Gouden bergen uit Den Haag

Een volgend kabinet moet miljarden bezuinigen, maar het onderwijs wordt ontzien. De verkiezingsprogramma’s beloven zelfs miljarden extra, óók voor de leraren....

Wie in een volgend kabinet minister van Onderwijs wordt, krijgt niet de zwaarste baan van het Binnenhof. Want terwijl de bodem van de schatkist in zicht raakt en alle partijen aankondigen miljarden euro’s ‘om te buigen’ (minder ambtenaren, minder hypotheekrenteaftrek of versobering van de zorg), resteert één taboe: beknibbelen op het onderwijs.

Alle verkiezingsprogramma's, behalve dat van Trots op Nederland, willen daar juist méér geld aan besteden. Veel meer zelfs. Daar moeten ook de docenten van profiteren.

De gedachte op het Binnenhof is dat een goed opgeleide bevolking goed is voor de samenleving én noodzakelijk voor de economische groei. Willen we blijven concurreren met China en India, dan moeten we het vooral hebben van onze hersens.

De sleutel, zeggen de politieke partijen in koor, zijn de leraren. Zij moeten zelf goed worden opgeleid en de kans krijgen zich gedurende hun loopbaan bij te scholen. Ze moeten niet onnodig worden lastiggevallen met bureaucratische rompslomp. Ze moeten de ‘regie’ in de klas terugkrijgen om hun vak inhoudelijk vorm te geven. En, niet onbelangrijk: het leraarschap moet stijgen op de maatschappelijke ladder. Dat maakt het beroep aantrekkelijker, óók voor hoogopgeleiden.

TOPVIJF BESTE ONDERWIJS
De Haagse ambitie om het onderwijs een impuls te geven, is niet van gisteren. Het kabinet-Balkenende IV maakte in 2007 het ‘Actieplan LeerKracht van Nederland’, met afspraken voor meer salaris, minder werkdruk en studiebeurzen voor bijscholing. En toen op Prinsjesdag 2009 duidelijk werd dat er misschien wel 30 miljard euro moest worden bezuinigd op de rijksbegroting, nam de Tweede Kamer unaniem de motie-Hamer aan. Daarin wordt de ambitie uitgesproken dat Nederland in de wereldwijde topvijf moet komen van landen met kwalitatief het beste onderwijs.

Door die motie van PvdA-fractieleider Mariëtte Hamer leek het onderwijs bij voorbaat immuun te zijn geworden voor de ambtelijke werkgroepen. Die kregen van het kabinet de opdracht om plannen te maken voor bezuinigingen tot wel 20 procent. De werkgroep ‘Productiviteit onderwijs’ deed begin april ingrijpende aanbevelingen. Zo kan op het mbo het aantal opleidingen worden gereduceerd, kan het aantal vakken en profielen op havo en vwo omlaag en het budget voor zorgleerlingen (met een ‘rugzakje’) moet terug naar het niveau van 2003.

Meer efficiëntie kan altijd. Maar, zo waarschuwen de ambtenaren zelf, als er fors wordt gesneden, dan worden eerder vastgestelde doelen voor beter taal- en rekenonderwijs, voor het beperken van uitval en voor het bevorderen van de doorstroom ‘zeker niet gehaald’.

In de verkiezingsprogramma’s is van bezuinigingsdrift op onderwijs dan ook weinig terug te lezen. In tegendeel: het lijkt alsof de programmacommissies een wedstrijdje hebben gespeeld wie het meeste extra geld belooft. Zo staat voor D66 onderwijs ‘op één’. De partij wil er 2,5 miljard extra aan uitgeven, de VVD idem dito, de ChristenUnie 1,35 miljard, GroenLinks spreekt van ‘miljarden extra’. Andere partijen, zoals CDA en PvdA, zijn er nog niet uit en maken de hoogte van hun onderwijscheque later bekend.

EERST ZIEN, DAN GELOVEN
‘Eerst zien, dan geloven’, tempert Walter Dresscher de verwachtingen. De voorzitter van de Algemene Onderwijsbond (AOb) denkt dat het een ‘dubbeltje op zijn kant’ wordt. ‘De ambitie kan sneuvelen tegen een andere evidentie: je kan elke euro maar één keer uitgeven. Ik heb het al eerder meegemaakt dat we zogenaamd meer geld zouden krijgen.’

Toch ziet Dresscher een groot verschil: vroeger waren onderwijs en economie water en vuur, nu niet meer. ‘Het besef is: je komt alleen uit de crisis met een hoogopgeleide bevolking. Het is wereldwijd een wedloop geworden om bij te blijven.’

Wat hem betreft moet politiek Den Haag zich vooral zorgen maken om de daling van het opleidingsniveau van leraren. Het lerarentekort leidde de afgelopen jaren tot lagere eisen aan nieuwkomers. Dat helpt op korte termijn, maar op lange termijn wordt het vak alleen maar minder aantrekkelijk. In Frankrijk en Finland zijn de eisen wel hoog. Daar is geen lerarentekort, want de docenten vormen een professionele groep.’

Méér geld kan je ook slecht besteden, waarschuwt de vakbondsman. Aan managementslagen. Aan prestigieuze gebouwen. Aan vergadercircuits. Dresscher: ‘Alles boven het klasniveau moet zo lean and mean mogelijk zijn.’

De volgende minister van Onderwijs weet wat hem of haar te doen staat. Het onderwijs wordt niet meer gezien als een kostenpost, maar als een investering. Geld speelt geen rol – tenminste als de beloofde gouden bergen na de verkiezingen 9 juni nog niet zijn verdwenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden