Goeie kerels die perfecte bomen kochten

Pensioenfonds PME stak honderden miljoenen in Amerikaanse bossen en werd erom geprezen. Tot 2009. Toen kreeg De Nederlandsche Bank argwaan.

Rijdend op de Interstate 20 vanaf Birmingham (Alabama), op weg naar Atlanta (Georgia), wist Hans Sieraad dat hij de juiste keuze had gemaakt. Want de controller van het Pensioenfonds van de Metalektro (PME) zag langs de weg huizen van hout.


Wat een eyeopener, dacht Sieraad. Houten huizen, en dat in 2005. Wie had dat gedacht? Hout was dus helemaal niet iets van vroeger tijden, zag Sieraad, in die twee uur durende rit op weg naar het vliegveld van Atlanta. Hout zou inderdaad de toekomst kunnen zijn, en bosbouw een goede belegging, voor PME.


Sieraad, al jaren jaar actief in het pensioenwezen, kwam net terug van een bezoek aan het kantoor van Resource Management Service (RMS) in Birmingham, een van de grootste bosbouwbeleggers van het zuiden van de Verenigde Staten. Het bezoek was de bekroning van een zoektocht van PME. Dit bos, van deze Amerikaanse firma, zou het worden, wist hij.


Sieraad had in Birmingham mogen rondsnuffelen samen met PME-beleggingsmanager Paul van Gent. Hij had bosmanagers in het kantoor ontmoet, en externe accountants die de boel op hun beurt extra moesten controleren. Eerder tijdens deze site-visit had hij enthousiaste vertegenwoordigers gesproken van een lerarenpensioenfonds in Boston en van het pensioenfonds van de Harvard-universiteit, die ook in bosbouw investeerden.


Nee, bomen en bossen, die had hij niet gezien.


Twee weken later was het zover: PME tekende een contract om voor 310 miljoen dollar (223 miljoen euro) bos te kopen in onder meer Alabama. Dat deden ze niet alleen, maar als onderdeel van een door RMS geleid consortium. Deze deal maakte van het pensioenfonds voor de Nederlandse metaalarbeiders zomaar een van de grootste buitenlandse landeigenaren van Alabama. Nadien kwam daar nog eens een bosinvestering van 250 miljoen dollar bij via GMO, een investeringsmaatschappij van onder meer de Nederlands-Amerikaanse multimiljonair en kunstmecenas Eyk de Mol van Otterloo.


Uiteindelijk werd er in Texas, Louisiana, Mississippi, Florida, North- en South-Carolina, Michigan en Arkansas 13 duizend vierkante kilometer bos gekocht, gezamenlijk met de Amerikanen. Vier keer zo veel als al het bos in Nederland. PME bezit hiervan 3.350 vierkante kilometer. Het metalektrofonds is bijvoorbeeld eigenaar van grote delen van Polk County, een oud indianengebied in het oosten van Texas.


PME heeft bijna 295 duizend deelnemers en gepensioneerden. Gemiddeld heeft dus elke bij het fonds aangesloten metaalarbeider één hectare bos voor zijn oude dag, in de Verenigde Staten.


Een hectare Oost-Texaans bos - twee Hollandse voetbalvelden - voor een bankwerker in ruste, zo moet je het toch zien.


Een van hen zit aan tafel in een woonkamer in Amsterdam-Noord. Jaap Janissen (74), voorzitter van de deelnemersraad van PME, kijkt naar buiten, naar zijn tuin van 4 bij 20 meter. In zijn deelnemersraad heeft een ander lid de verantwoordelijkheid voor de beleggingen. Die heeft zelf ook aandelen, vandaar.


Maar van Amerikaanse bossen, daar weten de deelnemers niet veel van, noch van de honderden miljoenen euro's die het pensioenfonds hieraan heeft besteed. Waar de bossen precies liggen, dat kan voormalig onderhoudsmonteur Janissen ook niet vertellen.


De bomen groeien echt tot in de hemel, dacht hij toen hij hoorde dat zijn fonds in bosbouw ging beleggen. Ze zullen het wel goed hebben uitgezocht. Dat doen ze altijd. Ze willen toch het beste voor de tienduizenden metaalarbeiders, voor wie het leven niet altijd makkelijk is geweest. Van wie er velen in de jaren tachtig werden ontslagen en daarna nooit meer aan de bak kwamen. Arbeiders die nu een metaalpensioentje van 300 tot 400 euro bruto per maand hebben.


De mannen die in 2005 en 2006 namens PME geld investeerden waren voor Janissen en de andere gepensioneerden 'een soort helden'. Voordat het pensioenfonds het beleggen ging uitbesteden, waren het Roland van den Brink en Paul van der Gent die als 'superbeleggers' van PME miljarden verdienden voor het fonds.


Natuurlijk: PME beheerde 22 miljard, en de beurzen noteerden die jaren dikke plussen. Maar toch, zegt Janissen. We namen onze pet af voor die mannen. Dat waren goeie kerels. Die deden het voor ons, voor het pensioenfonds.


'Die goeie kerels' hadden bedacht dat PME bossen moest kopen, al was dat niet een gedachte die zomaar op een dag opborrelde. Daar was een complete 'beslismatrix' aan vooraf gegaan, en PME had al her en der laten vallen dat het geïnteresseerd was in aantrekkelijke bomendeals.


Kort daarna deed zich een buitenkans voor. Er ontstonden financiële problemen bij de grootste papierproducent ter wereld, het Amerikaanse concern International Paper. Het rommelde in deze multinationale onderneming, en in 2005 werden grote herstructureringen aangekondigd.


Een daarvan was de verkoop van de enorme lappen bosgrond, die International Paper in zijn meer dan honderdjarig bestaan had verzameld. De bomen uit International Paper-bossen gingen zo de papierfabriek in.


Het ging om bossen met een waarde van meer dan 5 miljard dollar die in korte tijd moesten worden verkocht. Toen duidelijk werd dat de verkoop aan particulieren niet lukte, werden de bossen geveild.


Het bosbedrijf Resource Management Service uit Alabama was een van de kopers, net als Grantham, Mayo, en Van Otterloo (GMO) uit Boston.


De Amerikanen wisten dat Nederlandse pensioenfondsen over miljarden euro's beschikten, waarmee ze wereldwijd belegden. Kort daarvoor had PME 'de markt' zelfs expliciet laten weten op zoek te zijn naar 'alternatieve beleggingen'. 5 tot 10 procent van de totale portefeuille van 22 miljard euro was beschikbaar.


De oversteek naar Nederland, naar PME, was derhalve snel gemaakt. En zo kwam het dat RMS en later GMO het pensioenfonds benaderden met aantrekkelijke bosbouwbeleggingen.


PME had er oren naar. Bos, timber voor de Amerikanen, paste bij de eerder geformuleerde doelstellingen voor alternatieve beleggingen. En het Amerikaanse verhaal stak goed in elkaar. Er was in de VS veel ervaring met het beheer van bosgronden. Als je grote gebieden en gespreide gebieden aanschafte, was je minder kwetsbaar voor stormen, branden of insectenplagen. Bovendien kon deze belegging als duurzaam en verantwoord worden gecommuniceerd naar de buitenwereld.


De nadelen? Die waren er ook. Zo was de prijs van het bos veel moeilijker te bepalen dan die van bijvoorbeeld een aandelenportefeuille, waarvan de waarde op elk moment van de dag voor iedereen is vast te stellen.


Een ander nadeel was de geringe verhandelbaarheid. Als je opeens geld nodig had, als fonds, zou je ze dan voor een goede prijs kunnen verkopen? Ook het imago van de handel in bossen was ronduit slecht. Veel mensen kenden de verhalen over frauduleus gebleken beleggingen in teakhout. Hoe moest je de deelnemers duidelijk maken dat timber een nette business was?


En vooral: je kunt niet elke boom bekijken, en ook niet in de gaten houden. PME is geen bomenexpert.


Alle redelijke risico's zijn afgedekt, zo hielden de Amerikaanse bomenspecialisten de pensioenexperts voor. Bos, en dan speciaal dit bos, was een unieke kans, voor een goede prijs, en met een aantrekkelijk rendement.


Tel maar uit: er was een gegarandeerde afname van het hout, door International Paper, en ook het land zelf had zijn waarde. Een deel kon op zijn tijd als bouwgrond worden verkocht. En dan waren er nog inkomsten uit de uitgifte van jachtvergunningen in het gebied.


Zo stapte het bestuur van PME in de bossen. In 2006 werden de contracten getekend en nadien werd het pensioenfonds overladen met complimenten voor deze belegging. Andere pensioenfondsen, zoals ABP en PFZW (voorheen PGGM), volgden zelfs. De keuze voor bosbouw was vooruitstrevend, innovatief en winstgevend.


Begin 2009 werd alles anders. De kredietcrisis woedde in volle hevigheid en De Nederlandsche Bank (DNB) zelf was onder vuur komen te liggen wegens lankmoedig toezicht op de financiële sector. In een reactie daarop haalde DNB de teugels aan. Niet alleen bij de banken, waar de crisis begonnen was, maar ook bij de pensioenfondsen, die de jaren van overvloedig geld hadden gebruikt om hun beleggingshorizon te verbreden.


Opeens vond De Nederlandsche Bank het met terugwerkende kracht maar niets dat PME op grote schaal in allerlei nieuwe projecten was gestapt. Bomen, vroeg DNB bijvoorbeeld. Waarom bomen?


Een en ander werd duidelijk tijdens een beleggingsonderzoek dat de toezichthouder in het voorjaar van 2009 hield bij onder meer PME. Het onderzoek leverde voor DNB schokkende resultaten op. Zo kon niemand bij het pensioenfonds in de ogen van DNB goed onderbouwen waarom er in totaal 550 miljoen dollar was betaald voor de bosbelegging, en niet - bijvoorbeeld - 400 of 300 miljoen.


En als DNB zelf naar de markt keek, dan zouden de rendementen en de waarde van de bossen best weleens lager uit kunnen vallen dan waar PME op rekende.


Het in de ogen van DNB geflatteerde optimisme van PME was wellicht, zo vermoedde de toezichthouder, gevoed door de vele Amerikaanse adviseurs die het pensioenfonds bij de deal hadden bijgestaan.


Zaten daar wellicht bedrijven tussen die belangen hadden in het bos? En kon PME wel instaan voor de cijfers waarmee de Amerikanen hun uitspraken over de belegging onderbouwden? En had het PME-bestuur wel vaak genoeg in haar eigen bos rondgelopen? En wat voor bomen groeiden daar dan? En wie zou al dat bos kopen als PME opeens omhoog zat?


Wat in de ogen van DNB niet meehielp bij het metalektrofonds, was het feit dat de twee mannen die de bosdeal hadden gesloten niet meer bij het fonds werkten. De een, Paul van Gent, was in Zwitserland bij een vermogensbeheerder gaan werken. De ander, Roland van den Brink, was mee verhuisd en later op een zijspoor beland bij MnServices, het bedrijf dat sinds 2007 voor PME de beleggingen regelde.


De Nederlandsche Bank vond het evenmin een goed idee dat buitenstaanders (bijvoorbeeld van Mn Services) zouden uitleggen wat het bos waard was en zou opbrengen. PME beheerde de miljarden van de metaalgepensioneerden, en moest voortaan zelf kunnen uitleggen waar ze het geld instaken.


In het tegen Schiphol aangeplakte kantoor van PME staan drie mannen voor drie landkaarten: PME'er Hans Sieraad, Head Finance, Control & Riskmanagment, Hans van der Windt, algemeen directeur van PME en Jitzes Noorman, senior fund manager Special Investments van Mn Services.


Op één kaart zijn de bossen van de Amerikaanse bosbelegger RMS aangegeven in het zuiden van Amerika. Te zien zijn groene stipjes, verspreid over grote gebieden. Andere kaarten zijn van bosbelegger GMO in onder meer Michigan.


'Dit zijn de bezittingen van PME', klinkt het. 'Dit zijn gebieden met dennenbomen, in het zuiden. In Michigan gaat het om oerbos.' Omdat op de kaarten feitelijk niets te zien is, pakt Noorman zijn iPhone erbij en laat foto's zien van het bezoek van een delegatie vorig jaar. 'Kijk maar hoe mooi die bossen zijn', zegt Noorman, en toont een gefotografeerde boom in Alabama. 'Ik ben echt een fan van beleggen in bos. Dit ben ik naast de perfecte boom - the perfect tree. Zie hoe groot deze diameter is van deze dennenboom is, hoe recht hij groeit, hoe weinig knoeten. Dit gaat zijn geld wel opleveren.'


Om de bomen in de gaten te houden, wordt informatie bijgehouden via 'luchtfoto's en 'gps-technologie', zo werd hun in Amerika tijdens een bezoek verteld. Ook terug te vinden in databestanden van de bosbeheerders zijn 'de kapgeschiedenis' en 'de levenscyclus'. Om er zeker van te zijn dat bossen niet illegaal worden leeggekapt, zijn 'camera's' opgehangen.


'Illiquide beleggingen' heten ze opeens, voor de DNB. Terwijl PME al vier jaar openlijk aan iedereen die het weten wil vertelt dat het zijn naam heeft verbonden aan bos.


Vier jaar lang - het was zelfs overal te lezen, er was niks geheimzinnigs aan. Waar was DNB al die tijd? Nooit kregen ze één enkele vraag van de DNB. Nooit merkte het pensioenfonds iets van gefronste wenkbrauwen in het kantoor van Nout Wellink cs. En nu dus wel.


Bovendien hebben ze trofee na trofee gewonnen, verstrekt op bijeenkomsten van het nationale pensioenwezen. De drie heren lopen door de gang, op weg naar de balie. Daar bovenop een tijdschriftenkast staan de bokalen. Een voor een worden ze uitgestald op de balie, allen behaald mede dankzij de beleggingen in het bos. 'Die hebben we toch niet zomaar gekregen', zegt Hans Sieraad. 'We gaan het echt niet tegen elke prijs verkopen. Als het toch van de toezichthouder moet, dan doen we dat voor de prijs waarvoor wij het in de boeken hebben. Wij staan voor ons bos.'


Metaalarbeiders horen binnenkort of hun pensioen wordt verlaagd

PME, het Pensioenfonds van de Metalektro, bevindt zich op een cruciaal moment in zijn bestaan. Het fonds, waar 295 duizend deelnemers en gepensioneerden zijn aangesloten (en nog eens 300 duizend zogenaamde 'slapers') hoort de komende weken of het moet snijden in de uitkeringen aan gepensioneerden. Het fonds moest, samen met dertien andere - kleinere - pensioenfondsen, vorige week een noodplan indienen bij De Nederlandsche Bank om de dekkingsgraad versneld te verbeteren.


Het metaalfonds denkt dit voor elkaar te krijgen zonder de pensioenen van de metaalarbeiders af te stempelen. De komende weken wordt duidelijk of DNB akkoord gaat met het voorstel van PME, dat hierdoor andermaal blikvanger is in de pensioenwereld.


Een aantal jaar geleden liep PME (belegd vermogen: 22 miljard euro) voorop in de pensioenwereld met innovatieve beleggingen in bosbouw en in de levensverzekeringen van welgestelde Amerikanen - ook wel lijkenpolissen genoemd.


Maar toen de kredietcrisis toesloeg, werd alles anders. De beleggingen van PME daalden zo hard in waarde dat het fonds in allerijl uitgebreide herstelplannen moest uitwerken. Tegelijkertijd kreeg het fonds de wind van voren van toezichthouder DNB. Als uitvloeisel van een groot onderzoek naar de beleggingen van PME, in het voorjaar van 2009, ontstonden er discussies tussen het fonds en de toezichthouder. Die gingen onder meer over de innovatieve beleggingen waarmee PME in de jaren daarvoor zo te koop had gelopen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden