Grens tussen lijden en levensmoeheid is dun

Euthanasie bij een ondraaglijke ziekte was al toegestaan. Maar waar ligt de grens als de oorzaak van het lijden vager is en er geen sprake is van ziekte?...

Van onze verslaggever Jan 't Hart

Huisarts Philip Sutorius is maandag ontslagen van rechtsvervolging voor het aanreiken van een dodelijk drankje aan voormalig PvdA-senator Edward Brongersma op 22 april 1998. De uitspraak van de Haarlemse rechtbank rekt de euthanasiepraktijk belangrijk op.

Brongersma leed. Niet aan lichamelijke kwalen of aan depressies ten gevolge van nare gebeurtenissen in het leven. Hij leed onder het gebrek 'aan zinvolheid van zijn bestaan' en aan 'het gebrek aan kwaliteit van zijn leven.'

Het Openbaar Ministerie bracht Sutorius voor de rechter, omdat het helder wilde krijgen of deze vorm van euthanasie is toegestaan. Want buiten een paar lichte, lichamelijke kwalen was bij Brongersma lichamelijk noch psychiatrisch een ziekte vast te stellen. Dat maakt de zaak nieuw: wel lijden, geen (ernstige) ziekte, toch euthanasie.

De Hoge Raad sprak in twee belangrijke arresten, in 1984 (Schoonheim) en 1994 (Chabot) uit dat artsen kunnen worden ontslagen van rechtsvervolging als er bij de patiënt sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden. De oorzaak deed er niet toe, maar die was in beide arresten wel duidelijk aanwijsbaar. De Hoge Raad koppelde in beide zaken de goedkeuring aan een duidelijk vastgestelde ziekte.

In het arrest van 1984 ging het om een 95-jarige vrouw. De fysieke pijn kon slechts worden verholpen met een zware verdoving. Euthanasie toegestaan. Ouderenpsychiater Chabot hielp in 1992 een vijftigjarige vrouw aan haar gewenste dood. Ze rouwde om haar beide zonen en ze had een mislukt huwelijk achter de rug. De Hoge Raad besliste dat de vrouw een psychiatrische aandoening had en gaf dat als een van de redenen om Chabot van rechtsvervolging te ontslaan.

De zaak-Brongersma heeft daar veel van weg. Voor Brongersma is het leven ondraaglijk en uitzichtloos, verklaarden huisarts Sutorius, een andere huisarts en een psychiater. Dat oordeel werd op de rechtszitting ondersteund door deskundigen. Maar ziek? Nee.

Deskundige De Reus komt in haar rapport van 15 december 1999 voor de Haarlemse rechtbank tot de conlusie 'dat het afwezig zijn van een ernstige ziekte niet impliceert dat iemand gezond is'. Ofwel: iemand kan ondraaglijk lijden aan het leven, terwijl hij geen psychiatrische of lichamelijke aandoening heeft.

De artsenvereniging KNMG vindt dat voor euthanasie de grondslag voor hulp van een huisarts altijd een lichamelijke of psychiatrische stoornis moet zijn. 'Hoe bepaalt een arts dat iemand lijdt als hij zegt: het leven is voor mij lijden geworden?', zei KNMG-directeur Rijksen gisteravond in het tv-programma Nova.

Minister Korthals van Justitie zei maandag in de Tweede Kamer: 'Bij eenieder die geen levenswil meer heeft, wordt niet zomaar overgegaan tot beëindiging van het leven.' Korthals zei niet dat dit in de zaak-Brongersma is gebeurd. De rechter spreekt dat ook tegen: iedere deskundige die zich ermee heeft bemoeid, bevestigt dat Brongersma zelf het leven ondraaglijk vond, daaronder leed en er geen behandeling mogelijk was.

De scheidslijn tussen mensen die ondraaglijk lijden en mensen die de balans hebben opgemaakt van het leven en ermee willen ophouden, is door de beslissing van de rechtbank dunner geworden. De uitspraak zal voor veel (oudere) mensen een opluchting zijn nu is vastgesteld dat de mens kan lijden aan het leven zonder aanwijsbare kwaal. Maar de rol van de huisarts blijft cruciaal. Voor hem moet het ondraaglijk lijden 'invoelbaar' zijn, anders gaat de euthanasie niet door.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden