Grasduinen door alledaags moois ****

Selectie uit zes eeuwen gebruiksvoorwerpen.

In de eerste vitrine in de nieuwe vaste opstelling van de collectie vormgeving van het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam staan acht glazen. Het oudste is een middeleeuws glas uit Italië. Er is een flinke hap uit de broze kelk, maar de ranke schoonheid van het hoekige drinkglas is zelfs zes eeuwen later nog indrukwekkend. De anonieme ambachtsman heeft er veel eer in gelegd om van dit gebruiksvoorwerp een pronkstukje te maken. Het jongste glas in de vitrine is het beroemde wijnglas van Andries Copier uit de jaren dertig. Het eenvoudige wijnglas is opgebouwd volgens de gulden snede, waarbij de optimale verhouding tussen voet, steel en kelk volgens een bijna wiskundige berekening is vastgesteld.


Wat hiermee duidelijk wordt: kwalificaties als schoonheid en functionaliteit zijn niet voldoende om vormgeving te beoordelen op de permanente designexpositie van het Boijmans. Producten zijn door de tijd gevormd. Deze historische verbanden worden gelegd door een presentatie in een dertigtal thema's, verdeeld over zes ruime zalen van de complete begane grond van de vleugel. De eerste zaal opende zomer 2012, de laatste ging vorige maand open. Aan de hand van middeleeuwse vorken tot plastic uit de jaren zestig en zelfs een lamp van ontwerper Bertjan Pot uit 2012, kan de bezoeker nu grasduinen door zes eeuwen productontwerp.


Daarbij gaat het soms de diepte in. Zo wordt de opkomst van de Delftse aardewerkindustrie verklaard als een imitatie van Chinees porselein. Maar net zo makkelijk is gekozen voor associatieve thema's als 'artificiële natuur' met een theepot in de vorm van een rattenkop van Wieki Somers en een kamerplant van textiel en leer van Hella Jongerius om de werkplek mee op te fleuren. Geslaagd aan de thematische aanpak is dat het unieke in retrospectief juist vanzelfsprekend wordt. De 'kantoorprops' van Jongerius passen in een lange traditie van natuurlijke elementen in vormgeving.


Tegelijkertijd wordt het alledaagse juist bijzonder. Je zou het bijna vergeten, maar ooit was de deurkruk een noviteit die het leven aanzienlijk vereenvoudigde. Het valt ook niet mee om onder beperkingen als ergonomie en standaardisatie nog iets aan de bestaande deurkrukken toe te voegen, laat staan verbeteren. Het zijn tenslotte niet de eerste de besten die zich erover hebben gebogen, getuige de exemplaren van architecten als Erik van Egeraat en Cees Dam.


Van de ruim 45 duizend designobjecten uit de collectie laat Boijmans er slechts zeshonderd zien. De eigen roots worden subtiel beklemtoond met relatief veel werk van de 'Rotterdamse' ontwerpers Richard Hutten, Hella Jongerius en Bertjan Pot. Ter compensatie wordt er af en toe schaamteloos met de spierballen gerold met zeldzame exemplaren van de Plastic Chair van Ray & Charles Eames en unieke prototypes van de Panton Chair. Niets mis mee overigens, want ook daarvoor komen mensen naar een museum.


Jammer is wel dat soms met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis wordt geraasd. In het thema Elementaire vormen en primaire kleuren in het Interbellum (was daar nou echt geen andere naam voor?) wordt een vintage De Stijl-tafel van Gerrit Rietveld op één hoop geveegd met een theeservies van de rationalist H.P. Berlage. Zeker, er is een historisch verband tussen deze twee opvattingen over design maar dat verdient enige uitleg. En daarin schiet de vaste opstelling tekort.


Te vaak wordt een te groot beroep gedaan op het voorstellingsvermogen van de bezoeker. Onder het thema Verhoudingen zijn werken van onder anderen Le Corbusier, Richard Hutten en Aldo Bakker verzameld. Le Corbusier zocht naar een maatvoering die zich efficiënt liet reproduceren. Hutten keerde zich met no-sign-of-designmeubels af van het overdadige design van de jaren tachtig. Het zenminimalisme van Bakker is vooral een zoektocht naar sensitievere gebruiksvoorwerpen. Voor wie dit niet weet, blijft deze opstelling een losse verzameling curiosa.


Natuurlijk is de opening van het Stedelijk Museum Amsterdam, met een imponerende vaste opstelling vormgeving over maar liefst negen zalen, van invloed geweest op de beslissing van het Boijmans om vormgeving een prominente plek in het museum te geven. En natuurlijk kan er dan niet worden ontkomen aan een vergelijking. De musea hebben gekozen voor een verschillende aanpak. Het Stedelijk volgt een lineaire chronologie, wat resulteert in een heldere, maar nogal dwingende presentatie, soms zelfs een tikje voorspelbaar. Ook ligt het accent bij het Stedelijk iets meer op de hoogtepunten uit de eigen collectie, die dan ook groter is. Met welhaast Amsterdamse logica is dit nadeel door het Boijmans omgebogen in een voordeel door de collectie als een kapstok te gebruiken voor een eigen verhaal. Daardoor is de presentatie verrassender, maar soms wat vrijblijvend en soms zelfs een tikje willekeurig. Maar het wijnglas van Copier is toch een stuk leuker als je weet dat het zes eeuwen heeft geduurd om tot deze eenvoudige vorm te komen.


Extra: design in Rotterdam

Museum Boijmans Van Beuningen pakt dit voorjaar uit met design. Op 9 maart opent de tentoonstelling Hand Made: lang leve het ambacht met ruim vijfhonderd objecten, van een 16de-eeuws harnas tot de handgemaakte mode van Iris van Herpen en het Clay Furniture van Maarten Baas. Nu al loopt de tijdelijke expositie Likes. Daarin reageren ontwerpers op de digitale informatiestroom. Pieke Bergmans en LUSTlab maakten bijvoorbeeld, onder de titel Res Sapiens, een serie lampen die wordt aangestuurd door Twitter. En dan is bij de buren van Boijmans, de Kunsthal, op dit moment de tentoonstelling Like Pastoe te zien, over het Nederlandse meubelmerk dat dit jaar een eeuw bestaat.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden