Griekse minderheden hebben geen recht van spreken

In Noord-Griekenland zijn nog dorpen te vinden waar ouderen hun eigen taal spreken, zoals Slavisch. Voor hoe lang nog? De overheid doet er alles aan minderheden te vergrieksen....

Van onze correspondent Olaf Tempelman

De taxichauffeur verkeert in een opperbeste stemming. Maar zijn gezicht betrekt als hij verneemt waaróm hij naar een reeks obscure dorpjes in het langzaam ontvolkte noordoosten van het land rijdt. In deze dorpjes in Grieks Macedonië zijn nog sporen terug te vinden van verborgen minderheden.

Alles is er helemaal Grieks: de huizen, het alfabet, de spraak - tot het moment dat twee ouderen elkaar op straat aanspreken in een op het Bulgaars of Macedonisch gelijkende Slavische taal of in een oude variant van het Roemeens of het Albanees.

Griekse minderheden?, vraagt de chauffeur met gefronste wenkbrauwen. 'Griekenland heeft helemaal geen minderheden!' De overheid erkent geen andere etnische groep dan Grieken. Griekenland heeft geen minderheden op papier, maar wel op straat, al wordt het steeds moeilijker ze daar tegen te komen.

De afgelopen eeuw, en vooral na 1950, heeft een hard assimilatiebeleid geresulteerd in een succesvolle ontmanteling van de identiteit van vele niet-Grieken. De hand van de geschiedenis had hen binnen de Griekse landsgrenzen geplaatst.

In het begin van de jaren vijftig hingen in bussen en openbare gebouwen grote borden met daarop in gebiedende wijs 'SPREEK GRIEKS!'.

Een halve eeuw later zijn er niet veel jongeren over die zich nog goed in de taal van hun grootouders kunnen uitdrukken. Over twintig jaar zal het weinig zin meer hebben een tocht te ondernemen naar Griekse dorpjes die nog niet zo lang geleden helemaal niet Grieks waren.

Staatsvorming op de Balkan geschiedde naar West-Europees voorbeeld, maar later, minder geleidelijk en via oorlogen en constante inmenging van de grootmachten. Tot op de dag van vandaag kampen de meeste landen daardoor met onopgeloste problemen van etnische minderheden. Griekenland draaide in deze maalstroom mee, maar kwam na de Tweede Wereldoorlog in een uitzonderingspositie terecht. Het werd uit de communistische invloedssfeer gehouden. De Koude Oorlog stelde de autoriteiten - na afloop van de Griekse burgeroorlog - in staat de minderheden onder druk te vergrieksen. In het licht van de Oost-West tegenstelling kon met hun etnische identiteit korte metten worden gemaakt. Dit werd vergemakkelijkt door het feit dat de minderheden na verloop van tijd in Griekenland beter af waren dan in hun communistische 'moederlanden'. Urbanisatie deed de rest. Veel jongeren trokken naar Thessaloniki of Athene, waar zij het contact met de eigen gemeenschap verloren.

Als de Koude Oorlog twintig jaar later was geëindigd, zou Griekenland waarschijnlijk niet meer met zijn recente geschiedenis zijn geconfronteerd. Dan zou de vergrieksing min of meer zijn voltooid. In 1989 was die echter nog té recent.

De in de VS woonachtige Griekse antropologe Anastasia Karakasidou begon in 1988 haar onderzoek naar de vorming van de Griekse nationale identiteit in Macedonië. Dat onderwerp werd toen als geschiedenis beschouwd, 'Macedonië' als een oude naam. Haar boek Fields of weeds, hills of blood kwam uit in het midden van de jaren negentig. Joegoslavië was uit elkaar gevallen. De aan Griekenland grenzende deelrepubliek Macedonië had zich onafhankelijk verklaard.

En een schrikreactie ging door Griekenland. De naam Macedonië werd daar beschouwd als Grieks, net als de symbolen die het nieuwe land gebruikte op zijn vlag en bankbiljetten. Stel je voor dat dit land onder de minderheden in Grieks-Macedonië anti-Griekse gevoelens zou aanwakkeren!

Overal verschenen stickers met de slogan 'Macedonië was Grieks, is Grieks en zal altijd Grieks blijven'. De luchthaven van Thessaloniki werd omgedoopt in 'vliegveld Macedonië'. Het ministerie van Noord-Griekenland werd 'het ministerie voor Macedonië en Thracië'. De staat Macedonië werd gedwongen de onhandige naam Voormalige Joegoslavische Republiek (VJR) Macedonië aan te nemen. Het Nederlandse pleidooi voor erkenning van de onafhankelijkheid van de Joegoslavische deelrepubliek leidde tot een boycot van Nederlandse producten in Griekse supermarkten.

Anastasia Karakasidou werd bestempeld als landverraadster. Haar boek als vuile anti-Griekse propaganda. Toch was alles wat zij in dat boek had geschreven, slechts duidelijk maken dat het historische Macedonië, het hart van het Balkanschiereiland, bewoond werd door een melange van volkeren. En dat mensen met verschillende talen en godsdiensten er door elkaar woonden. Oorlogen en bemoeienis van de Europese grootmachten bepaalden welke inwoners in welk land terechtkwamen: een klein deel in Bulgarije, een groter deel in Joegoslavië, vandaag de dag in de VJR Macedonië, en het grootste deel in Griekenland.

Anastasia Karakasidou stelde haar boek samen uit gesprekken met dorpelingen in Grieks Macedonië. Eerst vertelden die haar wat ze op school hadden geleerd: dat Macedonië al sinds de tijd van Alexander de Grote Grieks was en dat er bij de inwoners nooit iets anders dan Grieks bloed door de aderen had gestroomd. Maar naarmate de contacten persoonlijker werden, begonnen zij te praten over hun Slavische, Albanese of Roemeense voorouders. Hun persoonlijke geschiedenis beschouwden zij niet als 'echte' geschiedenis en staat in hun ogen ook niet haaks op de officiële Griekse geschiedschrijving.

Een prominente Griekse journalist die Karakasidou's boek als 'kannibalisme' had bestempeld, daagde de inwoners van het dorpje Assiros uit hun 'anti-nationale' uitlatingen publiekelijk te herhalen. Zij schreven hem terug dat zij zich niet bewust waren geweest van het feit dat Karakasidou een spionne was en dat alle dorpelingen '24-karaats Grieken' waren.

Het felle nationalisme van de jaren negentig heeft oudere inwoners van Grieks-Macedonië alles behalve aangemoedigd publiekelijk over hun verleden te praten. Het is de hoofdreden dat de bronnen van dit verhaal anoniem wilden blijven en niet direct geciteerd wilden worden. Zij zijn afkomstig uit vier op een rij gelegen dorpjes nabij het drielandenpunt Griekenland-VJR Macedonië-Albanië. Deze vier dorpjes hebben ieder een eigen niet-Grieks verleden.

Het Griekse Aetos is van oorsprong een Slavisch dorp. Maar Slavische namen zijn alleen nog op het kerkhof terug te vinden. De Slaven die na oorlogen niet naar Bulgarije of Joegoslavië vluchtten, lieten hun naam vergrieksen. Mihaelov werd Mihaelidis.

Bulgaarse historici beschouwen deze Slaven als etnische Bulgaren. Maar met de opkomst van een eigen Slavische Macedonische identiteit ongeveer een eeuw geleden, ging een aanzienlijk deel zich 'Macedoniër' voelen. De VJR Macedonië maakt herhaaldelijk melding van de grove discriminatie die honderdduizenden Macedoniërs tegenwoordig in Griekenland ten deel valt. De veronderstelling die in VJR Macedonië heerst, is dat de Macedonische identiteit in Griekenland breed wordt uitgedragen. Maar daarvoor is het te laat. In de praktijk gaat het om acties van enkelingen. De Slavische taal blijft echter een onomstotelijk bewijs van de omvangrijke aanwezigheid van deze minderheid.

In Aetos hoor je deze taal meer op straat dan het Grieks, hoewel onderwijs in het Slavisch verboden is. Het feit dat de taal nog zoveel wordt gesproken, heeft de Griekse overheid wel genoopt in statistieken melding te maken van 'Slavisch sprekende Grieken'.

Lehovo is van oorsprong een Albanees dorp. Zoals de Grieken de Macedoniërs 'Slaven' noemen om geen banden met een moederland te suggereren, zo worden Albanezen hier 'Arvanieten' genoemd. Dit onderscheidt deze 'oude' Albanezen van de honderdduizenden Albanese gastarbeiders die het afgelopen decennium in Griekenland de laagste regionen van de maatschappij zijn gaan bevolken. Het bewijs van verwantschap is dat deze gastarbeiders in Arvanitische dorpen als Lehovo niet blootstaan aan de grove discriminatie die elders de praktijk is.

Nimfaion was een dorp van Aroemenen, ofwel Vlachen. Deze Vlachen vertonen qua taal en cultuur grote verwantschap met de Roemenen. Van alle verborgen Griekse minderheden is dit de eerste die lijkt te gaan verdwijnen. De gemeenschap is volkomen geïsoleerd. Alle mogelijkheden tot ontwikkeling zijn door de Griekse overheid geblokkeerd, behalve op het gebied van de folklore, zoals de Vlachische volksdansen. Het Aroemeens heeft zich als taal niet ontwikkeld en kent geen woorden voor 'wasmachine' of 'autobus'. Jonge Vlachen doen vaak lacherig over het taaltje van de ouderen. Toch is deze taal in Nimfaion nog steeds te horen. Zelfs in het straatbeeld komt zij nog voor. Een restaurant heet la moara, 'bij de molen'. Het wordt in het Latijnse in plaats van het Griekse alfabet geschreven.

Het vierde dorp Agripidia ten slotte, werd honderd jaar geleden nog bevolkt door Turken, net als duizenden andere Griekse dorpen. Na de Turks-Griekse oorlog begin jaren twintig, werden de Turken verjaagd, de moskeeën verwoest en de dorpen herbevolkt met uit Turkije verjaagde Grieken. Alle sporen van deze 'grote uitwisseling' zijn uitgewist. De Turken die in Griekenland achterbleven, staan tot op de dag van vandaag in de statistieken geregistreerd als moslim-Grieken.

Als het overheidsbeleid niet verandert, zullen de verborgen minderheden over een halve eeuw verdwenen zijn. Maar mede door het boek van Karakasidou is er de laatste jaren in Griekenland sprake van de opkomst van een generatie kritische jongeren. Zij nemen geen genoegen meer met termen als 'moslim-Grieken' en 'Slavisch sprekende Grieken'. Dit zal niet leiden tot minderheidsrechten voor deze groepen, maar misschien wel tot een meer waarheidsgetrouwe geschiedschrijving.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden