Grensgeschil rond oorlogsmonument

Een Limburgs monument in Brabant

Wat doet een gedenkteken voor gesneuvelde Limburgse Jagers in 's hemelsnaam in Brabant? Dat vraagt oud-Indiëganger Frans Clement, Limburger in hart en nieren, zich ook steeds af.

Beeld Guus Dubbelman

In de landmachtkazerne van Oirschot loopt oud-Indiëganger Frans Clement (91) in de richting van vijf witte, bakstenen muren. Ze staan in een halve cirkel, tussen vijf lange vlaggemasten. De bakstenen zijn beslagen met koperen gegraveerde platen. In het midden staat een spreuk: Regi Limburgae Juventus, wat zoveel betekent als: de weerbare jeugd van Limburg voor de koning.

Daar staat Frans Clement dan, oog in oog met het monument van de Limburgse Jagers, een gedenkteken voor de gesneuvelde soldaten van een van de oudste regionale militaire eenheden van Nederland. Hij loopt langs de platen en bekijkt ze aandachtig. Bij de laatste plaat blijft hij staan. Hij staart naar de namen, regendruppels vallen naar beneden.

'Dit zijn ze. Mijn vrienden', zegt hij. wrijvend over een in reliëf aangebrachte alfabetische lijst met namen, met erachter een sterfdatum en een Indonesische plaatsnaam. 'Daar zijn ze begraven.' Dan, iets zachter: 'In mijn gedachten loop ik er nog elke dag heen.' Het is al meer dan een jaar geleden dat Frans Clement de koperen platen voor het laatst zag.

Het monument, met de namen van zijn Limburgse makkers die sneuvelden tijdens de oorlog op West-Java (1946-1950), staat sinds juni in het Brabantse Oirschot, de legerbasis waar de Limburgse Jagers tegenwoordig huizen - een regiment dat nog steeds actief is. En dat had volgens Frans Clement nooit mogen gebeuren. 'Een Limburgs monument voor Limburgers hoort thuis op Limburgs grondgebied en niet in Brabant.'

Het monument van de Limburgse Jagers in Oirschot, Brabant.

Na de onthulling in 1964 stond het monument bij de kazerne van de Limburgse Jagers in Venlo. Het verhuisde in 2003 naar een tijdelijke kazerne in Weert. Volgens Clement was dat al vervelend, want dat was geen Jagerskazerne, maar het stond tenminste in Limburg.

Toen bekend werd dat ook de laatste Limburgse kazerne in Weert dichtging, was lang onduidelijk waar het monument heen zou gaan. Clement nam het voortouw om het in Limburg te houden, gesteund door de Bond van Oud-Strijders, de nog levende mede-veteranen, de burgemeester van Weert en landelijk het CDA. Hij bracht zelfs een brief naar de minister van Defensie in Den Haag. Tevergeefs.

Op zijn colbert prijkt een speldje met vier sterren. 'Voor elk jaar in dienst een', zegt hij. 'Het was verschrikkelijk in Indië. We waren dienstplichtig, hadden geen eigen wil. Mijn vrienden stierven naast me. Soms word ik nog huilend wakker.'

Daarom is het monument belangrijk voor hem. Hij ging er elk jaar tijdens de dodenherdenking heen, 'maar ook als ik zwaarmoedig was of op de verjaardag van een gestorven vriend'.

De verplaatsing van het gedenkteken ligt gevoelig in Limburg. De gouverneur, Theo Bovens, maakt zich hard voor zijn provinciegenoten en oud-strijders. Hij is zelf zoon van een Limburgse Jager. Om die reden probeerde hij de 235 vierkante meter van de Oirschotse kazerne, de plek waarop het monument staat, tot Limburgs grondgebied te laten verklaren. Dat mislukte. Het stuk grond grenst niet aan Limburg en zou dus een soort enclave in Brabant zijn. Dat vond die provincie niet wenselijk. Maar Brabant snapt de gevoeligheid wel en opperde daarom een langdurige erfpachtregeling, waarbij Limburg de grond huurt. Die provincie ziet dat wel zitten. Dan moet ook nog het ministerie van Defensie toestemming geven, want dat is eigenaar van de grond.

De meest voor de hand liggende oplossing, terugkeer naar Limburg, is uitgesloten. Nico Vroom, voorzitter van stichting Regiment Limburgse Jagers, begrijpt het sentiment van Frans Clement. 'Maar het monument hoort bij de Limburgse Jagers, en die zitten nu in Oirschot.' Op het monument staan nu ook de namen van slachtoffers van recentere missies naar Afghanistan en Irak. 'En binnen de kazernemuren is het beschermd tegen koperdieven. Daarbij staan alle namen ook op andere openbare herdenkingsmonumenten in Limburg.'

Clement haalt zijn schouders op en draait zich om. Voor het monument ligt een groot grasveld, omringd door militaire barakken en massieve bomen. Het is gestopt met regenen, het gras glinstert in de zon. Uit zijn broekzak haalt hij een lichtblauwe zakdoek en brengt die naar zijn gezicht. 'Weet je', zegt hij terwijl hij de zakdoek zachtjes tegen zijn wangen duwt. 'Eigenlijk staat het monument hier prachtig. Veel mooier dan in Weert.'

Op de weg naar huis tikken regendruppels op het dak van de auto. Langs de kant van de weg staat een bord met wit-blauw-gele driekleur, daaronder de tekst: De Limburgers heten u welkom.

Voor zijn huis in Weert doet Frans Clement het bijrijdersportier open en kijkt naar links. Hij geeft de strijd nog niet op, zegt hij. 'Schrijf het maar pittig op: ze hebben het monument gewoon gestolen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.