Nieuws bergingsoperaties

Grafschenners bergen oorlogswrakken voornamelijk voor de verkoop van metaal

Wrakken van Nederlandse, Britse en Japanse oorlogsschepen zijn in hoog tempo verdwenen uit de wateren van Indonesië en Maleisië. Schennis van oorlogsgraven op grote schaal; het is bergers om het metaal te doen. 

De onderzeeboot Hr. Ms. O16 na de tewaterlating in Vlissingen in 1936. De boot liep in december 1941 op een mijn, niet lang nadat de O16 enkele transportschepen tot zinken had gebracht. Bijna de hele bemanning kwam om, onder wie commandant Anton Bussemaker, grootvader van de latere minister Jet Bussemaker. Alleen bemanningslid Cor de Wolf wist zich zwemmend in veiligheid te brengen. Beeld ANP

De verdwenen onderzeeboten O16 en de KXVII stonden al langer op het verlanglijstje van illegale baggeraars. In 2013 werd een schip onder Cambodjaanse vlag, de Hai Wei Gong 889, met hijskraan en schroot vlakbij de O16 gespot. Toen duikers later gingen kijken, bleken staalplaten te zijn losgerukt en was de buitenkant verminkt door een grijparm. Tot opluchting van veel nabestaanden bleken de boten verder nog grotendeels intact.

Zes jaar later zijn de O16 en de KXVII alsnog ten prooi gevallen aan de baggeraars. Van de O16 liggen alleen enkele resten op de zeebodem, van de KXVII is alleen de afdruk nog zichtbaar.

Alleen al in de Indonesische wateren liggen ruim 460 scheepswrakken uit de periode 1400 tot 1900, zo bleek in 2000 uit echopeilingen. De oorlogsschepen genieten bescherming als erfgoed en als oorlogsgraf – de meeste schepen zonken met bemanning naar de bodem – maar daar hebben de illegale baggeraars maling aan. Zij kunnen veel geld verdienen met de verkoop van het oude staal en ijzer. Een kruiser zou volgens experts wel 4 miljoen euro aan schroot kunnen opbrengen.

De Ruyter en Java 

De O16 en de KXVII zijn dan ook niet de eerste Nederlandse schepen die van de bodem zijn ontvreemd. Eind 2016 bleek dat de Hr. Ms. De Ruyter en Hr. Ms. Java, die meevochten in de befaamde slag om de Javazee in 1942, uit de Indonesische wateren waren verdwenen. Van een derde schip, de Hr. Ms. Kortenaer, was een deel terug in zee gedumpt.

De Indonesische minister van Maritieme Zaken en Visserij erkende later dat ‘illegale berging veel voorkomt in Indonesische wateren, zowel door buitenlandse als lokale schepen.’

De laatste jaren heeft deze wrakpiraterij een vlucht genomen. Onderzoekers concludeerden in 2017 in de Britse krant The Guardian dat al zeker veertig oorlogsschepen zijn weggehaald. De technieken om scheepswrakken op te sporen worden steeds geavanceerder en zijn tegenwoordig breed beschikbaar.

Daarnaast is er grote vraag naar staal van voor 1945. Dat staal is niet besmet door de achtergrondstraling die na 1945 door atoombommen in de atmosfeer is geblazen en is nodig voor zeer gevoelige apparatuur die wordt gebruikt in de medische wereld, stralingsmeters en in ruimteonderzoek. Het staal van een onderzeeër zou volgens sommige experts 1 miljoen euro kunnen opbrengen. Ook zou in China veel vraag zijn naar staal, ongeacht de kwaliteit ervan. Soms bevatten de schepen ook waardevolle koperen kabels of propellers van fosforbrons.

De oorlogswrakken liggen op een meter of vijftig onder de zeespiegel en het bergen is dan ook geen eenvoudig karwei. Baggeraars gaan boven het schip varen en hakken het wrak eerst in stukken door er bijvoorbeeld een blok scherp staal op te laten vallen. Daarna hijst een kraan de kleinere stukken naar boven.

Omkoping

Het is de vraag of de baggeraars dit kunnen doen zonder dat de kustwacht of de marine dit opmerkt. Een bergingsoperatie kan wel een paar weken duren en ook het vervoer van het oud ijzer naar de kust moet al snel opvallen. Het is niet onaannemelijk dat lokale autoriteiten worden omgekocht om een oogje dicht te knijpen.

Alleen al om die reden is het moeilijk de daders te vinden. Nederland is ‘in gesprek’ met Maleisië over de verdwenen onderzeeboten, maar tot nu toe lijkt er bar weinig te doen om de schrootbaggeraars tegen te houden. Ook het feit dat de daders uit verschillende landen komen maakt het lastig. Zo zijn bergingsschepen geregistreerd in Cambodja, Maleisië en China gezien in de buurt van oorlogswrakken. In 2017 betrapte de Indonesische kustwacht zo’n baggeraar voor de kust van Borneo, de Chinese baggerschuit Chuan Hong 68. Deze had zeker vijf scheepswrakken aan stukken gescheurd en verschroot. Het schip bleek ook in Maleisische wateren drie Japanse vrachtschepen uit de Tweede Wereldoorlog te hebben gelift.

De bemanning zei toestemming voor de bergingsoperatie te hebben gekregen van de archeologie-afdeling van de Malaysia Sabah-universiteit. Klopt, zei de rector van dat instituut, het gaat om een wetenschappelijk verantwoorde berging. Toen duikers gingen kijken of dat klopte, bleek dat van de drie Japanse schepen weinig meer over was.

Verdwenen scheepswrakken van oorlogsschepen

Opnieuw zijn scheepswrakken van Nederlandse oorlogsschepen verdwenen in Zuidoost-Aziatische wateren. Het gaat om twee onderzeeboten, waarvan er een (de O16) faam verwierf door in 1941 binnen vier dagen vier Japanse troepentransportschepen tot zinken te brengen. 

Nederland heeft opnieuw opheldering gevraagd bij de Indonesische autoriteiten over de verdwenen Nederlandse oorlogswrakken in de Javazee. Aanleiding zijn recente onthullingen in Indonesische media.

Toen de Nederlandse premier Mark Rutte in november vragen stelde over drie verdwenen Nederlandse oorlogsschepen, stuitte hij in Jakarta op een muur van verbazing. Een groot raadsel was het, hoe de wrakken van de marineschepen De Ruijter, Java en Kortenaer zomaar van de zeebodem waren verdwenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden