Grapperhaus en Hoekstra gaan dankzij hun nieuwe baan van een topsalaris naar een mager ministersalaris

Het komt niet vaak voor dat topmannen uit het bedrijfsleven voor de politiek kiezen

Met de benoeming van Wopke Hoekstra en Ferdinand Grapperhaus zitten er (oud-)topadviseurs van consultancyfirma McKinsey en Zuidas-kantoor Allen & Overy aan tafel in de Trêveszaal. Zorgelijk, of juist een zegen?

Ferdinand Grapperhaus en Wopke Hoekstra arriveren voor de beëdiging van de ministers van het kabinet Rutte III Beeld anp

Twee opvallende namen van buiten telt het vooral uit partijtijgers opgetrokken Rutte III: Wopke Hoekstra verlaat als partner het Amsterdamse kantoor van het vermaarde adviesbureau McKinsey om CDA-minister van Financiën te worden en bestuursvoorzitter Ferdinand Grapperhaus van advocatenfirma Allen & Overy wordt voor dezelfde partij minister van Justitie. Allen & Overy is een van de topkantoren op de Zuidas, met diverse grote bedrijven als klant. Het was bijvoorbeeld adviseur van de deze week voor 1,6 miljard euro overgenomen Rotterdamse bottelaar Refresco.

Het komt niet vaak voor dat topmannen uit het bedrijfsleven voor de politiek kiezen. Het gros van 'corporate' Nederland kijkt met dedain naar het 'gedoe' in Den Haag. Bovendien moeten Hoekstra en Grapperhaus als minister zwaar aan salaris inleveren (zie kader). Om die redenen worden Hoekstra en Grapperhaus geprezen dat ze desondanks toch voor de publieke zaak kiezen.

Aan de andere kant dringt de vraag zich op of de zakenwereld met deze benoemingen een voorpost in het kabinet krijgt. 'Het is onvermijdelijk dat Hoekstra en Grapperhaus als minister te maken krijgen met zaken en partijen die ze vroeger als adviseur zijn tegengekomen. Dit soort personen heeft bij veel bedrijven en organisaties in de keuken gekeken', zegt Henk Volberda, de Rotterdamse hoogleraar strategisch management die voor het World Economic Forum de politieke en economische ontwikkelingen in Nederland nauwlettend volgt. 'Maar ze hebben nu een andere rol. Ik denk dat hun ervaring ze alleen maar sterker maakt als minister.'

Hollandia Kloos

Vroeger, toen ze nog met excellentie werden aangesproken, kraaide er geen haan naar dat ministers tussen hun publieke plichten door ook nog actief waren voor bedrijven of een bank. Dat veranderde begin jaren tachtig. Toen er in de crisis bedrijven gered moesten worden, kwam het belang van minister Ruud Lubbers van Economische Zaken in familiebedrijf Hollandia Kloos ter sprake. De latere CDA-premier zette zijn zakelijke belangen via de notaris 'op afstand'. Dat werd volgens de Leidse hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans vanaf toen de norm voor bewindslieden uit het bedrijfsleven. Zo moest toenmalig consultant Hans Wijers van de Boston Consulting Group in 1994 afstand doen van zijn zakelijke belangen om D66-minister te kunnen worden.

Premier Jan Peter Balkenende trok eind 2002 de touwtjes strak aan. Er werd formeel vastgelegd wat ministers erbij mochten doen. Samengevat kwam dat neer op: niets. De regels werden later vastgelegd in het handboek voor nieuwe bewindslieden.

Do's en don'ts

Grapperhaus en Hoekstra zullen ongetwijfeld het advies hebben gekregen deze do's en don'ts goed te bestuderen. Met name McKinsey is een potentieel risico. Het adviesbureau is niet heel erg actief in de publieke sector, zo bleek vorig jaar uit onderzoek van De Groene Amsterdammer en Investico, maar het kijkt wel geregeld binnen bij de overheid. Het adviesbureau deed klussen voor onder meer het ministerie van VROM (een slim milieubeleid), de publieke omroep, uitvoeringsorganisatie UWV en de Belastingdienst. McKinsey was ook adviseur van Schiphol, waarvan de staat grootaandeelhouder is. Het staatsbelang in Schiphol valt onder minister Hoekstra. Een 'McKinseyaan' dus, die bekendstaan om hun fameuze netwerken.

Warme banden

Hoekstra en Grapperhaus zullen na hun ministerschap zeer gewild zijn in het bedrijfsleven. Ze hebben als oud-topadviseur straks ook nog waardevolle Haagse kennis en contacten. Eerder gingen onder meer Balkenende (EY) en minister van Financiën Wouter Bos (KPMG) voor een adviesbureau werken. Ondanks zulke warme banden tussen consultants en politiek maakt hoogleraar Volberda zich geen zorgen over mogelijke belangenverstrengeling.

'De voordelen van deze benoemingen lijken me groter dan de nadelen. Als dit niet kan, krijg je alleen maar grijze muizen met theoretische kennis in een kabinet. Al moet je er straks als oud-minister wel mee om kunnen gaan.' In de draaideur tussen politiek en bedrijfsleven ging het onder meer mis met Ben Bot. De voormalig CDA-minister van Buitenlandse Zaken ging vorig jaar in de fout door minister Ploumen als lobbyist ongevraagd lastig te vallen.

De Leidse hoogleraar Voermans wijst op checks and balances in de procedure. Nieuwe bewindslieden moeten hun zakelijke activiteiten beëindigen en worden onderzocht door Algemene Zaken en de inlichtingendienst AIVD, ook op risico's als belangenverstrengeling. Voermans ziet een 'een bijna Scandinavische zuiverheid' rond het kabinet. 'In de Tweede Kamer is er nog van alles mogelijk, maar schandalen met ministers zijn er niet meer geweest', aldus de hoogleraar.

Oud-minister en voormalig consultant Hans Wijers hoopt vooral dat de benoemingen zullen helpen de wederzijdse irritaties tussen bedrijfsleven en politiek (over bedrijven die de lonen niet willen verhogen, of belasting ontwijken) uit de wereld te helpen. 'Het blijft in Nederland vrij ongewoon en zeker niet overal gewaardeerd om in beide sectoren actief te zijn. Ik hoop van harte dat de nieuwe mensen die ongezonde kloof tussen de particuliere en publieke sector verder zullen sluiten. Behalve bedrijven kunnen kabinetten daar ook van profiteren.'


Hoeveel leveren Grapperhaus en Hoekstra in?

'Veel', moest Hans Wijers aan salaris inleveren toen hij in 1994 overstapte van de Boston Consulting Group om D66-minister van Economische Zaken te worden in het eerste paarse kabinet. 'Beduidend meer dan de helft.' Het weerhield hem er niet van om de overstap te maken. 'Ik was me ervan bewust dat dit wellicht een van de weinige momenten in mijn leven was dat ik echt invloed kon hebben op wat er met Nederland moest gebeuren. Dat kun je hart voor de publieke zaak noemen.'

Dat hart voor de publieke zaak kan pijn doen in de portemonnee. Beloningsdeskundigen schatten dat een partner van Allen & Overy iets tussen de half en een miljoen euro per jaar verdient, afhankelijk van hoe het kantoor dat jaar heeft gedraaid. De beloning van een partner van McKinsey zou in dezelfde orde van grootte liggen. Zulke bedragen zijn voor Wopke Hoekstra en Ferdinand Grapperhaus niet meer weggelegd. Zij krijgen het ministersalaris, voor dit jaar vastgesteld op 181 duizend euro. Ook moeten ze als minister (betaalde) nevenfuncties opzeggen - het Stedelijk Museum en een column in Het Financieele Daglad in het geval van Grapperhaus; de Eerste Kamer en het Amsterdamse Scheepvaartmuseum bij Hoekstra. Ook loopt hun pensioenopbouw mogelijk averij op.

Maar na het zuur volgt het zoet. Want toppers uit het bedrijfsleven met Haagse kennis en contacten zijn zeldzaam, en dus gewild. Oud-premier Jan Peter Balkenende werd na zijn vertrek (eind 2010) 'partner corporate responsability' bij adviesfirma EY. Wouter Bos ging naar KPMG. Wijers werd na vier jaar Paars I vrij snel topman van multinational AkzoNobel en heeft tegenwoordig diverse prominente commissariaten, bij onder meer Shell, ING en Heineken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.