Gokverslaving

Man (45) richtte zijn gezin bijna te gronde in een poging zijn gokschulden te delgen...

'Het is natuurlijk stupide, gokken, maar in mijn categorie, de casinobezoeker, tref je toch niet de echte lapzwansen. Alleen vraag je je wel eens af wat een lapzwans is. Dat geldt dus ook voor mezelf. We wanen ons verheven boven andere junks, omdat we geen auto's openbreken en handtasjes roven, maar dat is dan ook het enige verschil. De speeltafeljunk richt evengoed vernielingen aan als de coke-verslaafde. En toch ben je geneigd gradaties aan te brengen, juist omdat je in je zwakheid nóg zwakkeren zoekt.

Ik ben ook sportverslaafd geweest, loopverslaafd. Bij hardlopen maak je endorfinen aan, een soort opium. Ik was te prestatiegericht, kon niet accepteren dat ik niet meer zo gemakkelijk hardliep als vroeger. Toen heb ik het dus opgegeven. Maar het is wel zowat de enige verslaving die je gezond zou kunnen noemen.

Gokverslaafden houden de schijn van beschaving op. We begeven ons niet in halfverlichte speelautomaat-hallen. Verslaving en beschaving, ik zou er als socioloog een aardige verhandeling over kunnen schrijven. Maar uiteindelijk begrijp je jezelf niet en dan moet je ook niet pretenderen een oordeel over anderen te hebben.

Je kunt op een gegeven ogenblik niet meer zonder dat gokken, het bepaalt steeds sterker je denken. Vooral als er schulden ontstaan. Je kunt niet meer opstaan zonder de gedachte: ik moet het vandaag goedmaken, en dan houd ik er ook echt mee op. Je wordt ten opzichte van je omgeving steeds gehaaider in het vinden van uitvluchten. Omdat je er al 's morgens mee bezig bent je voor de avond in te dekken. Je leven wordt één lange leugen. En wat mij betreft is dat de grootste paradox. Want ik heb een enorme hekel aan liegen en bedriegen.

Je vervalt in het meest stompzinnige gedrag dat denkbaar is. Op een gegeven moment ga je in een vreemde staat van vreugde met tweeduizend winst gulden weg en je ziet dat als genoegdoening, misschien zelfs als bevestiging van je eigenwaarde. Want je voelt je zó laag als je verliest, dus lijk je al beter als je toevallig eens met opgeheven hoofd het casino kunt verlaten. Terwijl je in je achterhoofd donders goed weet dat je een grote klootzak bent.

Ik ben niet zo'n omhooggevallen engerd die naar het casino gaat om wat zwart geld weg te zetten, of om nóg meer zwart geld te maken. Integendeel dus. Ik kwam er uiteindelijk alleen nog maar uit een schuldgevoel ten opzichte van mijn gezin. Ik dacht: één goeie avond en ik heb een schuld van jaren ingelost. Die goede avond kwam natuurlijk niet.

Ik heb geen baan meer, maar wel kinderen en een te duur huis. Die tweeduizend gulden won ik in Groningen, in die andere Holland Casino's, in Breda, Eindhoven, Nijmegen, Valkenburg, Zandvoort, het zijn er tien geloof ik, verloor ik alleen maar. Je denkt: Groningen brengt me geluk, daar nog maar eens proberen. Je legt jezelf een limiet op: maximaal vijfhonderd gulden. Als je die eenmaal kwijt bent, ga je toch door. Je wilt niet wéér met wroeging thuiskomen, wroeging die op den duur echt wurgend wordt. Je zegt in drie seconden drie keer 'slappeling' tegen jezelf en je gaat weer door.

Ik kleed me goed als ik naar een casino ga, ik wil er niet uitzien als de sloeber die zijn laatste centen komt vergooien. Vermomd ben ik eigenlijk. Ik zeg thuis dat ik een vergadering van de wijkraad heb, en dat die vergadering nieuwe contacten en misschien een baan kan opleveren. Vier jaar geleden ben ik ontslagen. Mijn vrouw werd in die tijd ook nog eens als parttime-bibliothecaresse de dupe van bezuinigingen.

Ik was een keer in Zandvoort, die vakantie konden we ons nog juist veroorloven. Het casino daar vind ik monsterlijk, vol patjepeërs. Maar ik ging er gewoon tussen staan, meedoen. Medeverslaafden zijn intrigerend, al zoek ik nooit echt contact. Het meest gefascineerd kijk ik altijd naar die Aziaten. Met een pokerface verspelen ze een kapitaal. Je ziet ze in elk Nederlands casino.

Het werd een soort doodsangst. Als je geld hebt, is de norm onverschilligheid. Maar als je gezin op het spel staat, komt er een soort beklemming. Je weet: als ik verlies, dan kan ik me thuis niet meer vertonen. Volgende maand geen geld. En juist daarom zet je nog eenmaal in. Je kunt met geld, een stapel fiches, in een paar ogenblikken je uitkering verliezen. Maar je kunt ook winnen. Dat verschil is in zekere zin opwindend, uitdagend, het raakt aan de grenzen van je leven.

Ik weet niet waarom ik die grenzen bleef aftasten. Misschien heeft het te maken met het kind dat we verloren hebben. Bijna pal voor de deur overreden door een overmoedige jongen die net zijn rijbewijs had gehaald. Het laat je nooit meer los, een moment van onoplettendheid en je bent je kind kwijt. Geen verlies is erger. Het klinkt misschien melodramatisch om zo iets ingrijpends in verband te brengen met je gokverslaving, ik had het ook niet willen vertellen, maar er komt na zo'n gebeurtenis toch iets in je van: wat maakt het allemaal uit. En tegelijk is er die kwaadheid, onmacht in je. Je wilt je op het leven wreken. Het is te ingewikkeld voor woorden, of ik ben er gewoon nog steeds niet achter hoe het zit.

Verliezen bij het gokken is in verhouding zonder betekenis, wat is tenslotte geld? En je denkt: mag ik misschien een keer wél geluk hebben. Ik sta naast de directeur van de plaatselijke meubelhandel hier. Het maakt hem niets uit wat er gebeurt. En hij wint. Dat heeft me altijd gefascineerd: mensen die het niets kan schelen, winnen, mensen die gaan gokken om er beter van te worden, verliezen. Dat stralen die Aziaten ook uit, het kan ze niets schelen.

Ik ging steeds vaker weg met het gevoel van: ik kan me hier niet meer vertonen. De casino's hebben een systeem voor probleemgevallen. De croupiers krijgen een opleiding waarin ze wordt geleerd die probleemgevallen te onderkennen. Dan moet de zaalchef worden gewaarschuwd en die kan een entreeverbod opleggen. Hij wordt geacht een soort hulpverlener te zijn, mensen individueel aan te spreken op hun gedrag.

Ik heb dat in Nijmegen een keer meegemaakt, het was het einde van mijn gokloopbaan. Ik hoop dat je m'n ironie begrijpt. Ik bedoel: een of andere klojo neemt je apart en zegt dat een landelijk entreeverbod dreigt. Ze registreren centraal, hun recepties zijn per computer aan elkaar verbonden. En dan krijg je dus een goed gesprek, zeg maar de blijde boodschap: U mag dit jaar vier keer een Holland Casino bezoeken, bij de vijfde keer wordt u niet meer toegelaten. De echte verslaafden gaan dan het illegale circuit in. Dat heb ik nooit gedaan, daar voel ik me dan toch net iets te goed voor. Het gevoel slaat nergens op, maar ik zei niet voor niets dat je in gradaties gaat denken.

Het was natuurlijk een vernedering door die zaalchef aangesproken te worden. Het was dus zo met mij gesteld, besefte ik op die ene klote-avond - en die zal ik nooit vergeten - dat ik mijn gezin ondergeschikt had gemaakt aan mijn goklust, terwijl ik met gokken mijn vrouw en kinderen juist gelúk wilde bezorgen. Toen begreep ik pas wat er niet klopte: ik klopte zélf niet. Daar moest ik iets aan doen. Mijn probleem is dat ik honderd kleine talenten heb, dat is te veel. Had ik maar alleen kunnen cello spelen, schilderen, of wereldrecords lopen, dan had mijn leven absoluut een andere wending genomen. Ik kan van alles een beetje, de meeste dingen beter dan een ander. Ik heb altijd gezegd: maakt niet uit hoe je bent, laat zien wat je kunt. Ik heb met dat soort aansporingen andere mensen verder geholpen, alleen mezelf niet.

Vergis je niet, want ik heb ondanks alles een zelfdiscipline die je niet niet van me zou verwachten. Dat is de kern, denk ik. Ik ben behulpzaam, ik laat mensen snel van me profiteren. Waardoor er ook al snel meer van jezelf geprofiteerd wordt dan je wilt. Het is een cliché, maar het wordt er niet eenvoudiger op, gevoel laat zich niet uitdrukken in geld. Maar geld wordt wel steeds meer de maatstaf. Bij mij zat er ook iets achter van: dan haal ik dat geld toch even in het casino op. Soms rechtvaardigde ik mezelf met de gedachte: ik heb nu eenmaal spanning nodig. De maatschappij geeft me die niet, want die zit dus niet te wachten op een socioloog. Ik ben nu een stadium verder, met mijn kinderen gaat het goed, mijn vrouw straalt, want ze weet natuurlijk dat ik niet meer speel, maar ik sta in gedachten en dromen toch nog dikwijls bij de roulette. Want is het leven nu zo veel meer dan een gok?'

Hans van Wissen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden