Grasbuikje

tof en stront, en toch lekker.' Zomaar een leermomentje uit De wilde keuken (NTR) van Wouter Klootwijk, waarin hij dit weekend een stukje van de voedselketen verkende. In een kwekerij van zagers, welteverstaan. De zager, een wormachtige die als voer en aas voor tong wordt gebruikt. De Zeeuwse kweker voedde de beestjes met afvalstof van een fabrikant van broodmix. De mest van de eveneens gekweekte tong zette de kweker om in algen en daar groeien weer schelpdieren van.


Wie ze eet, voedt zich dus met stof en stront. De eigenzinnige Klootwijk is in 'het enige kookprogramma waarin niet wordt gekookt' nooit te beroerd voor wat vrolijke conclusies. 'De hele Oosterschelde kan worden afgeschaft. We hebben de natuur bijkans niet meer nodig', was er een. Een Zeeuwse oesterkweker voedde zijn beestjes immers met alg dat op zonlicht leeft. Dankzij de toevoer van algen groeien zijn 'landoesters' tweemaal zo snel als 'wilde' exemplaren. Een soort 'plofkip' dus, de term die Klootwijk ooit bedacht. Over de plofoester geen woord.


De wilde keuken is aan een nieuwe reeks bezig; sinds enkele weken uitgezonden op vrijdag- en zondagavond. Niet alleen gaat Klootwijk als immer op zijn zwarte fiets door oneindig laagland, nu staat ook zijn 'keuken' op wielen. In een keet, een vervallen ogend bouwwerkje, pakt hij een gasstelletje om wat tapijtschelpen te koken. 'Uitstekend', is zijn commentaar nadat hij zojuist het stukje witte rubber naar binnen heeft geslurpt. Niet per se om honger van te krijgen: Klootwijk oogt met zijn ongeschoren kin, ongekamde haren en zijn zwarte jopper niet altijd even lustopwekkend, maar dat is een kwestie van smaak.


Zijn 'kookprogramma' verdient niettemin een ster. Uiteraard door die frisse aanpak. Hoogtepunt was de uitzending, twee weken terug, over het paard. Veel dieren belanden na gedane arbeid als kinderspeelgoed bij de slager. Klootwijk bezocht bij Antwerpen een paardenmarkt annex -slager.


Onderweg wijst hij en passant op het stationnetje waar twee borden de plaatsnaam melden: een Vlaamse versie en een Waalse. Op station Lauwe melden beide borden dezelfde naam. Klootwijk: 'Kijk, dit is Nederlands. En dit is Frans. Dan weten alle Belgen waar de trein stopt. Handig.'


In een restaurant at hij 'grasbuikje'. Oftewel: pony. Ook in België 'zielig', maar sinds de restauranthoudster het beest zo noemt, loopt het. In Japan vervangt ponyvlees de walvis. Zelfde smaak en structuur. Klootwijk at plakjes rauwe pony, met stokjes en sojasaus. Walvis? 'Mij doet het denken aan pony'.


Zulke momenten maken het programma licht verteerbaar. Maar hét keukengeheim is de cameravoering. Weinig programma's nemen zo de tijd voor een fraai standpunt. De camera kijkt van onder het net dat over de oesterkwekerij hangt naar boven; vanuit helikopterperspectief zien we Klootwijk en zijn gesprekspartner langs de vijver gaan. Favoriet van de camera lijken fabrieken en werkplaatsen, waar visuele feestjes worden gevierd vanuit onverwachte hoek. Dat kost tijd, maar nergens ogen de gefilmde scènes gerepeteerd of gekunsteld.


Des te wonderlijker dat de aftiteling de makers niet noemt. Daarom hier maar even een kijkje in die keuken. Regie: Joost Engelberts, camera: Maarten Kramer en Joost van Herwijnen. Montage: Pepijn Klijs en Caroline Hoeberechts. Topkoks.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.