Grauwegans

Psychoportret van een dier door de ogen van de onderzoeker die zich er langdurig mee bezighoudt. Is het een sympathiek beest? Humeurig? Monogaam? Berend Voslamber over de grauwe gans.

'Voor een leek lijken alle grauwe ganzen op elkaar. Maar ik heb ze vaak in mijn handen en dus weet ik: ze zijn allemaal verschillend. In uiterlijk, maar ook in karakter. Dat laatste merk ik bij het ringen; sommige ganzen blijven gedwee op mijn schoot liggen, andere moet je met twee man vasthouden. Hier in de Ooijpolder lopen nog altijd ganzen die ik zeventien jaar geleden heb geringd. Ik herken de meeste exemplaren, ik weet welke bij elkaar horen, welke elkaar juist mijden, en welke ganzen mot hebben.'


'Zolang de gans te sturen was vonden we het een prachtig beest. Vroeger liepen op iedere boerderij wel een paar gedomesticeerde ganzen die het erf bewaakten. Ze werden gegeten, ook de eieren, en hun vacht werd gebruikt voor dons.'


'De wilde ganzen hebben het altijd moeilijker gehad. Die kwamen af op de gewassen van de boeren. Ik denk dat de grauwe gans nu op het dieptepunt van zijn populariteit zit.'


'Zelf was ik vanaf mijn vroege jeugd gefascineerd door wilde ganzen. Ik woonde in Winschoten en voor en achter ons huis kon ik kilometers van me af kijken. In de winter zag ik al die ganzen overkomen, in grote aantallen. 's Nachts hoorde je ze. En dan die typische V-formatie waarin ze vliegen. Een heel Nederlands beeld.'


'De grauwe gans heeft hier altijd gebroed. Hij voelt zich thuis in delta's met moerassen en een gematigd klimaat. Halverwege de vorige eeuw was hij bijna uitgestorven, vanwege de ontginning van broedgebieden en door de jachtdruk. In de jaren zeventig kwam hij terug door de komst van nieuwe, moerassige natuurgebieden. In de jaren daarna zijn de aantallen geëxplodeerd door het enorme voedselaanbod op de akkers en weilanden. Er zijn nu tegen de 350 duizend grauwe ganzen.'


'De typering domme gans behoeft bijstelling. De grauwe gans is juist buitengewoon intelligent. Dat weten we dankzij het werk van het Oostenrijkse Konrad Lorenz Instituut, waar ze sinds de jaren zeventig een groep grauwe ganzen nauwgezet volgen. Ze hebben proeven gedaan met voerbakjes met verschillende kleuren, en verschillende kleurencombinaties. De ganzen leerden binnen de kortste keren in welke bakjes ze moesten zijn voor voer. En dat wisten ze ook nog toen de volgorde en de combinaties van de bakjes werden veranderd.


'Om in een groep te leven is denkvermogen vereist, je moet verbanden kunnen leggen. De ganzen die bovenaan in de hiërarchie staan vechten nooit, en hebben bijna elk jaar jongen. De vechtersbazen zijn jonkies die nog omhoog moeten in de hiërarchie. Maar vechten kost energie. Ze leren met welke andere ganzen ze beter niet kunnen vechten. Als ze hebben verloren van Klaasje, die weer heeft verloren van Jantje en Pietje, weten ze: dan kan ik beter ook niet met Jantje en Pietje gaan vechten.


'In de jaren dat er weinig vrouwtjes zijn gaan mannetjes vaak homosociale banden aan. Niet omdat ze homoseksueel zijn, maar ze trekken wel samen op om hogerop te komen in de groep.'


'Bij een paar dat een jaar geen jongen heeft, zie je vaak dat de jongen van het jaar daarvoor in de loop van de zomer weer aansluiten bij de ouders. Want hoe groter de familie, hoe meer toegang tot voedsel en goede broedplekken. Daarom adopteren ganzen ook vaak jongen die geen ouders meer hebben. De kans is dan bovendien kleiner dat een eigen jong wordt gepakt, in geval van predatie.


'De proef met de voerbakjes hebben ze een half jaar later herhaald. De ganzen wisten nog precies waar ze moesten zijn. Ik doe ook onderzoek in Griekenland, naar een relictpopulatie grauwe ganzen. Vorig jaar had ik daar ganzen geringd, nadat we ze hadden gevangen met een net, waar we veel voedsel op hadden gelegd. Dat ging uitstekend. Dit jaar deden we precies hetzelfde, op precies dezelfde plaats. Alleen: ze trapten er niet in. Die hele groep hongerige ganzen stopte vlak voor het net met al dat voedsel erop. Want in die groep liepen ook dertig ganzen die we daar vorig jaar hadden gevangen. Die wisten precies welk gevaar er dreigde.'


'Dat ganzen communiceren is zeker, maar hoe ze dat doen is nog een groot raadsel. Als ze allemaal tegelijk opvliegen, moet er een signaal zijn gegeven, maar welk? Soms is er in de wijde omtrek bijna geen gans te bekennen, maar op het moment dat een boer gaat oogsten duiken er opeens honderden op. Die moeten op de een of andere manier gewaarschuwd zijn. Maar hoe?


'Ganzen herkennen elkaar aan uiterlijk, aan houding en gedrag, aan geluid. In Oostenrijk hebben ze een mannetje gevolgd dat zijn partner kwijt was geraakt na een hevige storm. Het mannetje was een tijdje alleen, kreeg toen een nieuwe partner, maar op een dag, anderhalf jaar later, kwam zijn weggewaaide vrouwtje terug. En hun relatie werd direct weer opgepakt.'


Grauwe ganzen zijn monogaam, ze blijven hun hele leven bij elkaar. Totdat een van beide komt te overlijden. Dan zoekt de overblijvende meestal, na een tijdje, een nieuwe partner. Maar soms gaat die ook snel dood, uit een soort verdriet. Ik heb het hier wel gezien, zo'n beest dat heel hoog in de hiërarchie staat, zijn partner verliest en dan heel zieligjes, alleen, aan de rand van de groep zit. En vervolgens is hij binnen no time ook dood.


'Verdriet is moeilijk te meten, stresshormonen veel makkelijker. In Oostenrijk hebben ze eens een partner weggenomen van een paar en gemeten wat er met de stresshormonen van de overgebleven gans gebeurde. Die waarden schoten omhoog. Ze hebben er een andere partner bijgezet, maar dat had geen enkel effect. Tot op het moment dat de oude partner terugkwam, toen ging het met die stresshormonen weer snel naar beneden. Ze missen dus niet een partner, maar hun partner.


'Ik ben ervan overtuigd dat grauwe ganzen slimmer worden door de massale jacht. De evolutionaire druk is groot. Domme ganzen redden het niet, slimme vaak wel. Ze worden ook steeds beter in het verstoppen van hun broedplaatsen. Tegenwoordig trekken ze vrij massaal naar de stad om te broeden. Ze weten dat ze daar weinig te vrezen hebben van mensen. Het komt voor dat ze uit je hand eten in het park. In de polder zou diezelfde gans gegarandeerd wegvliegen als je te dichtbij komt.


'Het is nog niet zo lang geleden dat de wetenschap dacht: dieren doen alles instinctmatig, en ze doen het alleen maar om zoveel mogelijk nakomelingen te krijgen. Maar er speelt veel meer, weten we inmiddels. Ganzen hebben een lerend vermogen, ze hebben een geheugen, het zijn sociale dieren, ze hebben gevoel, en ze doen ook dingen omdat ze die gewoon leuk vinden. Kijk maar hoe grauwe ganzen vaak op een drinkplaats aankomen. Duikelend en over de kop vliegend. Ze kunnen ook normaal landen, maar nee, ze hebben plezier. En dan duiken ze onder water, al die jongen die achter elkaar aan onder water duiken. Ganzen hoeven niet te duiken, maar ze doen het toch. Daar is maar een verklaring voor: ze spelen.'


Berend Voslamber (57) is bioloog en werkzaam bij Stichting Vogelonderzoek Nederland. Sinds 1996 doet hij populatieonderzoek naar grauwe en Canadese ganzen in de Gelderse Poort.

GRAUWE GANS

Overige namen: Greylag Goose, Anser anser


Orde: Anseriformes


Familie: Eenden (Anatidae)


Status: Jaarvogel. Talrijke broedvogel, doortrekker en wintergast







Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden