Graag laat ik horen wat míjn hoofd zoal te bieden heeft

In mijn hoofd huist voornamelijk nutteloze kennis. Mijn vader was de eerste die me erop wees: 'Jouw hersenpan wordt in beslag genomen door zó veel weetjes...' En, plagerig tellend op zijn vingers: 'Zoals de naam van de eerste echtgenoot van Brigitte Bardot, winkels waarin kleren van jouw gading hangen, wie het met wie doet of niet meer, ... dat de relativiteitstheorie er onmogelijk nog bij kan.'

De volgende dag spoedde ik me naar de boekhandel en schafte Einstein voor beginners aan. Maar al snel haakte ik af. 'Donder op', riepen mijn hersens in koor. 'Wij hebben wel iets anders aan ons hoofd dan dat ondoorgrondelijke heelal en dat peilloos zwarte gat.'

Mijn vader had gelijk. De plek waar E = mc2 zich had moeten nestelen, was tot de nok bezet. Want vlak voor ik Einstein opensloeg, was ik te weten gekomen dat acteur Bruce Dern een dochter heeft die Laura heet, zoals Angelina Jolie is verwekt door acteur Jon Voight, alias 'Midnight Cowboy'. En dat de naam van de moeder van Melanie Griffith, de gade van Antonio Banderas (inmiddels niet meer), Tippi Hedren luidt, een van de vrouwen op wie regisseur Hitchcock - onverrichter zake - zijn zinnen had gezet, zoals op de meeste blondines in zijn films: Grace Kelly, Kim Novak, Janet Leigh...

Maar, vraag ik me af, behoren ook al die uitdrukkingen, spreekwoorden en gezegdes die mijn hoofd bevolken tot nutteloze kennis? Op weg naar een optreden in Ede (!) reed ik vorige week langs Barneveld, dat bijbelbewuste oord waar je struikelt over de legbatterijen. Onmiddellijk drong een keur aan uitdrukkingen zich op: met de kippen op stok, er als de kippen bij zijn, een vrouw en een kip zijn de pest op een schip, kip ik heb je, kiplekker. Pluimvee kakelde door mijn kop.

En hoe zit het met dichtregels? Onlangs zat ik aan tafel in hoogstaand gezelschap toen de dichteres Neeltje Maria Min langsliep. Als vanzelf kwam het gesprek op ons cultureel erfgoed. Nou, gesprek, eerder een monoloog. Aan het woord was een tafelgenote die zichzelf graag hoort praten, sterker, van geen ophouden wil weten. En dat bij voorkeur een-op-een, zodat je, als je per ongeluk naast haar zit, niets kunt verstaan van wat er verder voor veel interessanters wordt gezegd. Hoe je je oren ook elders spitst, haar stem kraait koningin: 'Als ik Neeltje zie, denk ik altijd aan die zin 'Wie ik liefheb, wil ik ... Hè, hoe was het ook alweer? Ik heb een hoofd als een zeef!'

Graag had ik haar laten horen wat míjn hoofd zoal te bieden heeft, maar ze zat alweer over iets anders te oreren.

Daarom doe ik het bij dezen. De titels van de gedichten nemen hier (niet in mijn hoofd) te veel ruimte in beslag:

Voor wie ik liefheb, wil ik heten (Neeltje Maria Min).

De bus rijdt als een kamer door de nacht (M. Vasalis).

Vanmorgen ijlt mijn tuinman wit van schrik (P. N. van Eyck).

Zoals de koelte 's nachts langs lelies en langs rozen (Jan Hanlo).

Zo tedere schade als de bloemen vrezen (J. W. F. Werumeus Buning).

De moeheid in een bootje (Hans Lodeizen).

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem ploem ploem (Paul van Ostayen).

Suja suja Prikkeltje (Annie M.G. Schmidt).

O, als ik dood zal, dood zal zijn (J.H. Leopold).

Mager paardje, jaag maar: De steppe is eindeloos breed (Slauerhoff).

Ik hoor het licht, het zonlicht pizzicato (Hans Andreus).

Weer gaat de wereld als een meisjeskamer open (Paul Rodenko).

En (nooit last but not least zeggen): Zoals je loopt, door de kamer uit het bed naar de tafel met de kam, zal geen regel ooit lopen (Remco Campert).

Ha! Dat zal dat zeefhoofd leren. En, postuum, Einstein en mijn vader.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden