat de Grieken ook zelf hebben geleverd en belangrijke hervormingen hebben doorgevoerd. 'De problemen in de eurozone staan hier in Washington niet meer bovenaan de agenda. Dat was vorig jaar nog wel anders. Toen was iedereen somber over de daadkracht van de eurolanden en was er weinig geloof in de plannen voor de Bankenunie. Nu is het plan voor de Bankenunie er en is er juist bewondering voor de daadkracht van de landen in Europa.'


Op een forumdiscussie in Washington zei econoom Willem Buiter dat een Bankenunie met een fonds van 55 miljard euro onvoldoende is, 'omdat met dit bedrag hoogstens één bank kan worden gered'. 'Er is minimaal een fonds nodig van 1000 miljard euro.' Dijsselbloem zei dit bedrag niet te kunnen plaatsen. 'Laten we de resultaten van de stresstest in oktober afwachten. Banken kunnen ook op andere manieren hun vermogen versterken, zoals met het uitgeven van aandelen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden