Gouden junior wordt later zelden een echte wereldkampioen

Een wereldtitel bij de jeugd is geen garantie voor succes als senior. Sterker, de kans dat wielrenner Mathieu van der Poel (18) als volwassene ook de regenboogtrui krijgt omgehangen, is klein.

AMSTERDAM - Vergeet Mathieu van der Poel. Hij werd vorige week in Toscane wereldkampioen wielrennen op de weg bij de junioren. Dat zal hem bij de senioren nooit lukken.


Van de bijna veertig juniorenkampioenen wist slechts een renner ook als senior de wereldtitel te veroveren. Op zijn jongenstitel, in 1979, liet de Amerikaan Greg LeMond twee wereldtitels volgen: in 1983 en 1989.


Vrijwel alle andere kampioenen en medaillewinnaars moesten genoegen nemen met een bijrol in het peloton, of verdwenen zelfs in de vergetelheid.


Dat gold ook voor de vier Nederlandse voorgangers van Van der Poel. Tom Cordes (1984), Raymond Meijs (1985), Michel Zanoli (1986) en Kai Reus (2003) konden nooit tippen een aan de prestaties van de laatste vier echte wereldkampioenen: Hennie Kuiper (1975), Gerrie Knetemann (1978), Jan Raas (1979) en Joop Zoetemelk (1985). Toen dat viertal jong was, bestond er geen WK voor junioren.


Waarom leidt een mondiale jeugdtitel niet automatisch tot succes bij de senioren? Johan Lammerts, bondscoach wielrennen, denkt dat er vele verklaringen zijn. In de wielersport is de kloof tussen jongens en mannen in kilometers uit te drukken. Junioren rijden 120 tot 130 kilometer, senioren meer dan het dubbele. Dat vergt meer trainingsjaren, meer doorzettingsvermogen en een betere (paramedische) voorbereiding.


Bij juniorenwedstrijden zijn de parcoursen niet altijd even zwaar, waardoor de renners die geschikt zijn voor een profloopbaan zich onvoldoende kunnen onderscheiden. Het is gemakkelijker op natuurlijke aanleg te winnen. Lammerts: 'De jongens zijn zich nog aan het ontwikkelen. Dat gaat niet altijd bij iedereen op dezelfde snelheid.'


Bovendien gaan er altijd renners verloren voor de topsport. Ze krijgen een meisje dat niet van fietsen houdt, ze komen een zware valpartij niet te boven, ze raken geblesseerd, of ze vinden geen goede plek in het profpeloton. 'Het is het verhaal van de tien kleine rennertjes', zegt Lammerts. 'Aan het eind blijft er eentje over.'


Fenomenen uitgezonderd

Ook in andere sporten is een jeugdtitel geen voorbode van verder succes. Of het nu tennis, atletiek of schaatsen betreft, hooguit één op de tien jongenskampioenen herhaalt zijn prestatie als volwassene. Tot de uitzonderingen behoren sportfenomenen als Björn Borg, Roger Federer, Usain Bolt, Haile Gebrselassie, Eric Heiden en Sven Kramer.


In atletiek en tennis zijn de schaarse Nederlandse jeugdkampioenen verstoken gebleven van een wereldtitel, al kwamen kogelstoter Rutger Smith (zilver) en tennisser Sjeng Schalken (halve finale US Open) in de buurt. Zelfs voor schaatsers is het niet eenvoudig. Falko Zandstra werd wereldkampioen allround na zijn jeugdtitel, Jan Bos wereldkampioen sprint. Jeugdkampioenen Mark Tuitert en Bob de Jong werden olympisch kampioen.


Bij de vrouwen ligt de situatie iets anders. Het lukte drie wielrensters in 25 jaar tijd om bij de junioren en de senioren kampioen op de weg te worden: Diana Ziliute, Nicole Cooke en Marianne Vos. Dat is iets vaker dan in tennis en de atletiek en vergelijkbaar met schaatsen. Ook hier zijn de dubbelkampioenen fenomenen: tennisster Martina Hingis, sprintster Veronica Campbell-Brown, Marianne Vos en de schaatssters Anni Friesinger en Ireen Wüst.


Van de zeven Nederlandse wereldkampioenen schaatsen bij de junioren sinds 1999 is alleen Wüst wereldkampioen bij de senioren geworden. In de atletiek kwam Dafne Schippers, drie jaar geleden de mondiale juniorenkampioene zevenkamp, dit jaar dichtbij met brons bij de WK.


Voor tennissters Brenda Schultz en Michaella Krajicek was een kwartfinale op Wimbledon het hoogtepunt na een meisjestitel bij een grandslamtoernooi, voor Arantxa Rus de vierde ronde op Roland Garros.


De juniorenkampioenen in deze sporten hebben bij de overgang naar de senioren soortgelijke problemen als die in het wielrennen, al lijkt de uitval kleiner. Zeker als ze uit landen komen waar geld beschikbaar is voor topsport, dringen ze vaak door tot het profcircuit. De Nederlandse tennissers hebben na hun jeugdtitels allemaal jarenlang hun brood verdiend met tennis, zonder belangrijke titels te veroveren. Voor de schaatsers geldt hetzelfde.


Toch zijn er per sport ook verschillen. In de atletiek is veel concurrentie. Bovendien speelt fysieke aanleg zeker bij de loopnummers een grote rol. Een jeugdkampioen heeft zijn titel soms te danken aan een tijdelijke lichamelijke voorsprong. Voor technische nummers geldt juist dat er veel trainingsjaren nodig zijn om tot topprestaties te komen. Daar zijn coaches en faciliteiten voor nodig.


Vooral in kleine sporten, en bij de vrouwen, is de uitval van jeugdkampioenen gering. In het schaatsen spelen draaien veel jeugdkampioenen mee in de top, zoals Jan Blokhuijsen, Koen Verweij, Marrit Leenstra en Lotte van Beek. Dat geldt ook voor tennis, dat op jonge leeftijd veel financiële offers vergt. Talentvolle jeugdspelers zijn de (sub-)topspelers van de toekomst, of ze nu Andy Murray, Gaël Monfils of Caroline Wozniacki heten.


Scoren als veldrijder?

Zal het wielrenner Van der Poel lukken een degelijke profloopbaan op te bouwen, of is hij een eendagsvlieg? Bondscoach Lammerts waagt zich niet aan een voorspelling, al noemt hij de zoon van oud-renner Adri van der Poel (tweede bij de WK van 1983) een van de grootste fietstalenten van Nederland. Hij is ook wereldkampioen veldrijden bij de junioren en bleef dit jaar in het veld bij dertig juniorenwedstrijden ongeslagen. Hij heeft al een profcontract als veldrijder.


Lammerts acht de kans dat Van der Poel in het veld slaagt groter dan op de weg. Veldrijden is een kleinere sport. Maar de bondscoach blijft voorzichtig. De 18-jarige coureur is al eens flink geblesseerd geweest. 'Stel dat het chronisch is en hij zijn vermogen verliest. Dan haakt hij af. Dus je weet het nooit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden