Gordon in trouwmis gaat jonge priester te ver

Een sweatshirt met een priesterboordje. Roderick Vonhögen (28) vindt het wel een mooi compromis. Onder het shirt draagt hij een grijs overhemd, in plaats van het gebruikelijke zwarte hemd - want dat is zo plechtig....

HENK MULLER

Van onze verslaggever

Henk Müller

UTRECHT

Als priester heeft hij al één resultaat geboekt. De muziek van Gordon en René Froger, die hij in zijn kennismakingstijd met de parochie tijdens een trouwdienst hoorde, zal er voortaan niet meer klinken. Het koor zingt met ingang van heden liturgische liederen. Ook werk van Toon Hermans zal er niet meer in de liturgie worden voorgedragen, maar voortaan alleen nog iets uit de bijbel. Vonhögen: 'Ik wil niet té hard van stapel lopen, maar dit kon écht niet.'

Het priestertekort in Nederland heeft ertoe geleid dat veel parochies op vrijwilligers draaien. Soms blijkt er een geheel eigen liturgie te zijn ontwikkeld. Mondjesmaat leveren de priesteropleidingen weer jonge priesters af.

Voor Utrecht was 1996 met zeven nieuwe priesters een topjaar. Voor de komende jaren verwacht het bisdom er jaarlijks een handvol af te leveren. Het is lang niet genoeg om de tekorten weg te werken, maar het is 'licht hoopgevend', zegt J.W. Wits, woordvoerder van het bisdom.

Het Utrechtse Ariënsconvict omvat drie huizen en ligt in het hart van de binnenstad. Er wonen twintig priesterstudenten. Daarmee is het na het Sint Janscentrum in Den Bosch de grootste opleiding. Het verschil met de Bossche opleiding of het roemruchte Rolduc in Roermond van oud-bisschop Gijsen is dat de Utrechtse opleiding niet intern is. De aanstaande priesters volgen hun studie aan de Katholieke Universiteit Utrecht. Bidden en eten doen ze gezamenlijk, net als de retraites.

Henri ten Have (28) werd tegelijk met Vonhögen gewijd. Hij aarzelt over een boordje. Ten Have wil mensen die het priesterboordje in verband brengen met afstandelijke functionarissen van een onderdrukkende kerk niet afschrikken. 'Anderzijds vind ik het wel leuk om duidelijk voor het priesterschap uit te komen. Als compromis draag ik nu een kruisje op mijn revers', zegt Ten Have. Sinds een week draagt hij de mis op in een stadsparochie in Deventer, waar hij eerder diaken was.

Vonhögen en Ten Have komen uit een goed rooms nest. Ten Have wilde altijd al priester worden, hoewel hij ook nog even aan een kloosterleven heeft gedacht. Hij bracht een half jaar door in een benedictijner klooster in Trinidad. Het klimaat was goed, maar de boerenzoon kreeg heimwee. Vonhögen voelde zich pas enkele jaren geleden geroepen tot het priesterschap.

Sinds het begin van hun opleiding hechten ze grote waarde aan het celibataire leven. Voor de studenten die tussentijds de opleiding verlaten, zijn moeilijkheden met het celibaat de belangrijkste aanleiding. Vonhögen: 'Ik vind het celibaat essentieel. Ook als het celibaat en het priesterschap misschien ooit worden losgekoppeld, zou ik ervoor kiezen. Je bent vrij om al je tijd te wijden aan je parochie.'

Ten Have heeft evenmin problemen met het celibaat: 'Ik heb er tien jaar geleden uitdrukkelijk voor gekozen. Ik wil mijn leven wijden aan God.' Hij ziet geen theologische bezwaren tegen ontkoppeling van celibaat en priesterschap. 'Maar misschien stelt de bestaande verplichting je wel in staat de waarde van het celibaat te ontdekken. Zeker omdat niet veel mensen anders uit zichzelf voor het celibaat zouden kiezen.'

Zowel Vonhögen als Ten Have begon met een zekere angst aan hun taak. Ze moeten behalve pastor, biechtvader en verkondiger, ook manager zijn van parochies met duizenden gelovigen.

Vonhögen: 'Je merkt dat de opleiding iets te weinig rekening houdt met de professionalisering van het pastorschap.' Zo goed en zo kwaad als het gaat, zoeken ze steun bij andere pastores met meer ervaring in het runnen van een parochie.

'Maar mijn grootste angst is dat we te hard van stapel lopen, zegt Vonhögen. 'Je moet niet autoritair zijn, maar te vaak denken mensen dat de kerk een soort afhaalchinees is.' Ten Have: 'Toen ik bezwaar maakte tegen muziek die een bruidspaar had uitgezocht voor hun liturgie, kreeg ik te horen dat ik me niet moest bemoeien met hun liturgie omdat zij de kerk hadden gehuurd.'

De twee jonge priesters merken overigens dat ze er weer voor uit kunnen komen dat ze priester zijn. Vonhögen constateert dat er in een stad als Utrecht gelukkig 'zo veel malloten' rondlopen, dat hij er niet opvalt. Hij merkt dat vooral onder jongeren belangstelling is voor het hoe en waarom van zijn priesterschap. De vragen beginnen met het boordje.

Over grote kerkpolitieke issues als de vrouw in het ambt, gehuwde priesters en de seksuele moraal van de kerk willen Vonhögen en Ten Have zich niet uitlaten. Ze vinden het niet belangrijk. Vonhögen: 'Als je het in marketingtermen wil zeggen, moet je constateren dat mensen het product kerk niet kennen. Al die kerkpolitieke kwesties vallen in het niet bij het fundamentele probleem dat mensen niet meer weten waar de kerk voor staat.'

Daarom hameren zij allebei op het belang van catechese: uitleg van de elementaire begrippen van het geloof en de traditie. 'Leeglopende kerken zijn een gevolg van het feit dat mensen weinig weten van het geloof. De crisis los je niet op met het toelaten van vrouwen tot het ambt of met het loslaten van de celibaatsverplichting, zodat gehuwde mannen priester kunnen worden', aldus Ten Have. 'Het zit dieper dan dat.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden