Goeie genade, verwisselde deze fan mij met Rosita Steenbeek?

Helga Ruebsamen..

Op de trap van het vliegtuigje dat ons naar Frankrijk ging vervoeren, pakte een blondine van een jaar of vijftig – taxeerde ik voorzichtig – mij stevig vast. Ze had twinkelende oogjes, veel rinkelende armbanden en ze schudde mij vriendelijk en tevens licht vermanend een beetje heen en weer, zoals kinderen doen met hun speelgoedbeer die ze berispend gaan toespreken.

De blonde zei: ‘Dat noem ik nou boffen, zo’n pestklein vliegtuigje en dan toch nog een Bekende Nederlander erin!’ Ik draaide me om en keek of zich beneden ons wellicht naar boven spoedden de onvermijdelijke Rita Verdonk of Gordon of Yvon Jaspers ... maar de spreekster wierp me voor de voeten dat ik niet koket net moest doen alsof ik niet zelf die BN-er was, ze kende immers mijn kop.

Jazeker mijn kop, ook al was dan mijn naam haar ontschoten. Maar dat maakte niks uit, een naam heeft iedereen, maar niet iedereen loopt rond met dezelfde kop. Die kop van mij was haar genoeg. ‘Zeker weten: Den Haag!’ jubelde ze. ‘Scheveningen, hoor’, fluisterde ik, maar natuurlijk haalde ze daarover haar schouders op, want mensen zien geen verschil meer sinds de Haagse bestuurderen hebben besloten dat Scheveningen een wijk zou zijn van Den Haag. Scheveningen heeft daartegen niet geprotesteerd omdat ze toen nog dachten dat het goedkoop en lucratief schuilen zou zijn onder de lekkende paraplu van Den Haag. En nu is het te laat.

Terwijl mijn gedachten ondertussen deze stokpaardjes bereden en doordraafden langs de bekende weg, vulde de vrouw de naamloze BNer die ik was hardop in: ik schreef in de krant, vertelde ze me en daar stond die foto bij van mijn kop, maar mijn stukjes gingen altijd over mooie oude mannen. U schrijft altijd spannend over die mooie oude mannen van u, stelde ze vast. Het verraste mij. Natuurlijk ken ik enige mooie oude mannen, maar niet zo heel veel. Eigenlijk niet meer dan twee hooguit drie. Nou ja, vier of vijf dan, maar dan reken ik ook heren van rond de zestig mee en die noem ik nog lang niet vierentwintig karaats oud.

Maar goeie genade, verwisselde deze enthousiaste fan mij wellicht met Rosita Steenbeek? Dat mocht ik willen! De spreekster sloeg mij amicaal op de schouder voordat ze zich begaf naar haar stoeltje dat gelukkig een heel eind van het mijne lag verwijderd en ten slotte kwam dan toch de kritische noot: ‘U bent zelf niet bang openlijk voor uw leeftijd uit te komen, wat? Maar is dat sociaal gesproken wel wenselijk, dat je niks aan jezelf laat doen en gewoon maar oud wordt?’

‘Is dat niet op het onbeschofte af?’ bedoelde ze misschien, word je niet terecht door iedereen uitgekotst, had ze willen vragen, sta je niet alom verschrikkelijk voor schut met je rimpels en je grijze haren? Ik denk van wel, maar voor mijn gevoel ben ik nog niet ver genoeg gevorderd in de ouderdom dat ik op zulke vragen antwoord kan geven. Immers, als ik het zou zijn, oud en afgeschreven, dan ben ik het ook maar voor het eerst in mijn leven en moet ik nog gaan ondervinden hoe het is.

Er was een tijd dat ook ik aan oudere mensen van die stomme vragen stelde, zoals bijvoorbeeld hoe het voelt om zestig te zijn. Inmiddels is het antwoord mij bekend: het went. Op je zeventigste ben je alweer zo eraan gewend, dat je je gevleid voelt als ze je voor zestig houden en een controleur in de tram vraagt of je heus al recht hebt op je roze kaart en of je je dan maar eens netjes wilt legitimeren. Je springt een gat in de lucht als de jongeman achter de toonbank van McDonald’s zich grijnzend afvraagt of je wel in aanmerking komt voor het bekertje chocolademelk dat daar aan 65-plussers gratis wordt geschonken. ‘Kereltje, al tien jaar lang!’ overdrijf je blij.

Dat je oud bent, en hoe, is voor mij intussen minder interessant dan de kwestie hoe lang het eigenlijk gaat duren. Op internet deed ik de leeftijdstest: ‘Hoe oud wordt u? ‘ waarvan Psychologie Magazine dit beloofde: ‘Met deze vragenlijst komt U er achter hoeveel levensjaren u gezien uw lichamelijke en geestelijke toestand nog kunt verwachten.’ Alle vragen heb ik eerlijk ingevuld en wat kwam eruit? 95! Ik schrok me rot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden