Graag in Nederland, liever naar Engeland

Charles van Commenée (42) wordt per 1 maart technisch directeur bij de Britse atletiekbond. De Nederlander was al coach van de Engelse zevenkampster Denise Lewis, die in Sydney goud won....

CHARLES van Commenée: 'Ik ga in Windsor wonen, even ten westen van Londen. In Londen zelf is het een ramp. Het is onbetaalbaar. Dat laten we graag aan de tennis- en voetbalcoaches over.'

- Atletiekcoaches worden ook in Engeland niet goed betaald?

'Oké, het is wel het dubbele van wat je hier krijgt, maar zelfs dan nog is wonen in Londen niet haalbaar.'

- Je had ook in Nederland kunnen blijven, als coördinator baanatletiek, een nieuwe functie die door de KNAU nog steeds niet vervuld is.

'Ik ben graag in Nederland, het is een zware afweging geweest. Maar puur vakmatig heb ik de keuze voor Engeland gemaakt. Ik zeg er eerlijk bij dat het salaris ook aantrekkelijk is. Belangrijker is echter dat ik daar met wereldtoppers ga werken; uiteindelijk kies je daar voor. En, in alle opzichten, je werk wordt er meer gewaardeerd.'

- Dat bleek; je werd onlangs als eerste buitenlandse coach in een sportieve Hall of Fame opgenomen.

'Ik had er nog nooit van gehoord. Ik werd als coach van Denise Lewis voorgedragen door de National Coaching Foundation. Het was een grappig feest. Ik was gekleed in smoking, heel Brits allemaal.'

- En toen wist je: hier wil ik werken.

'We waren voor 99 procent rond, vorige week donderdag waren de laatste onderhandelingen. Je praat over van alles, over het gehele pakket.'

- Wat wordt de opdracht?

'Ik word Technical Director met een Performance Plan, heb zorg over vijftien atleten, die allemaal hun eigen coaches hebben. Dat zijn mensen die al wereldtop zijn, of daar over vier jaar kunnen staan. Die moet ik helpen: oplossingen aandragen bij problemen, financiële ondersteuning bieden.

'Ik heb een budget en dat moet ik zo aanwenden dat het straks in Athene medailles oplevert. We praten over grote bedragen: alleen het springen en de meerkamp hebben al een budget van vier miljoen.'

- Voor vier jaar?

'Nee, per jaar. Pakweg het 20-voudige van wat er in Nederland bij de meerkamp valt te besteden.

'In Nederland moest ik me ook met ontwikkeling bezighouden, met de jeugd. In Engeland heb ik alleen maar met het bovenste laagje van doen.

'Het doel is: in Athene het beste atletiekland zijn. Dat staat heel zakelijk op papier; ze willen de meeste atletiekmedailles, meer nog dan de VS en Rusland. Gebeurt dat niet, dan zijn daar consequenties aan verbonden.

'Met zwemmen hadden ze in Sydney op acht medailles gerekend. Het werden er uiteindelijk nul. De zwemcoaches staan nu op straat en de geldkraan wordt gedeeltelijk dichtgedraaid.'

- Dat wordt straks afrekenen in Athene. Kan nog leuk worden. De Britse sportpers staat als zeer kritisch bekend, dat heeft Lewis in de afgelopen jaren soms ook mogen ervaren.

'Oh, daar ben ik niet bang voor. Ik ben daar voorlopig de ongekroonde koning met een olympisch kampioene. En als dat verandert, dan is dat inherent aan het werken in de topsport. Als je daar geen zin in hebt, moet je bij een bank gaan werken.'

- Deels heb je het presteren in eigen hand, deels ben je natuurlijk afhankelijk van het presteren van atleten. Een paar ongelukkige blessures en jìj ligt eruit.

'Dat is het frustrerende van deze baan. Ik trainde ooit Ingrid Lammertsma, die nog steeds Nederlands recordhoudster speerwerpen is. Die was super. Ze had absoluut topvijf in de wereld kunnen worden. Maar door pech - door uitglijden in de badcel, ongelukjes met de brommer - liep dat mis. Dat is frustrerend voor een coach.'

- Een machteloos gevoel.

'Je hebt één pupil en plotseling is het over. In Nederland heb je Judith Vis, meerkampster. Dat meisje heeft zoveel van nature, maar ze verkiest de avondvierdaagse in Nijmegen om haar vriend te zien wandelen boven een meerkamp in Engeland. Dan ben ik klaar met zo'n griet. Dat is zuur.'

- Dat zie je in Engeland waarschijnlijk ook wel.

'Ik denk het wel, maar je praat daar over grotere aantallen, dan kun je één Judith Vis wel lijden. De poule waar je uit put, is in Nederland veel kleiner. Er zijn 12.000 mensen met een wedstrijdlicentie, waarvan driekwart op de weg loopt. We praten, denk ik, over 1500 mensen, die op de baan willen lopen. Die zijn weer verdeeld over vijftien verschillende onderdelen. Dat zijn dus hele kleine groepjes.'

- De uitdaging om in Nederland te blijven lijkt me vele malen groter. Daar heb je al kampioenen als Jonathan Edwards en Denise Lewis, die kun je nauwelijks nog beter maken. Hier zou je echt aan het werk kunnen.

'Ik ben na een aantal jaren toe aan wat anders. Je ziet nergens ter wereld coaches acht jaar op dezelfde stoel zitten, je raakt daar namelijk toch wel wat van je scherpte kwijt. In het algemeen kun je zeggen dat je na een jaar of zes moet opstappen, dat je iets anders moet gaan doen. Een beetje afstand kan zo af en toe geen kwaad.

'Ik kijk er naar uit om in een omgeving te gaan werken waar perfectie de norm is, waarin ik mensen om me heen heb die ambities hebben om te winnen.'

- Maar die ambities bestaan in Nederland toch ook? Men zegt hier toch niet: wij willen verliezen!

'Hier bestaat wel een discrepantie tussen zeggen, begrijpen en doen. Maar begrijp me goed, Nederland als sportland is serieus te nemen.'

- Zeker, een achtste plaats in Sydney is niet gek. Engeland deed het op de medaillespiegel slechter. Maar laten we ons tot de atletiek beperken ..

'Ja, en dat is een ander verhaal. We hebben zwakke coaches, zwak management, zwakke clubs. Kijk, de cultuurdragers van de sport zijn de coaches, dat is de enige continue factor binnen de sport. Sporters en bestuurders gaan, coaches horen er vele jaren achtereen te zijn.'

- En dat gebeurt niet?

'Nauwelijks. Ze krijgen geen kans uit te groeien tot ervaren full-time trainers. We hebben op grote toernooien vaak jonge coaches, in vergelijking me andere landen. Dat komt omdat in Nederland veel coaches na een tijdje afhaken; er is geen geld voor hen te verdienen.

'Wat we missen zijn coaches en opleiders die al dertig jaar meelopen. We hebben jonge gepassioneerde trainers die steeds opnieuw het wiel weer gaan uitvinden. En op het moment dat ze dat wiel uitvinden, moeten ze, maatschappelijk gezien, afhaken.

'Frans Thuys, de coach van Ellen van Langen, die wéét hoe je een olympisch kampioene moet brengen - waar is hij? Dat is toch zonde? Het feit dat ik hier op mijn 42ste nog zit als atletiekcoach is slechts mogelijk omdat ik geen gezin heb. De keuze om atletiekcoach te worden is een sociaal onacceptabel risico.

'Kijk naar Frankrijk of Duitsland: per land heb je daar tachtig fulltime coaches. Tachtig! In Amerika heb je er honderden, dankzij het schoolsysteem.'

- De jonge Jacco Verhaeren lukt het in Nederland bij het zwemmen wel.

'In atletiek ligt het ingewikkelder. Heb je een goede coach bij het verspringen dan heb je nog steeds geen coaches bij het hordenlopen, de marathon en het kogelstoten. Bij het zwemmen heb je een zwembad nodig en een coach. Als je daar de grootste talenten bijhaalt, heb je een kans dat er iets uitkomt.'

- Was jouw positie als coach ook altijd miserabel, was het sappelen?

'Tot vier jaar terug zeker, tot ik coördinator bij de KNAU werd. Daarvoor was het werken bij clubjes, en dan moet je per definitie compromissen sluiten. Je moet groepen trainen terwijl dat niet in het belang is van die een of twee topatleten. Dan verdien je tweeduizend gulden in de maand. En werk je zestig uur in de week.'

- In Engeland is dat anders?

'Je hebt daar goede financiële ondersteuning van atleten én coaches. Het is natuurlijk wel afhankelijk van rankings en presteren. Voor het begeleiden van Denise Lewis krijg ik een onkostenvergoeding van 50 duizend gulden per jaar. Dat is vele malen meer dan wat Vince de Lange in Assen krijgt voor het coachen van zijn groepje meerkampers rond tienkamper Chiel Warners.'

- Iedereen zegt dat de kennis hier wel aanwezig is.

'Jaja, maar door wie wordt dat gezegd? Door de coaches zelf. Ach, die kennis is er ook wel, de kunde, en daar gaat het om, ontbreekt. Er zijn weinig coaches die weten hoe ze die laatste belangrijke stap moeten zetten.

'Er zijn uitzonderingen, zoals Wil Westphal, een man met een groot verleden, die twee jaar geleden besliste weer te gaan coachen. Die komt nu met Marjolein de Jong, die onlangs tweede werd bij het WJK.

'Je hebt nog een handvol goede mensen als Bram Wassenaar en de coaches die op dit moment Rutger Smith in Groningen begeleiden. Maar het gros lijdt aan overschatting en wórdt overschat. Er valt daar nog een hoop werk te verrichten. We hebben twintig Wil Westphals nodig.'

- Het is een vicieuze cirkel waar je niet uit kunt komen als je overdag leraar moet zijn of aan de lopende band moet staan.

'Dat is waar, het is moeilijk om er uit te breken. Op dit moment, na Sydney, bezit de Nederlandse atletiek weinig geloofwaardigheid om allerlei dingen te gaan roepen. Er wordt gewoonweg slecht gepresteerd. Als atletiektrainer kun je beter stil in een hoekje gaan zitten.

'Maar goed, als je de ambitie hebt om op het hoogste plan mee te doen, dan zul je ook de sporten waar het niet goed draait moeten ondersteunen. NOCNSF ziet dat ook wel, maar het is allemaal niet binnen twee jaar geregeld.'

- Valt de KNAU veel te verwijten?

'Laat ik een vergelijking met een schildersbedrijf maken. Ik ga schilderen. Het gaat goed, ik neem er nog een handvol schilders bij. Pas dan haal ik iemand op kantoor, voor de administratie en de computers. Maar ik begín met schilderen.

'Neem nu de KNAU. Die kern - de schilders, de coaches -~ die bestaat niet. We hebben wel een hele infrastructuur, met twee bondsbladen, een heel bondsapparaat, maar men is vergeten dat de trainers het werk moeten doen.

'Hoe haaks staat dat op Groot-Brittannië, waar grote bedragen beschikbaar zijn voor de coaches. Hier in Nederland gaat het om andere zaken, om klantvriendelijkheid enzo.'

- Nogmaals, dan ligt hier een hele mooie uitdaging voor je. Waarom blijf je niet in Nederland? Jij, als deskundige van de meerkamp en de technische nummers, precies de onderdelen waarop Nederlanders zouden kunnen scoren, gaat weg.

'Ik vind de Nederlandse sportwereld mooi, er gebeurt veel. Daar wil ik gerust in de toekomst weer deel van gaan uitmaken. Maar ik denk dat het handiger is om mijn horizon nu even te verbreden.

'En vergeet niet dat ik de komende vier jaar in Engeland weer veel kennis zal opdoen, kennis die ik later in Nederland weer kan gaan gebruiken. Zo heb ik altijd gewerkt.'

- Het jonge broekie dat met een rugzakje naar de Spelen van Los Angeles trok, daar op banken sliep en overdag in het stadion rondkeek hoe de grote trainers werkten?

'Ja, dat is een beetje een karikatuur geworden, maar het was wel zo. Ik ben in 1977 begonnen als trainer, ik was nog geen twintig, stelde als atleet niks voor. Ik heb vervolgens alle opleidingen gevolgd die je je kunt bedenken. Ik heb de ALO in Amsterdam gedaan, alle cursussen binnen de KNAU.

'Maar het meeste heb ik geleerd van andere coaches. Mannen als Herman Buuts en van Amerikaanse, Finse, Chinese coaches. Kwestie van kijken, kletsen, veel samen eten.

'Kijken is het belangrijkst: hoe gaat zo'n coach met zijn sporters om, hoe spreekt hij ze aan? Ik heb van die mannen misschien niet alle details van de bewegingen geleerd, maar wel hun omgang met atleten.

'Dankzij hen heb ik een goed begrip gekregen van topsport, wat er voor nodig is om tot grote prestaties te komen. Zo heb ik ook veel geleerd van mijn eigen sporters.'

- Wat leer je bijvoorbeeld van Denise Lewis?

'Het compromisloze. Zij gaat in 1997 in Nederland wonen omdat ze de stap van drie - Atlanta - naar één wil maken. Ze laat veel achter, ook commercieel interessante zaken.

'Toch komt ze naar Nederland, naar mij, om drie centimeter hoger te springen. Ze laat haar coach achter, die haar twaalf jaar heeft begeleid. Is ook niet makkelijk, is keihard. Die man bracht haar toch tot die derde plaats.'

- En jij bracht haar naar de eerste plaats. Heeft zo'n atlete nog ambities om vier jaar door te gaan?

'Zeker, het doel is: opnieuw goud in Athene. Ik vroeg haar na Sydney: hoe wil je de geschiedenis ingaan? Als een groot olympisch kampioene, of als een legende? Wil je dat laatste, dan moet je nóg een keer goud winnen.

'Maar het wordt niet makkelijk, Denise heeft nog steeds pijn in haar voet. En de concurrentie zit ook niet stil. Neem Eunice Barber, die gaat nu bij Bob Kersee in de VS trainen. Wordt straks een prachtige tweestrijd, en daar houd ik van.'

- Het blijft een mooi beroep?

'Zeker, ik vind het nog steeds heel bijzonder om op de tribune te gaan zitten op het moment suprême: Wordt het wat, wordt het niks?

'Een enkele keer loop je hevig gedesillusioneerd het stadion weer uit, na het onverwachte slechte presteren van Lieja Koeman bij het WK in Sevilla bijvoorbeeld.

'En een volgende keer ga je zwevend het stadion uit, zoals in Sydney.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden