Goedlachse schrijfsters die bedrukt kijken

Waaraan herken je een schrijver?..

De krantenlezer zou zeggen: dat is de serieus kijkende man of vrouw die stijfjes poseert voor een boekenkast. Cees Nooteboom, die het voorwoord schreef bij 222 schrijvers, weet ook niet wat de schrijvers die erin geportretteerd staan nu onderscheidt van 'leraressen, vakbondsleiders, psychoanalisten of cursusleiders aan een provinciale school voor filosofie' - op de functie van vakbondsleider na hebben schrijvers in dit boek óók nog een van deze beroepen. Nooteboom weet wel wat deze Posthuma-foto's gemeen hebben: ze laten iets zien van 'wat we voor het gemak dan maar de ziel noemen' van de geportretteerden.

Toen de 222 Nederlandse schrijvers tussen 1954 en 2005 werden gefotografeerd door Eddy óf Tessa Posthuma de Boer - vader en dochter, beiden bekend om hun schrijversportretten - stonden ze gelukkig zelden voor hun boekenkast. Vaker in een weiland, tegen een muurtje, op een gracht, of zwevend in een niets. Maar staren doen ze wel. Schrijven maakt niet vrolijk - of komt dat door het vooruitzicht van het interview of de recensie die enkele dagen later in de krant zal staan? Sommigen kijken zelfs ronduit bedrukt, juist vrouwen die in werkelijkheid goedlachs zijn: Jessica Durlacher, Joyce Roodnat, Renate Dorrestein, Connie Palmen.

Ontspannen zijn de schrijvers zelden. Velen houden, als om zichzelf te bemoedigen, hun eigen handen vast: Maria Stahlie bijvoorbeeld, Atte Jongstra, Frans Pointl. De dikke, veel gepeste kleuter die in een schoolbank zit geperst blijkt Theodor Holman. Margriet de Moor lijkt te bidden of te mediteren, Rudolf Geel,H.J.A. Hofland, Clark Accord en een piepjonge Adriaan Morriën ondersteunen, in klassieke denkerspose, met een hand hun kaak. En Reve natuurlijk, in 1968 omringd door drank en tuinkabouters, de beroemdste foto van Eddy Posthuma de Boer, uit 1968. K ijkt Maarten Doorman werkelijk weleens zo gekweld? Wat was de graatmagere A.F.Th. van der Heijden in zijn Canaponi-tijd een mooie jongen. Manon Uphoff als prachtige vamp, natuurlijk. Zelfs Annie M.G. Schmidt is op een dromerige foto uit 1954 een filmdiva. En: nooit eerder gezien dat Gerrit Komrij en Johnny van Doorn zo op elkaar leken.

Het aardige van dit fotoboek is dat teksten uit het werk van de schrijvers die bij de foto zijn gekozen, soms in tegenspraak zijn met de foto. 'Soms erger ik me, dat schrijft lekker', zegt Jan Mulder bij een foto waarop hij als keizer Nero aan al het menselijk gewoel ontheven lijkt. En Herman Koch staart, zacht omrankt door klimop, in een peilloos dichterlijk verschiet: 'Ik vertrouw heel erg op mensen die nooit een boek lezen.'

Waar is de ziel? In de foto of in het woord? Uiteindelijk toch in de taal, het kapitaal van de schrijver. Het mooie aan deze foto's is hoe mensen die in hun hoofd leven, hun 'ziel' met hun lichaam proberen te verbergen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden