Goochelen met gemeentegeld

De leeftijd dat hij geacht wordt 'debiel' te zijn nadert. Nu het nog kan zou oud-voorzitter Theo Aalbers graag iets betekenen voor zijn bankroete 'cluppie' FC Utrecht....

Een leven lang was Theo Aalbers bankdirecteur, naast tientallen jaren voetbalbestuurder, dus zo vreemd was het nu ook weer niet dat hij onlangs in het Utrechts Nieuwsblad milde kritiek spuide aan het adres van het bestuur van 'mijn cluppie'.

Over de leiding van FC Utrecht, de club die plots op instorten staat nu het eigen negatief vermogen elf miljoen euro bedraagt en de schuldenlast zeventien miljoen, zei Aalbers: 'heeft gegokt en verloren, óf het bestuur kan niet rekenen, óf het heeft zitten slapen'.

Naar Aalbers-normen is dit inderdaad 'milde' kritiek. Als de robuuste reus écht zijn mond zou opentrekken zou er voor het nog net niet afgebouwde Galgenwaard verzakkingsgevaar dreigen.

Voorzitter Erik Jan Visser bleek niet erg gediend van de kanttekeningen van deze voorganger. En belde met Aalbers, in zijn ogen kennelijk een voetbalhooligan: stadionverbod! Als Aalbers zich nog één keer publiekelijk zo zou uitlaten over FC Utrecht dan kwam hij Galgenwaard absoluut niet meer binnen.

Wat een wonderlijk telefoontje, kijkt Aalbers deze donderdagmiddag terug. 'Ik ben erelid.' Hij krijgt al jarenlang twee kaarten voor elke thuiswedstrijd. Als dank voor tien jaar (1983-1992) voorzitterschap bij die club. Stadionverbod? Zondag komt Ajax op bezoek, die wedstrijd wil Aalbers niet missen.

'Willen jullie dit goed tot uiting brengen?' Op dicteersnelheid: 'Ik weet de oplossing ook niet.' En nog maar eens: 'Ik zie de echte oplossing ook niet.' Dan: het huidige bestuur van FC Utrecht heeft zich 'bij mijn weten' niet schuldig gemaakt aan ladenlichterij. Voorts hecht Aalbers eraan uitdrukkelijk te verklaren dat hij bij deze niet solliciteert naar een functie in het bestuur.

Een terugkeer in die merkwaardige voetbaljungle (Aalbers was ook nog eens jarenlang penningmeester van de KNVB; het begin van het megalomanie-tijdperk maakte hij nog juist mee, 'die zeepbel van Sport 7') zit er alleen al om fysieke redenen niet in. Hij is net 65 geworden en voorzien van een nieuwe aorta. Achter de imposante buikpartij schuilen ribben van gummi. 's Avonds om tien uur is hij opgebrand.

Bij al die gebreken zou Aalbers niettemin graag iets voor FC Utrecht betekenen. Toen hij tientallen jaren geleden vanuit de Achterhoek naar het westen kwam, was hij eigenlijk Ajax-fan. Maar eenmaal gevraagd voor het Utrecht-bestuur is de liefde voor 'Utreg' tot een onvoorwaardelijke uitgegroeid.

Stel nu eens dat de bijna failliete club (alleen schuldeisers die minder dan honderd euro tegoed hebben kunnen momenteel worden bediend) in surséance komt. Dan wil de oud-bankdirecteur (NMB) graag zijn tijdelijke diensten aanbieden om de boel weer op orde te krijgen.

'Toen ik in 1982 kwam, zat de club ook in surséance. Wildbret, Advocaat, een heleboel andere spelers, we hebben ze toen laten gaan. Ik heb al eens eerder met dat bijltje gehakt.' Maar nogmaals, DIT IS GEEN SOLLICITATIE! Nieuwe aorta of niet, het hart is nog altijd rood-wit. Dat is alles.

De club moet wel opschieten want Theo Aalbers is als gezegd al 65. De kritische grens nadert, zo leert zijn ruime bestuurlijke ervaring. 'Met zeventig word je geacht debiel te worden en nergens meer voor gevraagd.'

Hoe FC Utrecht te redden?

Enkele jaren geleden kocht de club het stadion van de gemeente voor het symbolische bedrag van één gulden. Nu vraagt het Utrecht-bestuur aan de gemeente het fiks opgeknapte stadion (met veel moderne en vooral lege commerciële ruimten) terug te kopen voor vijftien, twintig miljoen euro.

Zou hij nog de voorzitter zijn, dan zou Theo Aalbers precies hetzelfde aan de gemeente vragen. 'De gemeente doet nu wel heel erg verontwaardigd, maar heeft natuurlijk boter op het hoofd. Wie verkoopt nou zo'n stadion voor een gulden?'

De gemeente zal het stadion wel terugkopen, schat Aalbers in. Een andere reddingsoptie ziet hij niet en politici staan niet te trappelen om een voetbalclub de nek om te draaien. 'Burgemeester Brouwer hecht ook zéér aan de naamsbekendheid van Utrecht.' Daarenboven: passieve recreatie mag wat kosten. 'Veertienduzend man per wedstrijd en dat maal twintig. Dan is heel Utrecht één keer in het jaar in het stadion geweest.' Dat halen de musea of theaters niet.

Wat er over een paar jaar gaat gebeuren durft hij ook wel te voorspellen. 'Op een gegeven moment zegt de club dat ze niet meer kan voldoen aan de huurverplichtingen en dan verkoopt de gemeente het stadion weer terug voor een schijnbedrag.' Natuurwetten, stelt Aalbers gelaten vast, 'al lijken het wel goocheltrucs'.

Normaal zakelijk managen, zoals bijvoorbeeld de bankdirecteur Theo Aalbers zou doen, is voor de voetbalbestuurder Theo Aalbers ten enen male onmogelijk. 'Voetbal is een doorgeslagen, opportunistische wereld.' 'Iedereen heeft last van grootheidswaanzin.' 'De emotie regeert en verblindt.'

Hij zegt dit niet op verwijtende toon maar stelt slechts vast. Van zelfkritiek is Aalbers ook niet vies: 'Héél opportunistisch, dat voetbalwereldje, en daarom voelde ik me er wel in thuis. Ik heb wel even moeten wennen. Ik ben geboren in het café, ik schrik niet zo snel.'

Na enig aandringen wil Aalbers deze middag weer even de bankdirecteur zijn, of commissaris van een 'normaal' bedrijf (wat hij hier, daar en daar nog is). Dat FC Utrecht fors in de rode cijfers is beland, lijkt hem nogal logisch. 'Er wordt maar uitgegeven, maar als je duzend betaalt moet je elders ook wel weer duzend ontvangen.'

Hij rekent voor: een stadion van vijftien, twintig miljoen euro maar hoe vaak wordt dat stadion nu eigenlijk benut? Competitie, beker, een paar oefenpotjes, vooruit nog een Europa Cup-duel ook: dertig keer per jaar. Voor het overige ligt het stadion er maar te liggen. Met schitterende commerciële ruimten, dat wel. 'Als je die dag in dag uit commercieel kunt uitbaten is er niks aan de hand, maar je barst van de leegstand.'

De recette op een wedstrijddag mag dan imponerend lijken maar FC Utrecht maakt ook nog kosten op zo'n dag. 'Alleen al aan catering per thuisduel vijftigduzend euro!' Voorts heeft de club, buiten de voetballers, 32 mensen in dienst. Dan mogen de bestuurders het voor een bescheiden onkostenvergoeding doen, de voetballers zijn minder altruïstisch. 'Ik heb begrepen dat Gluscevic voor 900 duzend euro per jaar op de begroting staat.'

Hij is weliswaar 'een boer uit de Achterhoek', een beetje rekenen kan Aalbers wel. Al die mallotig hoge kosten kan FC Utrecht alleen voor zijn rekening nemen als sponsors enorme bedragen in de club stoppen ('Sponsoring is zo kwetsbaar als de pest en niet alleen in economische zin'; 'Utrecht heeft helaas ook geen grote, typisch Utrechtse bedrijven') of door het verkopen van spelers voor even mallotig hoge bedragen.

De spelersmarkt is ingestort en toch zou Aalbers onmiddellijk beginnen met het verkopen van spelers. In zijn tijd, toen FC Utrecht het water ook meermaals aan de lippen stond, deed hij niet anders. Een beproefde remedie. Soms wist de technische staf helemaal niet dat Aalbers weer eens een voetballer had verpatst.

'De eerste die ik verkocht was Robbie de Wit. Fan-tas-tische voetballer! Ik belde uit mezelf Ton Harmsen van Ajax op. Ton, wil je niet iemand van ons hebben? Ja, ze wilden Robbie wel.'

Zijn persoonlijke record vestigde Aalbers met de verkoop van John van Loen. Razend populair bij de aanhang, dus enige prudentie was vereist. Maar de club stond in het rood en met de verkoop van Van Loen was de club in één klap weer quitte.

Van Loen werd aan Roda JC verkocht, nota bene op de Open Dag van FC Utrecht. De trainer wist nergens van. Terwijl supporters om Van Loens handtekening bedelden, ondertekende Aalbers in Kerkrade een contract. 'Een miljoen gulden. Mooie deal.'

Robbie Alflen kon hij later voor een nog veel beter bedrag verkopen, maar de zakelijkheid verloor het toen van de emotie. 'Alflen was ook heel populair. Bij de supporters, de sponsors, de pers. Moet je soms ook rekening mee houden. Utrecht is maar een dorp.'

De laconieke toon waarop Aalbers over spelersverkopen praat roept wellicht het vermoeden op dat hij geen zogeheten 'voetbalhart' heeft. Niets is minder waar, verzekert hij. 'Als bestuurder moet ik ervoor zorgen dat de club blijft bestaan. Dan móet je verkopen, dat is het lot van een club als FC Utrecht.'

Zo'n pretje is het nu ook weer niet om in de pers als een ijdeltuit /kille saneerder/supporterskweller te worden afgeschilderd. Onder politiebegeleiding naar huis, bedreigingen, ook aan het adres van echtgenote en dochter, Aalbers heeft het allemaal meegemaakt. Als bankdirecteur heb je die ervaringen niet. Als voorzitter van de Gorkumse amateurclub SVW had Aalbers dat ook nooit meegemaakt.

Genoeg geklaagd, die jaren in het betaald voetbal hebben ook tot schitterende ervaringen geleid. In het stadion van Dinamo Kiev ('De eerste Europa Cup-wedstrijd onder mijn leiding') zat hij tussen 120 duizend krijsende Oekraïners die allemaal hun aansteker aan hadden, 'terwijl je in dat stadion nieteens mocht roken'. Ton de Kruijk - 'onze politieman' - kopte de 0-1 binnen en terwijl Aalbers nog stond te springen was het al1-1.

'4-1 verloren', sombert hij nu nog.

Toen wel, morgen tegen Ajax zit er zeker een gelijkspelletje in.FC Utrecht zal nooit verloren gaan. 'Daar zorgt de gemeente wel voor', is zijn stellige overtuiging. Als hij zelf nog een steentje kan bijdragen, dan heel graag.

De vinger gaat omhoog, de blik is plots heel ernstig. 'Zo'n beetje alle clubs staan nu in de rode cijfers. En weet je wat het ergste is? Ze denken echt dat het nog steeds een incident is. Terwijl de regen door het dak druppelt!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden