GREETJE LUBBI

Greetje Lubbi, oud-vakbondsleider en oud-directeUr van Novib, is in verwarring over wat in de samenleving aan de gang is. 'die georganiseerde woede, de rancune die je overal hoort verkondigen.' Desondanks blijft ze geloven dat je 'met geduld en vast houdendheid' samenlevingen in bepaalde richtingen kunt duwen....

Ze noemt zich een kind van haar tijd en zo is het ook. Haar tijd, dat waren de jaren zeventig. Ze zat op het gymnasium in Zut phen, ze was een klein, vurig meisje en ze mocht met de grote jongens van de hogere klassen meepraten over wat er niet deugde aan de wereld. Ze vond het ongelooflijk enerverend; ze wierp zich met hart en ziel in de strijd. Dat is nooit meer overgegaan.

Ze is nu 47, ze heeft een glansrijke carrière opgebouwd, in de vakbeweging en later bij Novib, maar er is een kink in de kabel. Het lichaam werkt tegen. Of dat zo blijft, is nog niet duidelijk, maar voorlopig moet ze zich in acht nemen. Vorige maand nam Greet je Lubbi afscheid als directeur van Novib.

Tegen de stroom in - is dat niet het motief van je bestaan?

'Moet ik me verdedigen? Is het erg? Ik vind het niet zo relevant, hoor. De vraag suggereert dat ik zou zóeken naar situaties om tegen de stroom in te gaan. Zo zie ik mezelf niet. Ik wil het gevoel hebben dat ik mijn talenten inzet voor zaken die maatschappelijk nuttig zijn, dat wel. Ik wil de dingen niet behouden zoals ze zijn.'

Maar is het karakterdwang?

'Natuurlijk niet. Ik doe het voor het resultaat, wat dacht je nou? En ik zie wel degelijk vooruitgang in de afgelopen twintig jaar. Steeds meer mensen stellen zich de vraag: gaat het primaat van de markt zich niet tegen ons keren?

'Er is een stroming in het bedrijfsleven die zegt: als we ons niet bewust worden van de negatieve kanten van de mondialisering, dan keert de ontwikkeling zich tegen het bedrijfsleven zelf.'

Maar dat zijn minderheden. Wat opvalt aan jouw bestaan is dat je altijd bij de minderheden hebt willen behoren.

'Je suggereert opnieuw dat het een doel op zich is. Maar het maakt verschil of je het doelbewust wilt, zoals jij zegt, óf dat je niet terugschrikt voor het feit dat het nu eenmaal de consequentie is van je maatschappelijke keuze.

'Als ik altijd per se bij een minderheid of een tegenbeweging wilde behoren, was ik nooit naar Novib gegaan. Toen ik overstapte van de vakbeweging naar ontwikkelingssamenwerking, heb ik bewust gekozen voor een grote organisatie met invloed. Ik wil weten dat ik resultaat kan boeken. Als ik alleen maar in de contramine ben geïnteresseerd, had ik Novib niet nodig. En als ik bij Novib alleen maar onhaalbare doelstellingen had geformuleerd, was ik heus wel gefrustreerd geraakt, op den duur. Zelfs ik. Maar ik heb geleerd slim te opereren. Dat leerde ik al bij de voedingsbond.'

Ze maakte naam in de jaren tachtig. Ze was nog maar 29 toen ze voorzitter werd van de Voedingsbond fnv. Om twee redenen, misschien wel drie, was die benoeming bijzonder, afgezien van haar onwaarschijnlijk jonge leeftijd. Ze werd opvolger van de legendarische Cees Schelling, een soort vaderfiguur in de vakbeweging. De voedingsbond gold als een radicale, arbeideristische bond.

Van huis had ze het niet, dat linkse levensgevoel. En ze was vrouw. In een wereld die door mannen werd gedomineerd. Toen ze na dertien jaar vakbeweging in 1992 vertrok, had ze in elk geval bereikt dat bijna de helft van de bestuurders van de bond uit vrouwen bestond.

Vermoedelijk werd ze voorzitter omdat ze niet bang was en een elementair gevoel voor rechtvaardigheid uitstraalde. En ook natuurlijk omdat ze het geluk had vrouw te zijn. Dat was in die dagen, 1984, een groot pre. Er leek een doorbraak van vrouwen ophanden, in het midden van de jaren tachtig, in de vakbeweging. Behalve Lubbi had je Karin Adelmund, Ella Vogelaar en nog een aantal. Uiteindelijk zette het niet door.

Waar heb je dat elementaire rechtvaardigheidsgevoel vandaan?

'Ik kan niet zeggen dat ik het van huis uit heb meegekregen. Op het gymnasium in Zut phen kwam ik terecht in een kring van oudere jongens die in '68 beter snapten wat er aan de hand was dan ik. Het was een kring van mensen die zeiden: wij willen het zelf bepalen hier op school, wij willen zelf bepalen wat er in de schoolkrant staat. Voordat ik het wist, was ik hoofdredacteur. Ik kreeg geweldige ruzie met de rector over een tekening van een fantastische piemel, de rector nam het schoolblad in beslag.

'Ik denk dat ik ontvankelijk was voor de geest van de tijd. Ik had er natuurlijk ook de ideale leeftijd voor, vijftien, zestien, zeventien jaar. Waar wil ik bijhoren, waar voel ik me thuis - dat soort vragen.'

Wat vonden ze er thuis van?

'Mijn vader vond het niet zo denderend.'

Had je veel ruzie?

'Ik heb ontzettende debatten met hem gevoerd.'

Houden jullie nog van elkaar?

'Hij zit in een revalidatiecentrum. Ik heb met mijn vader altijd het beste contact gehad als het met één van ons slecht ging. Dat is dus nu ook zo. Maar ik heb een sterkere band met mijn moeder.'

Ze vertelt over haar moeder. 'Het was absoluut niet gebruikelijk dat je als vrouw ging werken.' Ze herinnert eraan dat tot in de jaren vijftig werkende vrouwen ontslagen werden, als ze trouwden. De Neder landse vakbeweging had er een eer in gesteld ervoor te zorgen dat de kostwinner de last kon dragen van zijn gezin. Het werd een eis van sociale rechtvaardigheid dat de bazen een loon zouden betalen dat hoog genoeg was om een gezin te kunnen onderhouden. Dat was vooruitgang. Over emancipatie van de vrouw werd niet gesproken.

'Mijn moeder ging werken. Gewoon omdat ze weer secretaresse wilde zijn. Het was leuk meegenomen. De vakantie werd ervan betaald. Maar het was heel ongewoon. Ik kan me herinneren dat mijn oma zich schaamde. Als ter sprake kwam dat mijn moeder werk te, zei ze er altijd bij: het is niet omdat ze het geld nodig heeft, hoor.

'Moet je eens kijken, wat een maatschappelijke verandering, in niet veel meer dan veertig jaar. Dat vind ik fascinerend. Nu maak je mee dat vrouwen die stoppen omdat ze voor hun kinderen willen zorgen, zich in hun omgeving fel moeten verdedigen.'

Ze leek geknipt voor de politiek. Ze was slim in het debat, ze beschikte over een gloedvol engagement. Eigenlijk lag het in de rede dat ze na haar jaren in de vakbeweging naar Den Haag zou gaan. 'Ik heb vóór mijn vakbondstijd rondgelopen in Den Haag als assistent van Kamerleden. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik goed zou zijn in het spel, maar dat ik ook snel door het spel zou worden meegezogen. De Haagse agenda zou mij opslokken, vrees ik.'

Ze ging naar Novib, de internationale hulporganisatie. Het was haar taak de contacten te onderhouden met de Wereldbank in Washington. Na zes jaar werd ze directeur van Novib. Zo'n maatschappelijke rol past haar beter dan een politieke. Maar de politiek blijft trekken.

Ze beklaagt zich over De Hoop Schef fer, de nieuwe minister van Buitenlandse Za ken die meent dat wij geen gidsland meer zijn. 'Nederland gidsland betekent dat je in de eigen kring van de Europese Unie gevechten aangaat over hoe Europees beleid nadelig uitpakt voor andere delen van de wereld. Al le maal zwijgen ze over het feit, dat de Euro pese landbouw desastreus is voor ontwikkelingslanden. Die landen komen er van geen kant aan te pas. Die worden systematisch en al tientallen jaren uitgesloten en nog steeds krijgen ze geen enkele kans om op de Euro pese markt ertussen te komen.'

Het is de logische bestaansreden van Euro pees landbouwbeleid: bescherm de eigen boerenstand.

'Is dat niet kortzichtig? Dat is toch knollen voor citroenen verkopen?'

In tegendeel, het is al vijftig jaar goed gegaan.

'Het is helemaal niet vijftig jaar goed gegaan. Pas op, ik ben zelf een boerendochter. Let eens op de enorme saneringen die keer op keer onder Europese boeren hebben plaats gevonden. Er is een beleid gevoerd op grootschaligheid en uitstoot van boeren. Dat is intern de politiek geweest. En extern was het beleid concurrenten uit de Derde Wereld buiten de deur te houden door de boe-

ren hier miljarden aan subsidies te geven. Nooit werd de vraag gesteld: hoe kunnen we op langere termijn die subsidies beter

gebruiken?'

Het is voor politici verschrikkelijk moeilijk een ander beleid te voeren dan korte termijnbeleid. Anders worden ze ingehaald door de verkiezingen. Die verliezen ze.

'Als je meegaat in die redenering verklaar je als politicus jezelf onmachtig.'

En als je niet meegaat in die redenering word je niet herkozen. Kies maar.

'Dat hoeft helemaal niet. Veel politici durven de ingewikkeldheid van de dingen niet eens aan hun achterban voor te leggen. Je kunt toch niet volhouden dat de politiek in Nederland uitblinkt in goede communicatie met de achterban? Een van de dingen die je Pim Fortuyn moet nageven, is dat hij wist hoe je moest communiceren.

'Er wordt nu gezegd in Europa: die subsidies aan de boeren, dat kan niet voortduren. Het wordt helemaal te duur als de Oost-

Eu ro pese boeren erbij komen. Maar nooit wordt gezegd: het moet stoppen omdat het buitengewoon oneerlijk is tegenover de Der de Wereld, waar we dankzij onze subsidiepolitiek de armoede in stand houden.

'Ik vind dat je van politici mag verwachten dat ze het hele verhaal vertellen, dat ze integer zijn, ook al is dat electoraal onvoordelig.'

Een integere politicus overleeft niet.

'Dat is een cynische stelling die bovendien niet klopt. Ook de politiek, zelfs de politiek kan niet heen om processen van een langere adem die moed vergen en leiderschap. Na tuur lijk is de inhoud van de boodschap dan oneindig veel ingewikkelder. Maar je mag toch vragen dat een politicus nadenkt over hoe hij zijn boodschap uitvent? Waar leg ik de kern? Hoe verantwoord ik moeilijke besluiten? Hoe leg ik het uit aan mijn achterban? Eerlijk gezegd, wij, bij Novib, zijn voortdurend bezig met dit soort vragen. Dat mag je toch ook van politici vergen.

'Ik ben het ermee eens dat je je zorgen moet maken over de bereidheid van politici hun nek uit te steken. Het paradoxale is dat heel veel mensen zeer wel bereid zijn over de brug te komen, in te schikken. Als het hen maar goed wordt uitgelegd.'

Welnee, je gaat daarmee tegen de stroom in. Mensen worden tegenwoordig geacht hun eigen zaken te regelen, dat is de overheer sende tendens.

'Het is niet waar dat eigen verantwoordelijkheid wordt uitgeschakeld als je mensen vraagt om alsjeblieft ook nog een beetje aan elkaar te denken. Je moet je niet in dat soort zwart-wit modellen laten duwen. Het is heel belangrijk om vertrouwen te houden in de veranderbaarheid van de dingen.

'Kijk naar mij, ik heb een uitgesproken optimistische levenshouding.'

Waarom heb je die houding eigenlijk? Wie naar je kijkt ziet een leven lang vechten tegen de bierkaai.

'O nee, zo voel ik het helemaal niet. Ik geloof dat je dingen kunt veranderen. Vroeger werd gesproken over de maakbare samenleving. Dat vond ik geen prettig begrip. Het suggereert dat verandering met een knip van de vinger tot stand komt, dat het snel kan en dat het makkelijk is, dat je het kunt bestellen. Dat klopt na tuurlijk niet. Wel kun je met geduld en vasthoudendheid samenlevingen in bepaalde richtingen duwen. Ik bedoel niet het geduld van wacht-maar-af, eet-komt-wel-goed. Ik ben geduldig in deze zin: ik weet dat het lang duurt, tergend lang vaak. Ik kan dat accepteren. Ik kan er eindeloos lang op vertrouwen dat het goed komt.

'Je hoorde vroeger wel zo'n gezegde, zo'n stompzinnig gezegde: als je n¡et rood was op je achttiende, dan was er iets mis met je. Was je op je veertigste nog stééds rood, dan was het ernstig mis met je. Zoiets. Ik heb dat altijd zo'n verschrikkelijk stompzinnige redenering gevondenellipse'

Nou ja, op je veertigste kun je vermoedelijk beter nadenken.

'Natuurlijk ben ik veranderd, ook doordat ik ouder ben geworden en heel veel van de wereld heb gezien. Daar heb ik het niet over. Dat gezegde is zo ergerlijk, omdat het impliceert dat naarmate je ouder wordt, je als vanzelf wel beter gaat snappen dat de wereld vooral niet moet worden veranderd. Omdat je zelf tot de groep bent gaan behoren die belang heeft bij de status quo, die het wel prettig heeft. Dat is de stompzinnigheid van dat gezegde. Ik zeg erbij dat ik in de loop der jaren de complexiteit van de dingen beter ben gaan zien.'

Zie je wel.

'Nee, dat gezegde blijft verwerpelijk. En dat de dingen complex zijn is geen ballast, maar verrijking. Wel stelt het hogere eisen. Hoe complex een situatie ook is, je moet het altijd kunnen terugbrengen tot een kern. Ook de vorm telt. Anders snappen mensen het niet en haken ze af. Terecht. Ik ben ontzettend blij dat ik die gave in de afgelopen twintig jaar steeds verder heb kunnen ontwikkelen.'

Ja, laten we het eens over de vorm hebben. Ze herinnert zich heel goed de allereerste keer dat ze, als bestuurder van de voedingsbond, in het nos-Journaal kwam. Ze was aan alle kanten voorbereid, ze wist dat ze het heel kort moest houden. 'Erik Bos huij zen, de sociaal-economisch redacteur van het Journaal, zei tegen me: Greetje, je hebt negentig seconden. Na afloop weten ze echt niet meer w t je gezegd hebt, ze weten alleen nog of je kwaad was of niet.

'Ik was verbijsterd. Ik ben een mens dat absoluut inhoud nodig heeft. Ik dacht: hoe zit dat met mij als ik z & 130;lf naar het Journaal kijk? Erik Boshuijzen had gelijk; bij heel veel onderwerpen waarmee je zelf niet recht streeks te maken hebt, is emotie het enige dat telt.'

Ben je woede gaan cultiveren?

'Nee, ik vind in toenemende mate dat we voorzichtig moeten zijn met woede als vorm. Ik ben in verwarring over de dingen die op het ogenblik in onze samenleving gebeuren. Die georganiseerde woede, de rancune die je overal hoort verkondigen. Ik doel niet alleen op Fortuyn. Ik ben de laatste jaren naar landen gereisd waar woede in ongeletterde vorm vreselijke slachtingen heeft aangericht.

'We hebben als Novib veel werk gemaakt van onderwijs op de internationale agenda van ontwikkelingssamenwerking. Ik was daar heel gedreven in. We kregen veel weerstand, zelfs van activisten. Die zeiden: ach, kom op, emancipatie via het onderwijs en gezondheidszorg, dat is iets van de jaren zes tig, ga toch spelen. Maar ik was gedreven. Het is heel belangrijk dat mensen zelf aan informatie kunnen komen, zelf achter de feiten kunnen komen, dat ze zelf invloed kunnen uitoefenen op de loop van hun bestaan. Dat kan alleen als je inzicht hebt. Dan word je ook minder vatbaar voor de praatjes van de goedkope populist die op basis van louter woede denkt zijn doel te moeten bereiken.

'Feiten zijn heel belangrijk. Ik las in het tijdschrift van Vluchtelingenwerk over een onderzoek naar de kennis onder Neder landers over asielstromen. 40 Procent van de Nederlandse bevolking denkt dat vorig jaar tussen de 75 duizend en 200 duizend asielzoekers Nederland zijn binnengekomen. Stel je voor! Feitelijk zijn het er minder dan 32 duizend. Het is hetzelfde verhaal dat in de Verenigde Staten de ronde doet. Een groot deel van de Amerikaanse bevolking denkt dat 15 procent van hun nationaal inkomen naar de Derde Wereld gaat. En dat het dus wel wat minder kan.

'Het maakt mij angstig, de manier waarop woede nu bij ons omhoog is gekomen. Het is zo destructief. Bij elk bericht dat ik lees over weer iemand die bedreigd is omdat hij of zij een mening geeft, moet ik meteen denken aan ontwikkelingslanden waar ik ben geweest. Daar is het ook zo begonnen, met bedreigingen. Vervolgens is de toestand volkomen uit de hand gelopen.

'Ik weet ook dat zelfs in die landen er altijd mensen zijn die in de zwartste omstandigheden toch zeggen: ja maar, we accepteren het niet. Als er in Chili geen priesters en vakbondsmensen waren geweest die ondanks verschrikkelijke bedreigingen waren doorgegaan, dan waren de Chileense generaals nog aan de macht. Die geschiedenissen zijn voor mij heel belangrijk. Ze geven mij en de mensen zoals ik de inspiratie om niet op te geven.'

Is het erg als ik je naïef noem?

'Ik raak niet van slag, als je dat bedoelt. Helemaal niet. Ik geloof ook niet dat jij het meent. En als je het wel meent, is het omdat je een cynicus bent. Een realist te zijn, is niet erg, maar ik gun niemand het lot van de cynicus. Als je dat namelijk bent, is het leven ongelooflijk veel minder waard.'

Een cynicus weet in elk geval vrij precies wanneer naïviteit in het spel is.

'Nee, ik geloof niet dat ik naïef ben. Maar ik wil niet alleen op mijn rationaliteit vertrouwen. Ik zeg één en andermaal dat emotionaliteit ten minste zo belangrijk is. Ie mand die politicus wil zijn of vakbondsbestuurder of wat voor bestuurder ook, moet iets charismatisch willen hebben. Anders wordt het niks, anders overtuig je de mensen niet. Nou ja, de voorbeelden kennen we inmiddels.'

Wat mankeer je?

'Ik heb een te snel werkende schildklier. Sinds twee jaar is die ziekte manifest.'

Ga je er dood aan?

'Nee, dat niet. Het is lastig, maar niet gevaarlijk. Die wetenschap heeft mij erg geholpen mijn lot te relativeren. Natuurlijk ben ik wel bezorgd geweest.

'Voor het directeurschap van Novib is meer nodig dan wat ik nu kan opbrengen. Omdat ik heel graag de regisseur van mijn eigen leven blijf, heb ik de knoop door gehakt. Ik heb mijn functie neergelegd. Ik wil en kan nog steeds. Het is niet voorbij.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden