Greenspan staat nu machteloos

Dinsdag verlaagde Alan Greenspan de Amerikaanse rente met 0,5 procentpunt tot 2 procent, het laagste niveau sinds 1961. Donderdag volgde Wim Duisenberg: ook 0,5 eraf in Europa, tot een niveau van 3,25 procent....

Denk even mee.

Geld is in de economie eigenlijk niet belangrijk. Economen zijn gewoon een onderscheid te maken tussen de monetaire sfeer - de wereld van het geld - en de reële economie: de wereld van werken, fabrieken en kantoren, goederen en diensten produceren, consumeren en exporteren, economische groei en werkgelegenheid. Geld is een handige uitvinding die de veelkoppige reële economie onder één noemer brengt. Eén uur werken, drie kippen en een stolpboerderij zijn onvergelijkbaar - tenzij je ze op geld waardeert. Geld, om het plechtig marxistisch te zeggen, is de universele verschijningsvorm van waarde. Geld is makkelijk - met een uur werken verdienen we 25 gulden; met 25 gulden kopen we drie kippen - maar als we het niet zouden hebben, zouden we domweg een uur werken ruilen voor drie kippen. Dat werk en die kippen, daar gaat het om in de economie. Geld is zo onbelangrijk, dat als je de hoeveelheid ervan verdubbelt, de reële economie geen spat verandert: een uur werken is nog steeds drie kippen, maar dan voor 50 gulden.

Centrale bankiers zijn op de keper beschouwd dus hele zielige mannetjes. Alan Greenspan probeert de echte Amerikaanse economie te beïnvloeden - de economische groei en de werkgelegenheid - maar hij beslist alleen maar over geld.

Om zijn invloed te doen gelden maakt Greenspan gebruik van de omstandigheid dat 25 gulden makkelijker te bewaren is dan drie kippen. Kippen kun je niet op de bank zetten. Maar wie 25 gulden heeft verdiend kan wel besluiten de kippenaankoop even op te schorten . Dat uitstel beïnvloedt het inkomen van de kippenboer, die op zijn beurt tegen zijn leveranciers zegt: doe maar even rustig aan. En zo heeft dat onbelangrijke geld, alleen maar omdat je het bewaren kunt, toch invloed op de echte economie. Als iedereen zijn geld bewaart, zit je zomaar in een recessie.

Dat bewaren van geld heeft nog een ander verschijnsel in het leven geroepen, het tegendeel in feite: het uitgeven van geld dat anderen hebben bewaard. De wereld van het lenen en uitlenen tegen rente. Als u belooft mij volgend jaar 104 gulden te betalen, kunt u van mij nu honderd gulden lenen. Als u een plan hebt waarmee u in de echte economie 105 gulden kunt verdienen, bent u spekkoper: één gulden winst. U moet zich wel realiseren dat we nu samen met dat onbelangrijke geld de echte economie hebben beïnvloed.

Greenspan en Duisenberg noemen dit transmissiemechanismes: de verbindingen tussen de monetaire sfeer (waar zij iets over te zeggen hebben) en de reële economie (die zij willen beïnvloeden). Zij proberen dezer dagen door renteverlagingen te voorkomen dat consumenten en bedrijven hun geld bewaren.

Op consumenten, zeker in de Verenigde Staten, heeft een renteverlaging in principe een dubbele invloed: op het inkomen, en op de keuze welk deel hiervan wordt gespaard en welk deel wordt geconsumeerd. Het inkomenseffect krijgt gestalte via de beurs: een renteverlaging doet de aandelenkoersen stijgen omdat toekomstige bedrijfswinsten hoger worden gewaardeerd. De aandeelhoudende consument, een grote groep in de VS, kan desgewenst blijven consumeren uit vermogen. Belangrijker is dat door een renteverlaging sparen relatief onaantrekkelijker wordt; de consumptie, al dan niet op basis van goedkoper geworden bankleningen, krijgt hierdoor een impuls.

De makke is: er zit een grens aan de effectiviteit van dit transmissiemechanisme. Vanaf een bepaald renteniveau weet de consument dat geld praktisch gratis is; verdere renteverlagingen hebben geen gedragseffecten meer. Denk aan Japan dat zich ondanks een symbolisch renteniveau van 0,1 procent in een depressie bevindt.

Het effect van een renteverlaging op de bedrijfsbestedingen kan nog perverser uitpakken. In principe geldt: hoe lager de rente, des te meer investeringsprojecten rendabel zijn . Maar voor banken, die dat geld moeten uitlenen, gaat vanaf een bepaald renteniveau een andere overweging gelden: goedkoop geld trekt slechte investeerders aan. Bij hele lage renteniveaus moeten banken hun potentiële klanten onderwerpen aan een uitgebreid onderzoek, op straffe van een verslechtering van de kwaliteit van hun kredietportefeuille. Dit effect is zo sterk dat een renteverlaging vanaf een bepaald niveau leidt tot een beperking van de kredietverlening en verlaging van de investeringen. Dat niveau lijkt, zeker in de VS, nu wel bereikt.

Centrale bankiers wil hiermee maar gezegd zijn, hebben de echte economie niet aan een touwtje. Ze gaan alleen maar over geld. En de werking van hun indirecte invloed via de rente verdwijnt als de rente erg laag wordt. Vooral Greenspan begint steeds meer op een Japanse bankpresident te lijken: machteloos.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden