InterviewFerdinand Grapperhaus

Grapperhaus: ‘Er staat een coronabeest voor de poort. We moeten de verwachtingen echt temperen’

Minister Ferdinand Grapperhaus van Justitie en Veiligheid (CDA) loopt langs een coffeeshop tijdens een werkbezoek in de Weimarstraat.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Hij had grote plannen voor de strijd tegen de criminele ondermijning. Hij snapt wel dat Financiën daarvoor, door het coronavirus, minder geld opzij zet. ‘Wat ik heb gekregen, vind ik nog steeds heel mooi.’ En hij heeft er een klus bij: de lockdown handhaven. ‘De jongeren doen het echt goed.’

Begin maart had minister Ferdinand Grapperhaus van Justitie en Veiligheid zich voorbereid op wat hij toen noemde ‘een interessante worstelwedstrijd’ met zijn collega en CDA-partijgenoot Wopke Hoekstra van Financiën. Grapperhaus was vast van plan in de Voorjaarsnota 250 miljoen euro binnen te slepen, elk jaar, voor zijn prioriteit: de strijd tegen ‘die superlucratieve drugscriminaliteit’ en de ontwrichtende sociale effecten daarvan.

Toen kwam het virus. ‘Het leven is een toverbal’, stelt de minister vast. Hij bedoelt dat hij heeft moeten inbinden in wat hij nu karakteriseert als ‘een nobel gevecht’. 150 miljoen heeft hij eraan overgehouden, structureel. Hij is er trots op. ‘Mijn mensen op het ministerie waren erg enthousiast, al ga ik niet beweren dat we hebben binnengehaald wat we meenden nodig te hebben.’

Minister Ferdinand Grapperhaus van Justitie en Veiligheid (CDA) op werkbezoek in de Weimarstraat.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Grapperhaus werpt zich in het kabinet op als de beschermheilige van de achterstandswijken. Hij heeft inmiddels wel veertig buurten bezocht, overal in het land. Vlak voordat de coronacrisis uitbrak, was de minister nog in de Weimarstraat in Den Haag. Zie hem gaan, borsalino op het kale hoofd, langs meer dan 150 ‘laagwaardige’ winkels: coffeeshops, shishalounges, Poolse supermarkten, veel kappers, een growshop, een lege winkel voor ‘satellietontvangers’ en pizzeria’s die ook midden in de nacht open zijn. Dit alles in combinatie met illegale kamerverhuur, prostitutie en leegstand.

Grapperhaus: ‘Ik zeg het al drie jaar: het onderwerp is niet alleen repressie en het afpakken van crimineel geld. We moeten die wijken opkrikken om criminele carrières te voorkomen. Als we nu niet beginnen met herovering van verloren terrein, zijn we zometeen definitief te laat.’

De minister van Financiën verklaarde aan het begin van de coronacrisis dat hij ‘diepe zakken’ had. Kennelijk niet voor de wijken.

Grapperhaus: ‘Nee, zo zit ik er niet in. Hoekstra heeft zeer terecht gezegd dat de sociaal-economische crisis die op ons afkomt prioriteit heeft. Wat ik heb gekregen, vind ik nog steeds heel mooi. Hij had tegen mij ook kunnen zeggen: vriendelijke vriend, we doen het toch maar niet, jammer voor je.’

Van de 150 miljoen euro die Grapperhaus heeft binnengehaald, gaat 93 miljoen naar het op te richten Multidisciplinair Interventieteam dat drugshandel en witwassen moet gaan bestrijden. 55 miljoen is bestemd voor het bewaken en beveiligen van rechters, officieren van justitie en advocaten. Dat moet de politie ontlasten. 2 miljoen is voor onderzoek. Grapperhaus had daarnaast nog 80 miljoen extra willen hebben voor de rechterlijke macht, het Openbaar Ministerie en de justitiële inrichtingen. Die komen er bekaaid af, beaamt hij: ‘Voor hen hebben we bijna niets gekregen.’ Voor regio- en wijkenaanpak ligt er nog een potje van zo’n 30 miljoen, voor de komende jaren. Grapperhaus: ‘Een structurele aanpak van wijken die het moeilijk hebben, is inderdaad doorgeschoven naar het nieuwe kabinet.’

Zei u niet: als we nu niet beginnen, zijn we definitief te laat?

‘Ik heb redelijk voet bij stuk gehouden. Maar je moet je verlies nemen. Deze minister van Financiën herkent echt de problematiek. Hij heeft nog eens tegen me gezegd: dat witwassen, die fraude pakken we samen aan. Dat moet ook, want anders zitten we zo direct met een verziekte maatschappij, met jeugd die door bendes wordt binnengehaald om allerlei klusjes te doen. Het zijn kinderen die op hun 12de of 13de beginnen en op een later moment worden afgedankt. Maar dan hebben ze hun leven al verklooid.’

Voor werkbezoeken aan achterstandswijken is op dit moment nauwelijks tijd en mogelijkheid. Nu trekt hij door het land om te zien hoe het staat met de handhaving van de lockdown. ‘Het is enorm lastig. We hebben te maken met een coronabeest dat voor de poort staat. We moeten de verwachtingen echt temperen.’ Hij roemt de mentaliteit, vooral van jongeren die hij spreekt.

Grapperhaus, die 60 is: ‘Voor veel jongeren ben ik een opa. Ze vinden het een curiositeit dat ik dingen van de Beatles weet, en dat soort trivialiteit. Maar op de een of andere manier krijg ik wel contact. Ik geloof dat het komt doordat ik eerlijk zeg wat ik vind: mensen, dit is echt een heel vervelende klotetijd. We moeten er met z’n allen doorheen. Voor de kwetsbaren. Ik heb hier op mijn kamer de poster hangen van Amsterdam: ‘Hou je oma van de ic’. Dat is wat ik tegen jongeren zeg. Ik vind dat ze het echt goed doen.’

U ziet toch ook dat jongeren ongedurig worden, dat zakenmensen verlichting van de maatregelen verlangen?

‘Jaap van Dissel van het RIVM heeft het heel goed gezegd. Hij zei: luister, als we de maatregelen niet hadden genomen lagen nu 23 duizend patiënten op de intensive care. Ik vind dat ik moet doorgaan met de mensen voor te houden: zoiets moeten we niet willen, zoiets hoort niet bij onze samenleving.’

Dan maar faillissementen en duizenden werklozen?

‘Er zijn noodregelingen getroffen. We trekken op dit moment natuurlijk een beetje een wissel op een ongewisse toekomst. Maar ik vind dat zonder meer aanvaardbaar. We hebben trouwens als samenleving ook nog wel wat spaarcenten. Om een pandemie met heel veel doden te voorkomen, moeten we soberder gaan leven, met de kiezen op elkaar.’

U krijgt niet het geld dat u nodig vindt. Is het virus een enorme kink in de kabel?

‘Dat is het zeker. Ik ga daar niet omheen praten. Maar mijn vader zei altijd: Get up and deal with it. Dat doe ik. Ik denk ook aan de eerste regels van Let it be van de Beatles: ‘When I find myself in times of trouble/ mother Mary comes to me/ speaking words of wisdom/ let it be.

Ferd Grapperhaus zit in de crisiskern van het kabinet, met premier Mark Rutte en de ministers Hugo de Jonge (Volksgezondheid) en Martin van Rijn (Medische Zorg). Daarnaast is er het reguliere werk. ‘Ik probeer mijn werkdag te beperken tot veertien uur’, zegt hij, ‘en de werkweek tot zes dagen.’

LEES OOK:

Voor de lockdown bezocht minister Grapperhaus het Bindelmeer College in de Amsterdamse Bijlmer. Kinderen gaan er zonder ontbijt naar school, maar met een mes. Hoe worden zij behoed voor de criminaliteit? U leest het hier.

Na een jaar ministerschap, in november 2018, blikte minister Grapperhaus terug in dit interview. ‘De omvang van het drugsprobleem heeft mij geschokt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden