Goudsbloemen om op te eten

Bloemen: het wil maar niet in m'n systeem dat je ze ook kunt eten. Vorige week gaf ik in de Buitenwerkplaats in De Rijp een workshop journalistiek aan een groep middelbare scholieren. Omdat ik ze naar buiten had gestuurd voor een reportage (naar een wellnessfort, naar een ander fort, naar boeren in de buurt), had ik tijd een kijkje te nemen in de grote open keuken van de prachtig verbouwde boerderij waar onze lunch werd voorbereid.

Beeld thinkstock

Ingrediënten

150 gr. groene salade
1/2 komkommer
100 gr. kleine tomaten
handje radijs
75 gr. feta in blokjes
3 eetl. olijfolie
scheut appelazijn
balsamico-azijn
beetje mosterd
ahornsiroop
verse tuinkruiden (bieslook, dille)
zout, peper
klaverbloemen
goudsbloemen

De Buitenwerkplaats, een idyllisch retrait bij het Alkmaardermeer, is niet voor niets buiten. Dus kregen we geen standaardlunch met kroketten en kleffe broodjes, maar biologisch brood en een salade met groen, oranjegeel en paars uit de tuin. Het zag er geweldig uit, die schalen met paarse klaver en diepgele goudsbloemblaadjes. Maar hoe weet je welke bloemen je kunt eten?

'Daar zijn boeken voor', zei de vrouw des huizes en gaf me een flinke stapel. 'Je kunt veel bloemen eten, hoor.'

'Ja, je kunt veel bloemen eten', beaamde kok Arjan een week later tijdens een rondleiding voor de voltallige Volkskeukenbrigade in de kas van restaurant Vork en Mes, net zo'n idyllische plek aan de Haarlemmermeerse Bosplas. 'Alleen sommige bloemen kun je maar één keer eten, zeggen wij altijd.'

Waarschijnlijk verklaart dat mijn afkeer bloemen te eten, mijn moeder heeft me ingeprent dat ik die gouden regen in de tuin van de buren vooral niet in mijn mond moest stoppen. En er zijn er meer, met illustere namen en een roemruchte reputatie: de engelentrompet, de monnikskap, de wolfkers en het vingerhoedskruid. Ze hebben wat moorden op hun geweten, deze fatale schoonheden uit het bloemenrijk.

Toch blijft er genoeg fraais over waarin je met een beetje kennis van zaken gerust je tanden kunt zetten. Neem in elk geval geen bespoten bloemen, want dan eet je weer een ander soort gif. De kas van Vork en Mes bood een overdaad aan veilig eetbaars: Oost-Indische kers (vooral het kelkje heeft een sterke, kruidige smaak), venkelbloemetjes, komkommerkruid, courgettebloemen, selderijbloemetjes. Meer dan genoeg voor een simpele salade die er op elk tuinfeest oogverblindend uitziet.

Voor de bonte Buitenwerkplaatssalade: neem als basis groene sla, bijvoorbeeld lollo bianco. Meng er tomaten, komkommer, radijs en gehakte tuinkruiden doorheen. Voeg de stukjes feta toe. Maak een dressing van olijfolie, azijn, likje mosterd, paar drupjes stroop of ahornsiroop, zout en peper. Meng met de sla en schik deze op een mooie platte schaal. Versier de salade met klaverbloemen en losse goudsbloemblaadjes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden