Gouden Bouk was voorloper van IJzeren Willem

'IJzeren Willem' is een icoon van de wielerwereld. Maar 'Gouden Bouk' is een van de illustere voorgangers die de Tour de France reed en Nederlands kampioen werd.

Bouk Schellingerhoudt overleed op 19 september in zijn geboorteplaats Zaandam, waar hij jarenlang aan de Zuiddijk een sigarenzaak had. Daarnaast organiseerde hij rondleidingen door de Zaanstreek. Zijn hele leven bleef hij een bekende Zaankanter die tegen zijn klanten altijd graag over zijn wielerprestaties praatte.


Boudewijn Schellingerhoudt - de naam Bouk zou hij pas tijdens zijn wielercarrière krijgen - werd in 1919 geboren in een gezin van tien kinderen in Zaandam. Zijn vader was daar groenteboer. Al voor de oorlog werd hij gegrepen door de wielersport. Hij werd in 1935 lid van de Zaanse wielerclub DTS (Door Training Sterk), waar zijn broer Jan al fietste en waar ook WK-uitblinker Niki Terpstra vele decennia later zijn carrière begon.


Schellingerhoudt reed eerst als amateur, later als zogenoemd onafhankelijk renner - toen een aparte categorie tussen amateurs en profs - en vanaf 1944 als prof.


In 1946 werd hij in Valkenburg kampioen van Nederland, waarbij hij onder meer Gerrit Schulte en Theo Middelkamp te slim af was. Als training voor dit kampioenschap had hij vier keer als training het rondje Zaandam-Valkenburg-Antwerpen gereden.


Het jaar daarop werd hij uitgenodigd voor de Tour de France in een Nederlandse ploeg die was aangevuld met een Pool, een Italiaan en een Belg. Schellingerhoudt wist de door de Fransman Jean Robic gewonnen ronde niet te voltooien. In de zevende etappe kwam hij te laat binnen door drie lekke banden. 'In die tijd waren er nog geen materiaalwagens en moesten de renners zelf hun banden lappen of andere banden meenemen rond hun nek. Dat was een enorme belasting, omdat ze vaak nog over grintpaden reden', aldus archivaris Ton R. Vermij van DTS, die dit jaar nog samen met Schellingerhoudt de start van de Tour de France in Rotterdam bezocht.


In de jaren daarop werd hij opnieuw uitgenodigd voor de Tour de France, maar hij zou niet meer meedoen omdat hij de voorkeur gaf aan de Ronde van Zwitserland, die toentertijd financieel lucratiever was. Hier reed hij in 1948 als knecht in dienst van de Italiaanse wielerlegende Gino Bartali.


Schellingerhoudt stond bekend als een enigszins flegmatieke coureur, die zijn momenten uitkoos om te winnen. In 1949 was hij de kopman van de Jocoploeg in de Ronde van Nederland. Hij veroverde de oranje leiderstrui, maar door materiaalpech in Limburg moest hij die afstaan aan Gerrit Schulte. Hij werd uiteindelijk derde.


Schellingerhoudt was toen al getrouwd en had zijn met wielrennen verdiende geld in een sigarenzaak geïnvesteerd. De aandacht ging steeds meer uit naar zijn maatschappelijke toekomst, hoewel hij nog tot 1954 als prof bleef fietsen.


Hij bleef ook daarna bij DTS betrokken. In 1969 richtte hij de jeugdwielerschool op. Bij het veertigjarig bestaan in 2009 werd hij hiervoor nog door de KNWU onderscheiden met het Zilveren Wiel. Schellingerhoudt reed tot zijn 91ste jaar nog vier keer per week tussen de 40 en 60 kilometer op een dag.


Peter de Waard


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden