Goor

Goor ligt in Twente. Het inwonertal schommelt rond de 13.000. Dat is een uitstekend getal. Goor is een stadje zonder pretenties, helemaal no-nonsense....

Zo niet in Goor.

In Goor is niets.

Nou ja, een plein – een heel groot plein, de Höfte, en aan de rand staat een viskraam die gedreven wordt door de gebroeders Verdriet. Een beter duo kun je niet verzinnen voor een viskraam, en daar komt nog eens bij dat ze een hele mooie tent hebben, met een terras dat qua vormgeving perfect aansluit bij de trendy inrichting van het plein; hippe lantarenpalen, mooie, glimmende prullebakken en banken van roestend staal en natuursteen.

Behalve de gebroeders Verdriet vinden we aan dat reusachtige plein (het is zo groot dat alle 13.000 Gorenaren er met gemak op kunnen zitten) een supermarkt van de keten Action, het hypermoderne gemeentehuis van Hof van Twente en het Evenementencentrum De Reggehof. De vragen die zich opdringen zijn: wie verzint zo’n enorm plein, waarom heeft een bescheiden plaats als Goor zo’n enorm gemeentehuis, uit welke folder komt het straatmeubilair en wie heeft het uitgekozen?

Vragen zonder antwoord.

Niet ver van het plein bevindt zich een kleine, oude begraafplaats te midden van eiken en kastanjebomen. Vlakbij het hek is een rode bushalte, verderop een school. Er hoort geen kerk bij de begraafplaats of hij moet tijdens het bombardement op Goor in 1945 zijn verwoest. Eerlijk gezegd is het een begraafplaats waar je moeiteloos aan voorbij zou kunnen lopen; een handjevol scheefstaande, verweerde zerken – wat heeft een mens er te zoeken als er geen verwanten liggen?

Niets.

Maar net toen ik die afweging had gemaakt, zag ik tussen de bomen op een heuveltje een enorm, zwart monument; een metershoog, pompeus gevaarte met zuilen en wapenschilden dat bij nadere inspectie ook nog van gietijzer bleek te zijn.

Het was het graf van ene Thomas Ainsworth, geboren in 1795 en overleden in 1841. De naam zei me niets, maar een handig bordje leerde dat Ainsworth als een van de grondleggers van de Twentse textielindustrie kan worden beschouwd. In opdracht van de Nederlandsche Handelsmaatschappij bouwde hij in 1832 een weefschool in Goor. Het doel was de Twentse textielarbeiders te leren werken met de snelspoel. Tot dan toe gebruikte men de schietspoel. Ainsworths snelspoel werd een groot succes. Het maakte het mogelijk in dezelfde tijd drie keer zoveel te produceren als daarvoor op de oude methode. Heel Twente was in een mum van tijd aan de snelspoel en de propagandist ervan verhuisde naar het net gestichte Nijverdal om zich op het bleken en kleuren van weefsels te storten. Amper aan de slag, overleed hij, zesenveertig jaar oud, en hij werd in Goor begraven. Zo groot waren zijn verdiensten dat een prijsvraag werd uitgeschreven voor een passend monument op zijn graf, met de zwarte gietijzeren kolos als resultaat.

Nadat ik het graf een tijdje op me in had laten werken, had ik het wel gehad en verliet ik de begraafplaats om bij de Gebroeders Verdriet een broodje garnalen te kopen. Ik ging er mee op een van die moderne banken langs het plein zitten. De zon scheen, maar Goor bleef koppig weigeren indruk op me te maken. Dat stemde, gek genoeg, vrolijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden