Grenzen vervagen, behalve in het hoofd

De wereld wordt kleiner, made in the West. De mondialisering roept echter haar eigen tegenkrachten op. Het is niet alleen een mondiaal klassenconflict, maar ook een cultuurstrijd om het hoofd en het hart van de mensheid....

TAMPA, Florida. Een warme bries waait over het onmetelijke terrein. In de verte, achter de palmbomen, is de zee. Hier en daar staan wat gebouwen. Het is zo'n plek waar de tijd trager lijkt te verlopen dan elders. Maar nog voordat die gedachte kan bezinken, trekt zich voor onze ogen een reusachtig militair vliegtuig omhoog. Machtig en majesteitelijk.

We zijn op het US Central Command. De subtropische landerigheid is er bedrieglijk. We bevinden ons in een van de controlekamers van het Amerikaans imperium.

Van hieruit worden de legioenen gedirigeerd naar een gebied dat loopt van de oerwouden in Congo, via de woestijnen van het Arabisch schiereiland naar de bergen van Centraal-Azië. Daar worden troepen ingezet om olieroutes te beveiligen, terroristen te bestrijden, wegen aan te leggen en misschien straks Saddam Hussein af te zetten. Zware transportvliegtuigen overbruggen de afstand in niet meer dan 24 uur.

De Amerikanen doen de grenzen vervagen in de wereld van vandaag. Militair, maar ook economisch en cultureel. De vanuit Silicon Valley ontketende informatica-revolutie heeft op communicatiegebied vrijwel alle beperkingen in tijd en ruimte geslecht. De vrijemarkteconomie rukt op. Er verspreidt zich een universele levensstijl, made in the USA, made in the West.

Velen profiteren van de mondialisering of hopen dat te doen. Anderen voelen zich bedreigd door de opdringerige, boze buitenwereld. Zij zetten zich af tegen het vreemde, zoeken houvast bij het vertrouwde. De mondialisering roept zo haar eigen tegenbeweging op: naarmate de territoriale grenzen poreuzer worden, worden de grenzen in het hoofd hardnekkiger.

De wereld krimpt en dat doet pijn, híer en dáár. Er zijn niet alleen spanningen tussen de westerse en niet-westerse wereld, maar ook binnen de westerse samenleving. Met immigranten, en ook met die lagen van de autochtone bevolking die niet alleen de asielzoeker en de moskeeganger, maar net zo goed de anonieme multinational en de Brusselse bureaucraat zien als gevaren die de eigenheid bedreigen.

De door de dialectiek van de mondialisering ontketende polarisatie betreft niet louter een confrontatie tussen westerlingen en niet-westerlingen, christenen en moslims. Het is meer dan een botsing van beschavingen: het is een botsing van wereldbeelden, van waardensystemen. De voorstanders van een open maatschappij staan tegenover de aanhangers van de gesloten samenleving, en die laatsten kunnen zowel moslim-fundamentalisten zijn als Europese populisten.

Het is een strijd om het hoofd en het hart van de mensheid. De mondialisering wordt voortgestuwd door de onstuitbaar lijkende kapitalistische dynamiek, waardoor de wereld de afgelopen tweehonderd jaar meer is veranderd dan in de tweeduizend jaar daarvoor. Haar succes is dat het inkomen per hoofd van de wereldbevolking in 1995 drie keer zo hoog was als in 1950. Haar tekort is gelegen in het feit dat in 's werelds armste landen eenderde van de inwoners moet leven van minder dan een dollar per dag.

Dat zijn de verliezers. Zij kunnen niet worden veronachtzaamd. Zoals vroeger de ongelijkheid in de westerse maatschappijen onaanvaardbaar werd geacht (wat leidde tot de verzorgingsstaat), zo kan men in de toekomst niet berusten in de ongelijkheid tussen landen, voorspelde ooit wijlen Raymond Aron, zeker geen communist.

Hoe kleiner de wereld, hoe groter het besef van de welvaartskloof, al was het maar omdat de armen massaal op de poorten bonken van de rijke landen. Als het Westen de wereld niet tegemoetkomt, komt de wereld naar het Westen, als immigrant of als terrorist.

Armoede en achterstand vormen de kwetsbare plekken van de mondialisering. Ze vormen de voedingsbodem voor de tegenkrachten. Die worden gekweekt op de koranscholen in islamitische landen als Maleisië, Somalië, Jemen en Algerije. De rekruten zijn sloebers die geen geld hebben voor het reguliere onderwijs of voor een westerse opleiding. Zij leren de moderniteit van het immorele Westen te verwerpen. De muren van een van de meest militante scholen, in het Indonesische Solo, spreken van de heilige oorlog en de martelaarsdood.

Maar de mannen van Bin Laden die met vliegtuigen wolkenkrabbers doorboren, zijn niet arm. Ze komen uit de middenklasse en zijn goed opgeleid. De nieuwe polarisatie in de wereld is meer dan een heruitvoering van de klassenstrijd, maar dan op mondiale schaal. Er woedt ook een cultuurstrijd. 'Het gaat niet alleen meer om de economie, domoor' kan als correctie op Clinton worden gesteld. Het zelfgenoegzame materialisme van de jaren negentig, die in het teken van het neoliberale vrijemarktdenken stonden, zijn voorbij. Waarden en ideeën - de bovenbouw, in de terminologie van Marx - spelen weer een grotere rol.

Hier en daar weerklinkt opnieuw de roep om een bezielend verband. De door wetenschap en secularisatie 'onttoverde' wereld wordt weer betoverd. De politiek in het Westen gaat weer over meer dan stoffelijke zaken alleen: ook over normen en waarden, immigratie, onveiligheid en de teloorgang van de familiebanden en de gemeenschapszin.

De aanwezigheid van islamitische immigranten dwingt de westerse samenleving tot een bezinning op haar identiteit en christelijke wortels, hoe geseculariseerd ze inmiddels ook geworden is. Het debat wordt gevoerd met een hartstocht die soms doet vrezen dat we terug zijn in de tijd van de godsdiensttwisten. Alsof, om met Max Weber te spreken, de 'oude goden' weer uit hun graven zijn opgestaan om hun eeuwige strijd voort te zetten.

De spil in die strijd zijn de Amerikanen. Voor Arundhati Roy, de Indiase schrijfster, zijn zij de boosdoeners in deze wereld. Osama bin Laden ziet zij als de duistere dubbelganger van de Amerikaanse president. 'Gehouwen uit de rib van een wereld die verwoest is door Amerika's buitenlandse politiek: met haar kille onverschilligheid voor niet-Amerikaanse levens, haar genadeloze economische agenda die zich door de economieën van arme landen heeft gevreten als een zwerm sprinkhanen, en haar plunderende multinationals die ons de lucht ontnemen die wij inademen, de grond waarop wij staan, het water dat we drinken, de gedachten die wij ontwikkelen.'

Tegen zoveel haat moet Bush optornen. Hij is er echter van overtuigd dat de idee van de open, democratische samenleving door alle culturen wordt gedeeld. 'Geen volk ter wereld verlangt ernaar te worden onderdrukt, of streeft naar onderworpenheid of ligt graag te wachten op de middernachtelijke klop op de deur van de geheime politie.'

Bush verbindt zijn ideaal met macht, altijd een ongemakkelijk paar. Hij is bereid de global reach van het Central Command te gebruiken en zijn vliegtuigen en troepen op Irak af te sturen, in de eerste plaats om het land van massavernietigingswapens te ontdoen, maar ook om democratie af te dwingen. Het gevaar is dat de militaire machtsmiddelen het zicht ontnemen op het ideaal of dit zelfs corrumperen.

Maar Bush hoopt dat een democratisering van Irak de stoot zal geven tot hervormingen bij andere autoritaire regimes in het Midden-Oosten, die indirect het terrorisme voeden door generaties van jongeren voort te brengen die nauwelijks werk en inspraak hebben en gemakkelijk radicaliseren.

De historicus John Lewis Gaddis concludeerde uit een dit najaar gepubliceerd strategiedocument dat Bush net als Woodrow Wilson de wereld veilig wil maken voor democratie. Omdat anders de democratie niet veilig is voor de wereld. Het probleem voor hem is alleen dat niet iedereen dit gelooft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden