'Griekse literatuur is bedolven onder uitleg'

Deze week voltooide Gerard Koolschijn (1945), afgezien van het nawoord, het derde en laatste deel van zijn vertaling van het Verzameld Werk van Euripides (Athenaeum - Polak & Van Gennep; deel 1: euro 34,-; deel 2: euro 34,95)....

GERARD KOOLSCHIJN heeft het, zei hij ooit, 'niet zo op eeuwenoud stof'. Vertalen moet niet met plechtige zinnen, het kan goed in eigentijds Nederlands. 'Het gekke is: dat oude stof ligt niet op de Griekse literatuur, het wordt erop gegooid, door vertalers. Op school al vertalen leerlingen klassieken liever ''ofschoon'' dan ''hoewel'': het was toch zo lang geleden?

'Maar oud is niet ouderwets. In hun tijd waren Griekse toneelstukken modern. Oud-Grieks is nu een dode taal, maar hoeft daarom nog niet dood vertaald te worden. Toch vertaalt Boutens ''Storten mijn zoon doet'' als er gewoon staat ''Mijn zoon valt''. De vraag is niet: ''plechtig'' of ''eigentijds''? De vraag is hoe schreef de schrijver? Als hij plechtig schreef, moet de vertaling plechtig zijn. Als hij eenvoudig schreef, eenvoudig. Nu is dat soms niet makkelijk vast te stellen. We kennen de Griekse spreektaal nauwelijks en uitdrukkingen die misschien idiomatisch waren komen bijvoorbeeld maar twee of drie keer voor in het beperkte aantal boeken dat over is. Mijn standaardvoorbeeld is ''het onderspit delven''. Als een buitenlander dat over tweeduizend jaar tegenkomt in een van de weinige bewaard gebleven Nederlandse boeken, denkt hij misschien ook dat het om een bijzonder poëtisch beeld gaat.'

'Verraad' en 'vervlakking', schreef Ilja Leonard Pfeijffer over Koolschijns Euripides. 'Pfeijffer is een talentvolle jongeman, die zichzelf en zijn gedichten heel belangrijk vindt. In zijn ijver maakt hij zonderlinge fouten tegen het Grieks voor iemand die gepromoveerd is op een moeilijke Griekse dichter. Het opmerkelijke is dat mij door anderen precies het tegenovergestelde van gladstrijken is verweten. Ik zou hooghartig zijn als vertaler: weigeren de lezer tegemoet te komen en ontoegankelijke dichterlijke beelden juist te veel handhaven.

'Dat werd van mijn Aischylos-vertaling gezegd. Maar het is niet voor niets dat Aischylos als een moeilijke schrijver geldt die geweldige torens van beeldspraak bouwt, en Euripides juist als een redenerende schrijver, wiens koorliederen soms erg prozaïsch zijn.'

U moet toch vertalen wat er staat? 'Ja, omdat je niet van die tekst mag afwijken. Nee, omdat de woorden van die tekst vaak pas begrijpelijk worden als je ze ook in allerlei andere verbanden hebt gezien. Als je een levende taal kent, zitten die verbanden in je hoofd.

'Bij het Grieks moet je uit woordenboeken alle zinnen zoeken waarin vergelijkbare woordcombinaties voorkomen, om iets van de nuances te begrijpen en in de buurt te komen van het levende woordgebruik van toen. Maar het is waar: als de tekst zegt ''groot leed, groot verdriet'' moet jij niet schrijven ''gruwelijk leed, vlijmscherpe smart'' omdat je dat in je onnozelheid indrukwekkender vindt. En dat gebeurt.

'Een vertaler moet zo schroomvallig mogelijk vertalen. Liefst moet hij onzichtbaar blijven. Soms zal hij gedwongen zijn licht van de betekenis af te wijken, als de winst in vorm opweegt tegen het verlies van betekenis. Ik ben zelf geneigd bij twijfel te kiezen voor trouw aan de betekenis, als ik denk die echt te kunnen achterhalen.'

Vertalen, zegt Koolschijn, is een vorm van schatgraven. 'Een tekst uit het oud-Grieks is doorgaans, ook voor degene die zich op die taal heeft toegelegd, niet onmiddellijk duidelijk. De zinsbouw is totaal anders. Het gebruik van naamvallen maakt de vrijheid in woordvolgorde heel groot. Een deelwoord kan een hele bijzin bevatten. Een verbogen woord een voorzetselbepaling. Begrippen dekken niet automatisch parallelle begrippen in de moderne talen. ''Goed'' is niet ons ethische ''goed'', maar ''voordelig'', ''waardevol''. ''Mooi'' is wel ons esthetische ''mooi'', maar tegelijk ook ''goed'' of ''eervol''.

'Er is veel hersengymnastiek voor nodig om de zinnen tot Nederlands om te bouwen zonder dat ze tweemaal zo lang worden. Om de betekenis te behouden en tegelijk de pregnante vorm. Er liggen grote aardlagen tussen ons en een Griekse tekst. Die probeer je af te graven. En als er al een schat tevoorschijn komt, zelf kan je er pas na een hele tijd plezier aan beleven. Ik benijd weleens de mensen die het resultaat van mijn geploeter onbevangen kunnen lezen. Zij krijgen meer kans een Grieks boek te lezen dan ikzelf.

'Wij weten natuurlijk weinig van de Grieken. We hebben maar een fractie van hun literatuur over, een paar boekenplanken. Maar om die overgebleven boeken te kunnen begrijpen is niet zo veel kennis nodig, want ondanks het soort verschillen dat ik noemde, staan zij heel dicht bij ons. Die tachtig generaties tussen ons en hen zijn een oogwenk in verhouding tot de geschiedenis van het ras. Je kunt de mensen die de ketting vormen tussen Euripides en ons in één forse kamer bij elkaar zetten.

'Het grootste obstakel vormt de mythologie, de moeilijke namen, simpel gezegd, die allemaal voor een Griek een heel verhaal vertelden, terwijl zij voor ons juist dode plekken zijn. Maar hoe vaak heb ik niet gehoord dat een door mij precies vertaalde tekst door mijzelf verzonnen moest zijn omdat het zogenaamd ondenkbaar was dat Grieken schreven wat ons zo modern in de oren klinkt. Waarom? Zij voerden oorlog, waren verliefd, bedrogen en vermoordden elkaar, hielden van vis, subsidieerden het toneel, onderdrukten de armen of juist niet, ploegden, zaaiden, dreven handel, hadden de wijsheid in pacht.

'De Griekse literatuur is bedolven onder de uitleg van geleerde filologen. Die is ook onmisbaar. Maar het gevaar dreigt dat literatuur becommentarieerd wordt om te demonstreren dat de theorieën kloppen. Dat gebeurt in mindere mate ook met moderne Nederlandse literatuur. Zelfs over kinderboeken wordt al gewichtig van alles uiteengezet. Dat soort knapheid is vaak dodelijk. Als de schrijver goed is, heeft hij er zelf voor gezorgd dat hij te begrijpen is. Hij mag inspanning van een lezer verwachten, maar niet dat die aan de hand moet worden genomen door de universiteit. De wetenschapsman is vaak niet de eerste om de kracht van eenvoud te zien. Dus: commentaar graag als hulpmiddel, maar niet meer dan dat, en liefst weggestopt, om niet de aandacht voor de meester op de slaaf te richten.'

Het is 'een belediging voor een schrijver om aan zijn werk commentaar of uitleg vooraf te laten gaan', schrijft Koolschijn in het voorwoord van het eerste deel van Euripides' Verzameld Werk. 'De grootste geleerden spreken elkaar in hun commentaar vaak tegen. De een ziet een ontroerende tragedie in wat de ander een cynische komedie noemt. Ook bij de uitleg van afzonderlijke passages kan dat extreem zijn. Er zijn recensenten die met veel aplomb een bepaalde interpretatie van de vertaler afkeuren. Meestal hebben ze dan, als ze het al gedaan hebben, één commentaar geraadpleegd in plaats van vijf.

'Ik herinner me uit mijn studietijd, mijn eerste jaar, dat mijn klassieke dispuut in leesgroepjes Euripides' Medea ging voorbereiden voor een latere gezamenlijke bespreking. Toen ik in mijn groepje aan de beurt was, moest ik steeds zeggen: ''Ja, het kan dit zijn, maar ook wel dat.'' Op een gegeven moment vroeg een van de ouderejaars na gewisselde blikken streng: ''Heb je het wel voorbereid?'' Blijkbaar hadden zij het juist niet voorbereid. Dus: wees niet te zeker over je eigen interpretatie. Laat eerst de schrijver zelf aan het woord en verstrek vooraf alleen de onmisbare feitelijke informatie.'

'Grieken', zegt Koolschijn in Het democratische beest, over de door hem vertaalde Plato, zijn voor hem nooit een voorwerp van studie geweest. Grieks is geen dode taal, 'maar iets als hitte, licht en cicaden'. 'Ik houd niet van bibliotheken. De beste week die ik me van mijn studie herinner was die waarin ik Vergilius' gedicht over de bijenteelt las: de dichter zelf, zonder universitaire rompslomp eromheen. Ik heb al te vaak verteld dat Griekenland voor mij de onmisbare aanvulling was op Griekse boeken. Ik liep als jongen na mijn eindexamen door Homerus' wereld, homerisch groetend. Ik liep door die literatuur.

'Er zijn mensen die literatuur pas serieus nemen als zij naar andere literatuur verwijst. Voor die types begint de Griekse literatuur pas in de tijd van de Alexandrijnse literatuurwetenschappers, die zelf literatuur vol verwijzingen produceerden. Ik vind dat kinderachtige, oninteressante teksten. Ik lees liever Tolstoi dan woordfetisjisten. Een groot schrijver is voor mij iemand die oordeelt over het menselijk bedrijf.'

Euripides gaat over een cynische tijd. Dat is ook onze tijd, vindt Koolschijn. 'Vrijwel al Euripides' bewaard gebleven stukken stammen uit de periode van de Peloponnesische Oorlog, grofweg de laatste dertig jaar van de 5de eeuw. Heel de Griekse wereld was erbij betrokken. Er was sprake van een totale relativering van normen, van een extreme democratie die veel trekken van onze televisiedemocratie had, van een cynisch machtsstreven en meedogenloze uitbuitingen, vernietiging van verliezers, een heel snelle wisseling van regeringen en regeringsvormen, alle mogelijke new-age-achtige godsdiensten. Lees Plato's bladzijden over de democratie, een paar decennia later geschreven, over de verhouding ouders-kinderen, leraren-leerlingen, over de verslaafden en hun dwangmatige diefstallen: de gelijkenis is verbijsterend.

'In grove lijnen: Aischylos is een religieuze dichter, Sofokles een realist, Euripides een psycholoog. Daardoor komen Euripides' personages het dichtste bij. Hij maakt van mythologische helden alledaagse mensen, met gezinnen, kinderen die onder hun ouders lijden, met egoïstische ooms en tantes en met opa's die hun verontwaardiging komen spuien. In zekere zin is hij de voorloper van de soap. Ook de liefde is door Euripides' werk een groot onderwerp voor het toneel en later de roman geworden.

'In tegenstelling tot Aischylos en Sofokles is Euripides een pessimist zonder enige illusie. Plato was ook een pessimist, de eerste grote calvinist, misschien een van de redenen waarom ik een soort verwantschap voelde. Maar hij komt met allerlei belachelijke en gevaarlijke voorstellen om de mensheid te redden: een volledig van bovenaf geheim geregelde voortplanting is wel zijn gruwelijkste wanhoopssprong. Euripides is groter: hij laat zien hoe het is, maar verkoopt geen flauwekul.'

'Solon, Solon, jullie Grieken zijn altijd kinderen', schreef Plato in zijn Timaeus, 'een oude Griek bestaat niet.' Dat klinkt opwekkend? 'U haalt het motto van mijn boekje over Plato aan. Plato vertelt dat de oude Egyptenaren dat tegen de Atheense staatsman Solon zouden hebben gezegd, vanuit hun millennia oude wijsheid die ervoor zorgde dat alles altijd op dezelfde manier werd gezegd, geschilderd, gedaan. Zowel dat wijze als dat muurvaste vond Plato prachtig. Ik niet. Heel prettig dat de Grieken lang kinderen zijn gebleven, levendig en gretig, tot de muffe pretentie van de Alexandrijnse universiteit ook hun literatuur bedierf.

'Het is plezierig als mensen zich met literatuur, modern of Grieks, bezighouden en er moeite voor willen doen.' Koolschijn koos resoluut voor het Grieks. 'Misschien ook door de schooltijd. Wat las je? Eerste klassen: de Romein Caesar, een militaire organisator, tegenover de Griek Xenofon, een beschrijver van belevenissen. Vierde klas: de Romein Ovidius speelde met woorden, de Griek Homerus beschreef mensen. Vijfde klas: de Romein Seneca stileerde fraai rond een afgesleten thema, de ironische Sokrates van de Griek Plato raakte de kern. Ach, ik heb de Aeneis van de Romein Vergilius meerdere keren gelezen, dus laat ik geen algemene uitspraken doen. In elk geval waren de Grieken in alles de eersten en misschien de grootsten in bijna elke literatuurvorm. De Grieken waren de jongsten, ogenschijnlijk naïef, maar door hun onbevangenheid misschien het sterkst. U weet: de oudheid is geen oudheid. Het is onze jeugd. Wij zijn oud.

'Het derde deel is, afgezien van het nawoord, sinds maandag klaar. Nu alleen nog Sofokles' Oidipous. Dat wil ik heel graag vertalen, zelfs voor het eerst in een vast metrum, maar ik zal een zucht van verlichting slaken als dat af is. Vertalen is voor mij geen passie, maar een soort ereplicht, die ik met veel moeite probeer te vervullen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden