Gordiaanse knoop vaster dan ooit

DE BOM IS gebarsten, het hoge woord is eruit. Turkije werd afgelopen weekeinde in Luxemburg voorlopig niet geaccepteerd als kandidaat waarmee de Europa wil onderhandelen over het EU-lidmaatschap....

Geschrokken van de heftige Turkse reactie en beducht voor mogelijke gevolgen, wezen diplomatieke zegslieden onverwijld een schuldige aan: Griekenland. Athene zou door onbuigzaam gedrag en dreigend met het vetorecht, dat ieder EU-lid rechtens bezit, de zaken op de spits hebben gedreven. Zelfs een doekje voor het bloeden - een dineetje op zaterdag en deelname van Turkije aan de vrijblijvende Europese Conferentie - stuitte op een Grieks nee.

De Turkse premier Yilmaz en zijn delegatie pakten hun koffers en vertrokken. In Luxemburg viel niets te halen, en Yilmaz werd nog 'geschoffeerd' ook. Niet door de Grieken, die trouw bleven aan hun bezwaren tegen een Turkse kandidatuur onder de huidige omstandigheden, maar door de Luxemburgse voorzitter.

Jean-Claude Juncker verweet Turkije dat het dissidenten martelt en daarom niet kan worden vergeleken met de elf andere kandidaat-leden van de EU. En hij voegde eraan toe dat de andere kandidaten wel stappen hebben ondernomen om hun grensconflicten te regelen.

Bot of niet, het was wel de spijker op z'n kop. Dat Griekenland verheugd is over deze bijval - dat is wel eens anders geweest - is niet hetzelfde als 'Griekenland heeft zijn zin gekregen' of 'de EU is gezwicht voor Athene'.

Als oorzaken voor het debacle in Luxemburg komen nog altijd de EU-politiek ten aanzien van de kwestie-Cyprus en de algehele dubbelzinnigheid tegenover Turkije het meest in aanmerking.

Wat Cyprus betreft is het EU-beleid mislukt. De koppeling tussen onderhandelingen over toetreding en opheffing van de deling (sinds 1974) van het eiland heeft averechts uitgewerkt. Door de poging van de EU om de kwestie-Cyprus geïsoleerd op te lossen, dus buiten het kader van de Grieks-Turkse territoriale geschillen, werd de Gordiaanse knoop nog stakker aangetrokken.

Want terwijl Brussel hoopte dat de Grieks-Cypriotische regering in Nicosia en de Turks-Cyprioten tot een hereniging zouden worden verleid, gebruikte Ankara de kwestie-Cyprus als een middel om zelf het lidmaatschap van de EU af te dwingen.

Nog ingewikkelder werd de zaak toen de Turks-Cypriotische leider Denktash, gesteund door Ankara, eiste dat beide Cypriotische gemeenschappen als gelijkwaardige partners aan de besprekingen met de EU zouden deelnemen.

Besprekingen in Zwitserland liepen vast, mogelijke stationering van Russische luchtdoelraketten door Nicosia en nauwere economische en politieke banden tussen Denktash en de Turkse regering verkleinden de kansen op een oplossing. Met als gevolg groeiende fricties tussen de EU en Washington, dat zich heeft gecommitteerd aan een bemiddelingsrol en daarvoor trouble shooter Holbrooke bereid heeft gevonden. De Europese variant van wat in de jaren zeventig in de Amerikaanse diplomatie linkage werd genoemd, mag intussen een miskleun worden genoemd.

Tegen de achtergrond van het Cyprus-beleid van de EU kon de dubbelzinnigheid van Europa ten aanzien van de Turkse wens EU-lid te worden niet uitblijven. Verstrengeld in een spel van pappen en nathouden, van beloften doen en verwachtingen wekken, van oude en nieuwe kandidaten, kwam het uur van de waarheid naderbij.

Voor zover het al niet geslagen had toen de leiders van de Europese christen-democratische partijen (EVP) in maart verklaarden dat Turkije vanwege zijn islamitische religie niet voor het lidmaatschap in aanmerking kwam.

Nota bene Griekenland protesteerde daar tegen. En ook na Luxemburg is Athene er zich zeer wel van bewust dat een isolement van Turkije niet in haar belang is. Want uit het feit dat Griekenland de EU gebruikt als een middel om zijn belangen na te streven, volgt niet automatisch dat Athene de criteria voor toetreding van nieuwe lidstaten naar believen kan aanpassen. Of zoals de Griekse minister van Europese Zaken George Papandreou dezer dagen terecht opmerkte: 'Wij zijn niet tegen Turkije. Wij zijn in beginsel akkoord met toetreding tot de EU. Maar er zijn criteria. Criteria die niet door Griekenland, maar door de EU zijn opgesteld.'

Zo is het. Maar daarmee is nog niet de vraag beantwoord of Turkije wel lid van de EU moet worden. Het formele antwoord luidt simpelweg: ja, omdat er een associatieverdrag (1963) bestaat, Turkije lid is van de Raad van Europa en er een douane-unie (1996) is gesloten. Op de vraag of Turkije op afzienbare termijn lid zal zijn, is het antwoord: nee. Eenvoudig omdat het voorlopig niet aan de criteria zal kunnen voldoen.

Er is geen zicht op dat Turkije zich op termijn zal ontwikkelen tot een moderne markteconomie en een goed functionerende parlementaire democratie. De leidende elite zou zich dan eerst moeten ontworstelen aan het nog steeds dominante leger en vervolgens respect voor mensenrechten moeten afdwingen. Zolang de oorlog met de Koerden voortduurt, zal dat niet gebeuren. Dat is de echte Gordiaanse knoop die moet worden doorgehakt, niet door de Grieken of de EU, maar door de Turken zelf.

Joris Cammelbeeck

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden