ANALYSETerughalen IS-vrouwen

Grapperhaus is nog niet van IS-vrouwen af

Ook na de uitspraak van de Hoge Raad dat Nederland IS-vrouwen en kinderen niet uit Syrië terug hoeft te halen, blijft de deur voor individuele terugkeer op een kier staan.

Een vrouw met haar kind tussen tenten in een Syrisch kamp. Beeld Barcroft Media via Getty Images

Normaal betekent een uitspraak van de Hoge Raad het definitieve einde van een juridische procedure. In het politiek beladen dossier over de repatriëring van vrouwelijke IS-gangers en hun kinderen uit Syrische kampen lijkt niets minder waar.

Nee, de Nederlandse staat hoeft 23 vrouwen en hun 56 kinderen niet op te halen uit kampen in Noordoost-Syrië, zo bepaalde de Hoge Raad vrijdag. De uitspraak is op het eerste gezicht een meevaller voor minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid).

Tot voor kort stelde Grapperhaus dat de vrouwelijke IS-verdachten bij terugkeer in Nederland een gevaar vormen voor de nationale veiligheid. Bovendien kan niet van Nederlandse diplomaten verwacht worden dat ze gaan onderhandelen met Koerdische rebellen die in Syrië de kampen bewaken. Dat brengt zowel politieke als persoonlijke risico’s met zich mee.

Is met de uitspraak van de Hoge Raad deze zaak afgedaan? Allerminst.

Juridische routekaart

In de slotwoorden van het arrest schetst het hoogste rechtscollege een soort juridische routekaart die de deur kan openen voor nieuwe verzoeken tot repatriëring. Het oordeel dat terugkeer nu niet afgedwongen kan worden, heeft namelijk uitsluitend betrekking op de groep vrouwen en kinderen als geheel.

Wanneer een nieuw verzoek zou worden gedaan, waarin aandacht wordt gevraagd voor ‘bijkomende specifieke belangen van individuele vrouwen of individuele kinderen’, dan kan de zaak anders uitvallen, zo laat de Hoge Raad doorschemeren. Het kan bijvoorbeeld gaan om een ziek kind of een jonge moeder die door haar man is ontvoerd naar het kalifaat.

De Hoge Raad geeft daarnaast aan dat de zaak juridisch sowieso verandert wanneer moeders accepteren dat ze zelf voorlopig moeten achterblijven in Syrië, en de regering verzoeken om alleen hun kinderen terug naar Nederland te halen. Met andere woorden: groepsgewijze terugkeer zit er niet in, maar de deur voor individuele terugkeer staat wat de Hoge Raad betreft op een kier – zeker als het om de kinderen gaat.

Breuk

De zaak bij de Hoge Raad was een civielrechtelijke procedure. Op strafrechtelijk gebied vond vorige week een kleine aardverschuiving plaats in hetzelfde dossier. Grapperhaus verklaarde zich in een brief aan de rechtbank Rotterdam plotseling bereid tot ‘actieve repatriëring’ van IS-verdachte Ilham B. (26) uit Gouda, die al drie jaar vastzit in een Syrisch kamp.

Dit is een breuk met het eerdere regeringsbeleid. Tot dan toe was de lijn dat de vrouwen om veiligheidsredenen niet worden teruggehaald. Grapperhaus deed zijn toezegging niet van harte, maar de minister stond met zijn rug tegen de muur. De rechtbank Rotterdam dreigde de strafzaak tegen Ilham B. te laten vervallen als de regering niet van koers zou veranderen. De vrouw zou dan vrijuit gaan.

Grapperhaus krijgt van de rechtbank nu nog een half jaar de tijd om met ‘concrete daden’ aan te tonen dat hij Ilham B. inderdaad terug wil. Zij heeft twee jonge kinderen. De verwachting is dat deze uitspraak gevolgen heeft voor andere strafzaken tegen Nederlandse vrouwen in Syrische kampen. Hoewel repatriëring nu toch bespreekbaar lijkt, probeert Grapperhaus dat nog wel op de lange baan te schuiven: de politieke situatie en de veiligheid in Syrië zouden nu nog te slecht zijn.

De kluwen aan juridische argumenten waarin niets is wat het lijkt, komt samen in een kort geding waarin de rechtbank Den Haag volgende week uitspraak doet: Syriëgangster Naima el O. eist terugkeer naar Nederland nadat ze zwaargewond raakte bij een brand in haar tent in kamp Al Roj.

De landsadvocaat wil El O. niet nu al laten ophalen zodat ze medische zorg kan krijgen, want ‘de staat is geen alarmcentrale.’ Tegelijkertijd lijkt ook voor deze vrouw repatriëring op termijn onvermijdelijk, omdat ze anders vrijuit gaat. Voor vrouwelijke kalifaatgangers en hun kroost vormt een lopende strafzaak de beste garantie op uiteindelijke terugkeer naar Nederland.

Staat hoeft Nederlandse IS-vrouwen en kinderen niet terug te halen
De Nederlandse overheid hoeft Nederlandse IS-vrouwen en kinderen niet te repatriëren uit Noord-Syrië. De Hoge Raad liet vrijdagochtend de uitspraak van het gerechtshof in stand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden