Grieks schuldig

Het historische actiespektakel '300' is vanavond op tv te zien. Volgens classicus David Rijser is de uiterst succesvolle film tegelijk een van de weerzinwekkendste interpretaties van de Griekse oudheid.

Een oud-historicus stelde ooit dat een historische monografie over de stad Sparta het beste zou kunnen bestaan uit één pagina met daarop een groot en vetgedrukt vraagteken. De sociale en politieke werkelijkheid van de stad was voor antieke beschouwers al ongrijpbaar, en is ook voor het nageslacht uiterst schimmig gebleven.

De schimmigheid van wat er in Sparta precies gebeurde, staat in schril contrast met de mythe rond de stad, die ons taalgebruik de bijvoeglijke naamwoorden 'Spartaans' en 'laconiek' heeft gegeven en waarin fysieke en morele tucht en doodsverachting centraal staan.

De Spartanen doodden naar verluidt de minder geslaagde exemplaren van hun pasgeborenen direct, trakteerden wie die ballotage had doorstaan op een opvoeding van fysieke kadaverdiscipline en grepen bij het horen van het woord cultuur direct naar hun revolver. Die Spartaanse mythe vindt zijn hoogtepunt in de heldendood die de koning Leonidas en zijn 300 getrouwen in 480 bij Thermopylae (de 'Hete Poorten') zijn gestorven. Ze deden een poging het gigantische leger van de Perzische koning Xerxes, die de Grieken wilde onderwerpen, letterlijk de pas af te snijden.

Batman

Dat die mythe nog springlevend is, blijkt uit de verfilming van deze episode, 300 van Zack Snyder uit 2006. De film is niet gebaseerd op de vermaarde beschrijving uit de 5de eeuw voor Christus in de Historiën van de Griekse geschiedschrijver Herodotus, maar op een stripboek van DC Comics-tekenaar Frank Miller (ook van een paar Batman-afleveringen). Miller zag in zijn jeugd een 'clunky old movie' over de slag bij Thermopylae en beleefde zijn artistieke roeping: om te tonen dat ware helden sterven in een bloedbad. Waarschijnlijk zonder het te weten of zo te bedoelen sloot hij daarbij nauw aan bij Adolf Hitler, die in zijn 'tafelgesprekken' (1943) opmerkte: 'Een vertwijfelde strijd behoudt zijn eeuwige waarde; men denkt maar aan Leonidas en zijn 300 Spartanen. In ieder geval is het niet onze stijl ons als schapen te laten slachten; men kan ons misschien uitroeien, maar men zal ons niet naar de slachtbank kunnen leiden.' Het is dus ook niet zo heel gek dat het woord fascistisch bij de recensies van de film herhaaldelijk is gevallen.

Overspel

Van de film kan gezegd worden dat hij het origineel trouw is. Als concessie aan het grote publiek is alleen een love-interest toegevoegd. Niks zondigs, uiteraard - de liefde betreft de koning en zijn wettige echtgenote Gorgo, want het universum van 300 is anti-decadent en biedt geen plaats voor overspel. De 3 minuten echtelijk liefdesspel zijn een incident in de film: we zien onophoudelijk schaars geklede bodybuilders door het beeld suizen terwijl ze het opnemen tegen oosterse mutanten met speerpunttanden en tegen de verwijfde homo-reus met piercings die hun koning is, de Pers Xerxes. Wat die ook aan krankzinnigs in de strijd gooit, alles wordt doorboord door de computergestuurde Spartaanse speren, tot de Perzen de Spartanen uiteindelijk weten te omsingelen.

Dit laatste detail is ontleend aan Herodotus, maar vrijwel al het andere, de naakt strijdende Spartanen incluis (zij droegen normale wapenrusting in de strijd) is pure fantasie.

Natuurlijk gaan we niet naar de bioscoop voor historische accuratesse, en die is het probleem ook niet. Zelfs de dubieuze ideologische lading waarin de horden monsterlijke en geperverteerde oosterlingen een morele nederlaag lijden tegen de als integere aartsvaders van de westerse vrijheid gepresenteerde Spartanen kan, naast weinig sympathie, ook weinig opzien baren.

Op zich stamt Snyders typering van het oosten als het vreemde, onmannelijke, decadente al uit de oudheid zelf; dat beeld is bij Homerus, Herodotus en Plato terug te vinden en daarna nooit meer weg geweest. In die zin is de film helemaal niet zo on-historisch, al weten wij inmiddels beter.

Weerzinwekkend

Maar wat deze film tamelijk weerzinwekkend maakt, zijn twee dingen. Ten eerste de verheerlijking van mannelijke kracht als metafoor voor de ultieme deugd: de heroïsche bereidheid je te weer te stellen en op te offeren. Maar geweld, kracht en meedogenloosheid - kortom, het soldaat zijn - zijn geen deugd op zich, maar, onder bepaalde omstandigheden, een geëigend middel tot een doel, namelijk dat van een rechtvaardige en vreedzame samenleving. De verheerlijking van het militaire bedrijf in de film (en in de Sparta-mythe überhaupt), en het feit dat de lof van Sparta in 300 berust op de identificatie van de stad met martiale moed zonder meer, suggereert echter dat die agressie een zelfstandige deugd is, en dan ook nog één die eigen is aan het Arische ras waar de Spartanen toe behoorden.

Het tweede bezwaar is net zo fataal: 300 is een film zonder enige narratieve of psychologische subtiliteit, een letterlijk oorverdovend saaie aaneenschakeling van moe en misselijk makende actie, schreeuwend geacteerd, zielloos verbeeld, en de infantiele droom van een onverbeterlijke domkop. Want het zijn juist niet de Spartanen die tot de aartsvaders van de Griekse cultuur en identiteit zijn uitgegroeid, zeker niet in de historische doorwerking daarvan. Dat waren veeleer de Atheners. Snyders oudheid is die van Sparta (niet-lullen-maar-poetsen, hard, conservatief) niet die van Athene (intellectueel, kunstzinnig, speculatief, maar niet zonder moed of daadkracht). Maar het is die Atheense traditie die de westerse cultuur is gaan domineren, die heeft geleid tot de humanistische traditie, en indirect ook tot onze democratische kernwaarden. Het is juist die traditie die ons tot denken en doordenken van tegenstellingen en posities aanzet, over oost en west, man en vrouw of slaaf en meester, en ook over de dubieuze voorbeeldfunctie van het verleden, de oudheid incluis.

Oerkracht

Ieder is natuurlijk vrij om het grote vraagteken van Sparta naar eigen believen in te vullen.

Wie niet doordenkt en de mythe van Sparta gelijk stelt met de reinigende oerkracht van de oudheid die het westen tot voorbeeld zou moeten zijn, lift mee met het prestige maar ook met de waarde die de klassieke traditie heeft gehad om er juist dat kwaad mee aan te stichten waarvan de oosterse tegenstander wordt beticht.

300, Zaterdag 30 juni, Veronica, 22.00 uur

Grieks erfgoed

Goede films over de Grieken zijn schaars. Pier Paolo Pasolini's eigenzinnige versies van Sophocles' en Euripides' tragedies Edipo re (1967) en Medea (1969) zijn, hoewel gedateerd, nog altijd zeer goed verteerbaar. Niet onverdienstelijk is ook Agora van Alejandro Amenábar (2009) over Alexandrië in de late oudheid, en het martelaarschap van de vrouwelijke filosofe Hypatia. Toch stoort ook hier weer de digitale remastering van een onkenbaar verleden. Het meest fris en het inspirerendst blijft het om het literaire erfgoed van de Grieken radicaal te transponeren naar het heden.

Dat deden de Coen-broers in O Brother, where art thou, gebaseerd op de Odyssee. Het allermooist in dit opzicht zijn misschien de verborgen gelijkenissen met diezelfde Odyssee in Mike Leigh's meesterwerk Naked uit 1993.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden