GRENSPAALTJES

ALS er één onderwerp was dat de grote partijen tijdens de jongste verkiezingscampagne verdeeld hield dan was dat het migratiebeleid....

Het verloop van de verkiezingscampagne leek aldus garant te staan voor een moeizame formatie. Niets bleek minder waar. Over het immigratiebeleid was men het meteen eens. Bolkestein bleek zich goed te kunnen vinden in het beleid van de PvdA'er Kosto. Op zijn beurt had Kok weinig moeite met de ideeën van Bolkestein. Niet voor niets had hij het beleid van Kosto verdedigd.

Hoe valt dit met elkaar te rijmen: grote meningsverschillen tijdens de campagne en daarna zoveel eensgezindheid? De contradicties van solidariteit komen hier naar boven. Ons land handhaaft een hoge standaard van interne solidariteit. Wie in Nederland armlastig is, kan rekenen op de steun van de overheid. We betalen daar hoge premies voor, maar we zijn over het algemeen gelukkig met de wetenschap dat we in geval van tegenspoed niet te diep zullen vallen. Laat ik dit interne solidariteit noemen. Deze solidariteit is in weerwil van alle discussies diep geworteld in ons moreel besef.

Een dergelijke grootscheepse herverdeling kent echter één beperking: zij eist een rigoureuze uitsluiting van buitenstaanders. Zonder uitsluiting zouden de armlastigen uit alle hoeken en gaten van deze aarde zich aan onze poorten melden. Een dergelijke last kan bruin niet trekken: de premies moeten omhoog en de contribuanten nemen de wijk naar veiligere (lees: minder solidaire) oorden. Daar zit de paradox van de solidariteit: grote interne solidariteit vereist een strikte inperking van externe solidariteit. Voor een land als de Verenigde Staten, waar interne solidariteit minder hoog in het vaandel staat, is externe solidariteit een geringer probleem: kom erin en maak er het beste van, maar reken niet op onze hulp als het je wat minder gaat.

Ook al ligt deze redenering voor de hand, voor ons moreel besef is zij onverteerbaar. Het grenst aan hypocrisie. Binnen de landsgrenzen praten wij over sterke schouders en smalle beurzen, maar iedereen buiten de landsgrenzen sluiten wij daar rigoureus van uit. Ontwikkelingshulp is een dunne pleister op deze wonden. Maar er is geen ontkomen aan. Solidariteit kent zijn grenzen, op straffe van haar ondergang. Hoe meer een partij zich vereenzelvigt met die solidariteit, des te klemmender is deze paradox. En des te meer is hypocrisie voelbaar. Ziehier het dilemma van Kok en de PvdA. Gelukkig heeft Bolkestein het voor hem opgelost, vandaar waarschijnlijk de soepele formatie.

Nu kan uitsluiting van de interne solidariteit op twee manieren in het vat worden gegoten. Bolkestein vertrouwt vooral op de grenspalen van ons koninkrijk. Tot daar mag de vreemdeling komen, maar niet verder. Wie toch door de mazen van het net slipt, is hier illegaal en zal dat weten ook. Geen huis, geen gezondheidszorg. Zelfs onderwijs voor je kinderen kan er niet af: ook de volgende generatie zal het kruis dragen.

Het probleem met deze benadering is dat onze grenspaaltjes ver uit elkaar staan: er slipt zo nu en dan iemand tussendoor. Door intensief controleren komt de politie zo iemand soms op het spoor. Maar hoe dan verder? Een tijd lang werden illegalen in Roosendaal op de trein gezet. Daar is men na klachten van de NS over het grote aantal onbetaalde retourreizen mee gestopt. Kortom: uitzetten is een illusie.

Van der Zwan en Entzinger hebben een oplossing voorgesteld langs een ander spoor. Immigratie zal er blijven, legaal of illegaal. Wie echter ons land binnenkomt zonder de kwalificaties die nodig zijn om hier tegen voor ons normale arbeidsvoorwaarden aan de slag te komen, kan geen aanspraak maken op de interne solidariteit. Hen worden cursussen aangeboden om zich die kwalificaties eigen te maken. In de tussentijd heeft men echter beperkt recht op sociale zekerheid.

Ook op dit terrein zal onvermijdelijk hypocrisie hoogtij blijven vieren. Enerzijds zal ons land blijven proberen om immigratie te ontmoedigen door poorten te sluiten en het aantal grenspaaltjes te verdubbelen. Anderzijds heeft het geen enkele zin om degenen die eenmaal binnen zijn, blijvend als illegalen te marginaliseren. Lees Bram de Swaan er maar op na.

Daarom vind ik de reactie van de Tweede Kamer op de voorstellen van staatssecretaris Schmitz zo onbegrijpelijk. Illegalen die al zes jaar in ons land voorzien in hun levensonderhoud, hebben laten zien dat zij een bijdrage leveren aan onze maatschappij. Door deze groep te legaliseren, geeft men een helder signaal: wie zijn handen uit de mouwen steekt heeft in Nederland een plaats. Schmitz heeft groot gelijk. Legalisatie van succesvolle immigranten is de hoeksteen van een realistisch immigratiebeleid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden