Analyse Wetenschappelijke literatuur

Gratis wetenschap is niet zo eenvoudig als een verbod op de betaalmuur

Wetenschappelijk onderzoek dat met Europees belastinggeld is betaald moet vanaf 2020 vrij toegankelijk zijn. Dat klinkt mooi, maar het is pas de eerste van minstens vier hordes richting een echte revolutie.

Foto Christina Baeriswyl

Steek de koppen bij elkaar, en draai in één vloeiende beweging een onwillige sector de arm om. Met de strategie waarmee het Europa lukte de mobiele telefonie binnen de EU vrij van extra roamingkosten te krijgen, lijkt het de EU-landen nu ook te gaan lukken om de macht te breken van statige academische uitgeefhuizen als Elsevier, Springer, Wiley-Blackwell en Sage. Die zullen wetenschappelijke artikelen voortaan gratis beschikbaar moeten stellen, is het idee.

Maar met de bladenboycot is Europa er nog niet. Er zijn nog zeker drie hordes die de Europese wetenschapsfinanciers zullen moeten nemen, voordat de revolutie een feit is.

1. De kosten rondkrijgen

Van een afstandje lijkt het zo simpel. Momenteel betalen universiteiten zich blauw aan de peperdure abonnementen op wetenschappelijke vakbladen. Terwijl uitgevers daar grof aan verdienen: in 2010 boekte de wetenschapspoot van Elsevier nog 800 miljoen euro winst op een omzet van 2,2 miljard, een hogere winstmarge dan Apple, Google of Amazon. ‘Open access’ steekt daar een stokje voor: de universiteit betaalt de uitgever dan eenmalig voor de redactie- en uitgeefkosten, waarna die het artikel in kwestie gratis online zet.

Dan moeten de universiteiten dat geld straks alleen wél hebben. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) verwacht dat het wegvallen van de vakblad-abonnementen genoeg oplevert om de kosten te dekken. ‘Onze inschatting is dat we straks onder de streep veel lager uitkomen dan nu’, zegt NWO-voorzitter Stan Gielen.

Maar het is de vraag of dat klopt. Open access publiceren kost momenteel van nul tot zo’n 5.500 euro – het verschil zit hem in de kwaliteit van het blad. Ga even uit van gemiddeld 2.500 euro en 33 duizend artikelen per jaar, en je komt uit op dik 80 miljoen euro, twee keer meer dan de 40 miljoen die universiteiten nu aan abonnementen uitgeven, berekende de Wageningse milieu-econoom Thomas van der Pol eens informeel. ‘Open access kost een hoop geld. En dat zit op dit moment nog in geen enkel budget’, stelt ook moleculair-geneticus en oud-KNAW-president Hans Clevers.

Lastig zijn bovendien de ‘topbladen’, tijdschriften zoals Nature en Science, die het meeste afwijzen om koren van kaf te scheiden – en daaraan dus niets verdienen. ‘Om alleen maar negatief te doen over de uitgevers, is te kort door de bocht’, vindt Clevers. ‘Die bladen doen ook echt wel wat.’

2. Afkicken van de lijstjes

Vroeger, ach, vroeger. De geleerde kwam terug van expeditie of ontdekte iets in zijn lab, en schreef dan een plechtige brief: een ‘letter to Nature’.

Daaruit is de huidige publicatiecultuur gegroeid: wetenschappers worden nog altijd beoordeeld door te turven hoeveel artikelen ze hebben geschreven, hoe vaak die worden geciteerd en hoe groot het gezag (de ‘impact factor’) is van de bladen waarin ze staan. ‘Dat is mooi meetbaar’, zegt NWO-voorzitter Gielen.

Maar in praktijk leidt het ook tot misstanden. Zoals vriendenclubjes die elkaar punten toespelen door elkaar te citeren, wetenschappers die elk wissewasje publiceren om hun publicatiescore te vergroten, en studies die ongepubliceerd blijven omdat ze niet spectaculair genoeg zijn voor de bladen.

Om de macht van de uitgevers te breken, moeten de Europese financiers dan ook afkicken van hun verslaving aan publicaties en citatiepunten. Een ander beoordelingssysteem voor wetenschappers, dus eigenlijk. ‘Ik wil weten: wat is je bijdrage aan de wetenschap en de maatschappij?’, zegt Gielen. ‘Dat kan een artikel in een vakblad zijn, maar ook een boek, een belangrijke dataset of een theorie die leidraad wordt voor allerlei experimenten.’

Hoe dat straks precies moet, is echter nog volstrekt onduidelijk. ‘We hebben nog tot 2020’, zegt Gielen. Voorlopig zal NWO alvast symbolisch de zogeheten ‘San Francisco-verklaring’ ondertekenen, een internationale belofte om te breken met het turven van publicaties en citaties alléén.

Of de misstanden daarmee voorgoed de wereld uit zijn, is overigens de vraag. ‘Wetenschappers zijn slimme mensen hè?’, zegt hoogleraar bionanoscience Cees Dekker. ‘Die vinden wel weer een manier om het systeem naar hun hand te zetten.’

3. De wereld beter maken

Geef het volk brood, spelen én gratis wetenschap, is het doel dat Europa zich heeft gesteld. Want als ook bedrijven, maatschappelijke organisaties, huisartsen, zelfstandige wetenschappers, zolderkamergeleerden en mensen in arme landen bij de wetenschap kunnen, maken we beter gebruik van de vruchten van onderzoek en krijgen we een betere wereld, zo is de gedachte.

Maar daarop vallen minstens twee zaken af te dingen. Eén: hééft die wereld eigenlijk wel iets aan al die wetenschapspublicaties? De meeste zijn in onbegrijpelijk jargon geschreven artikelen, waar zonder duiding van een specialist geen touw aan vast is te knopen. De adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) pleitte daarom twee jaar geleden al voor een extra vertaalslag, in jip-en-janneketaal. ‘Voor burgers en maatschappelijke organisaties is het al snel te gecompliceerd’, in de woorden van AWTI-adviseur Valerie Frissen.

Tweede kanttekening: open access sluit ook wetenschappers uit. ‘Denk aan onderzoekers in ontwikkelingslanden of aan beginnende wetenschappers’, zegt in New York woordvoerder Tom Reller van uitgever Elsevier. ‘Die hebben het geld niet om hun onderzoek open access te publiceren.’

Daarbij is de meeste wetenschap – maar ssst, dat heeft u niet van ons – via sluiproutes tóch wel gratis te verkrijgen. Zoals via de ‘piratensite’ Sci-Hub, de hashtag ‘Icanhazpdf’ op Twitter, of gewoon, door de auteurs even een e-mailtje te sturen en ze om de pdf te vragen.

Over één ding lijkt iedereen het eens: in het digitale tijdperk zijn de aloude statige vakbladen met hun abonnementen eigenlijk uit de tijd. ‘De ontwikkeling naar open access gaat best snel’, signaleert Thed van Leeuwen, die aan het Leidse onderzoeksinstituut CWTS de overgang naar open access bijhoudt. Zo verviervoudigde het aandeel gratis beschikbare onderzoeken uit Nederland sinds 2014, van 10 naar tegen de 40 procent vandaag. Dat het niet nóg sneller gaat, is volgens Van Leeuwen dan ook vooral een kwestie van gewenning.

Het Europese verbod op betaalmuren is ‘niet erg sympathiek’, vindt Van Leeuwen. ‘Maar enige druk zal zeker kunnen helpen.’

Vanaf 2020 mogen wetenschappers met belastinggeld betaald onderzoek niet meer publiceren in wetenschappelijk tijdschriften die abonnementsgeld rekenen. Onderzoekers, maar ook huisartsen, patiënten, ziekenhuizen en bedrijven die geen peperdure abonnementen op de vakliteratuur kunnen betalen, moeten publiek betaald onderzoek dan gratis kunnen inzien.

De onderzoeksfinanciers van Europa gooien het roer om en de wetenschapswereld reageert instemmend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.