Goeie stront stinkt niet

Met zijn methode van bemesten spaart boer Spruit uit Zegveld de natuur, maar overtreedt hij de wet. Vandaag doet de rechter opnieuw uitspraak in zijn zaak....

Niemand kan met goed fatsoen beweren dat ze bij de Spruiten, tussen Zegveld en de Meije in het Groene Hart van Holland, niet goed aan het boeren zijn.

Vraag het de zwaluwen, die met z'n tientallen binnenkort weer gaan nestelen boven de koeien in Spruits stal. Dat zouden ze niet doen als daar net zoveel ammoniaklucht zou hangen als in veel andere stallen. Het landelijk gemiddelde is 6,25 kg uitstoot per dier per halfjaar: de jongste meting door Koch Bodemtechniek bij Spruit was 1 kg.

Vraag het de regenwormen, die bij boer Spruit niet als een gek voor de mest op de vlucht slaan en dan prooi worden van meeuwen en kraaien, maar hun essentiële werk blijven doen in de kringloop die de bodem en het gras gezond houden.

Vraag het Herman Wijffels, vroeger Rabo-topman en onverminderd invloedrijk CDA'er en regeringsadviseur op velerlei gebied, die voorzitter was van de jury voor de Nationale Groenprijs 2002 van het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM). De boerenfamilie Spruit - Theo, Truus, zes kinderen - was een van de tien genomineerden, omdat het voorbeeldig is wat ze doen op hun boerderij van 34 hectare met zeventig melkkoeien en zeventig stuks jongvee: prachtige slootkanten met een weelde aan bloemen (46 soorten) als kale jonker, echte koekoeksbloem, zwanebloem, moerasspirea, watermunt, moerasvergeet-mij-nietje: schoon water in de sloten met zeelt, voorn, snoek erin en krabbescheer erboven, een plant die alleen gedijt in fosfaatarm water.

De aangeplante houtwallen, de bescherming van de nesten van weidevogels, de zwaluwen in de stallen, en niet het minst van al: de verbazingwekkende stikstofbenutting uit de mest. De Spruit-methode pakt zo goed uit dat ze niet eens kunstmest meer hoeven te gebruiken.

Maar de jury had wel een list moeten verzinnen om al die voortreffelijkheid te kunnen bekronen, zei juryvoorzitter Wijffels bij de prijsuitreiking op 19 november vorig jaar in Utrecht. Want er was een 'klein' probleem. Met zijn methode van bemesten overtrad en overtreedt boer Spruit de wet en weerstreeft daarmee het beleid van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

En om nou zo iemand te eren met de Nationale Groenprijs, waar datzelfde ministerie nota bene de belangrijkste geldschieter van was, zou een provocatieve, in elk geval rare indruk maken. Daar hadden ze het volgende op gevonden, zei Wijffels. De jury had voor de gelegenheid de categorie Eervolle Vermelding in het leven geroepen en die was voor de familie Spruit, en verder kregen ze een groot applaus, een hand van de juryvoorzitter met de aanmoediging: 'Ga zo door!'

Vraag anders het Gerechtshof te Amsterdam, dat bij arrest van 9 december 2002 bepaalde dat Thadeus Adrianus Maria Spruit uit Zegveld schuldig werd bevonden aan opzettelijke overtreding van art. 7 van de Wet Bodemsanering maar dat hem geen straf of maatregel zal worden opgelegd. Door de wet te overtreden bewerkstelligde hij namelijk wat de wet beoogde: minder vergiftiging van water, lucht en bodem op het boerenland. Hoe paradoxaal.

De uitspraak van het Hof was het sluitstuk van een rechtsgang die op 25 augustus 1995 was begonnen. Op die dag betrapte de milieupolitie hem bij het bovengronds uitrijden van zijn mest, terwijl kort daarvoor bij wet (art. 7 van de Wet Bodembescherming) verplicht gesteld was om dierlijke meststoffen in de bodem te injecteren.

Met Theo Spruit weigerden nog zo'n honderd boeren in Nederland gevolg te geven aan dit wettelijk voorschrift. Ze bleven hun mest 'breedwerpig, bovengronds uitrijden', zoals dat heet, dat wil zeggen: met een grote boog sproeiend uit hun giertank. Ze werden net als boer Spruit voor de rechter gedaagd en in eerste instantie ook veroordeeld.

Theo Spruit heeft goede, door deskundigen ondersteunde redenen voor zijn overtreding. Om te beginnen zorgt hij ervoor dat de mest uit zijn stallen in een zo gunstig mogelijke samenstelling verkeert voordat die op het land komt. Hij mengt een deel drijfnest uit de loopstal met de ruige stromest uit de gruptstal en de potstal. Dit wordt gecomposteerd en gaat dan over het land.

De rest van de drijfmest wordt vervolgens verdund met slootwater en krijgt koolstof (Carbomix van FIR) toegevoegd. Koolstof bindt een groot deel van de stikstof uit de mest. Als dat nieuwe mengsel over het land is uitgereden, sproeit Theo of een van zijn kinderen er nog een portie slootwater overheen.

Het effect van deze manier van bemesten is dat de stikstof uit de mest beter benut wordt voor de groei van het gras - 80 procent tegenover een landelijk gemiddelde van rond de 50 procent - en dat er dus veel minder ammoniakgas in de lucht en nitraat in het slootwater terechtkomt.

Bijkomend voordeel is dat door de fijne verdeling van de mest tussen de grassen de grond veer & krachtig, luchtig en zuurstofrijk wordt, vol van regenwormen en ander leven. En ook niet onbelangrijk in het Hollandse veenweidegebied: bij boer Spruit klinkt de veengrond minder in dan bij de omringende boeren omdat hij niet met zulke zware machines het land inmoet om de mest in de grond te injecteren. Een luchtige, veerkrachtige, zuurstofrijke bodem vindt hij voor zijn manier van boeren zo essentieel dat hij extra brede banden onder zijn giertank heeft laten monteren, opdat het gewicht ervan zo weinig mogelijk doordrukt op de grasmat.

Dit alles stond hij in gestaag neervallende regen op 14 april 2001 ook te vertellen aan twee heren van de Algemene Inspectiedienst (AID) van het ministerie, die op de Dwarsweg bij zijn boerderij uit hun auto waren gestapt. De mond-en-klauwzeer-epidemie heerste. De avond ervoor had de minister van Landbouw via Teletekst laten weten dat de boeren onder aangescherpte condities mest mochten uitrijden.

Overal om hem heen waren loonwerkers met hun injectiemachines in de weer, want de regen en de windstilte die dag waren ideale omstandigheden om het land te bemesten. Ook Theo Spruit zette de tractor voor zijn giertank om op eigen wijze mest uit te rijden, bovengronds, en dat was niet volgens de wet, zeiden de heren van de AID.

Nee, zei boer Spruit, en hij legde het uit. Hij vertelde ook over de stand van zaken in de rechtsgang, en zo werd het nog een heel gesprek. En ook een áárdig gesprek was het geweest, zei Theo 's avonds tegen Truus aan de keukentafel.

De heren van de AID waren zeer geïnteresseerd geweest en hij had ze uitgenodigd om het bedrijf te komen bekijken - net als eerder de delegatie van de directie Natuurbeheer van het ministerie van Landbouw een hele middag op studiebezoek was geweest. Zodat ze zich ervan konden vergewissen dat 'goeie stront niet stinkt', in elk geval niet de mest van Spruit.

En dan zou hij ze ook de rapporten laten zien die mensen van Wageningen en andere onderzoekers in de loop der jaren gemaakt hadden over de resultaten van zijn boerenwerk, ook de bedrijfseconomische.

Zoals de conclusie van het onderzoek dat in opdracht van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden was verricht: 'Agrariër Spruit is een bijzonder man met een grote liefde voor alles wat leeft. Daarnaast haalt hij economisch gezien de hoogste resultaten uit zijn land. Dat natuur en intensieve veeteelt samen kunnen gaan, wordt door boer Spruit aangetoond.' Ze zouden, zodra de MKZ-ellende voorbij was, graag een keer komen kijken, hadden de heren van de AID gezegd.

Hoe groot was een halfjaar later de verbazing in huize Spruit toen bleek dat Theo Spruit die dag in april een proces-verbaal was aangezegd, en zelfs dat hij akkoord zou zijn gegaan met een schikking (à raison van 2500 gulden).

Hij was zich van geen proces-verbaal bewust geweest, zegt boer Spruit. En nooit van zijn leven zou hij instemmen met een schikking, want dat zou impliceren dat hij schuld bekende en dat doet hij juist niet!

Zodat boer Spruit twee weken geleden weer als 'vieze, vervuilende boer' voor de rechter in Utrecht moest verschijnen. Om zich te verantwoorden voor iets waarvoor hij 'met lof' was ontslagen van rechtsvervolging door het Gerechtshof in Amsterdam.

Minder dan een halfjaar geleden was dat. En omdat het ministerie van Landbouw vooraf verklaard had er niet tegen in cassatie te zullen gaan bij de Hoge Raad, was het een vonnis dat bindend is. En nu lijken ze weer terug bij af in 1997. De rechter in Utrecht doet vandaag uitspraak.

'Het is om gek te worden van die tegenstrijdigheden', zegt Theo Spruit aan de keukentafel. 'Lofprijzingen en bekeuringen voor precies hetzelfde.'

'Door al die ellende zijn wij wel steeds beter gaan boeren', troost zijn vrouw Truus. 'Al was het alleen maar om die bekeurders te laten zien hoe goed we het kunnen, zelfs zonder kunstmest.'

'Truus geeft er een mooie draai aan', zegt Bram van der Vlugt, acteur en stut en steun van de familie Spruit en met de Stichting Gras & Wolken ijverend voor behoud van de boeren op de veenweiden in het Groene Hart. 'Maar boeren die zo boeren als jullie, met zo'n meststrategie, hebben simpelweg ook minder kosten en draaien dus beter. Ik ben ervan overtuigd dat het een kwestie van tijd is dat een boer kan gaan kiezen: de mest injecteren of met vergunning bovengronds verspreiden, zoals jullie doen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden